NIEUWEGEIN – Nu de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 achter de rug zijn, is het een goed moment om het stemgedrag in Nieuwegein te analyseren. Op basis van verkiezingsdata uit 2023 en 2026 valt op dat wijkcijfers vaak een vertekend beeld geven. Niet alleen inkomensverschillen spelen een rol, maar vooral de mobiliteit van kiezers blijkt van grote invloed.
Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn er duidelijke inkomensverschillen tussen wijken in Nieuwegein. In wijken zoals Jutphaas Wijkersloot, Merwestein en Zandveld ligt het gemiddelde bruto-inkomen rond de 36.600 euro. In wijken als Blokhoeve, Rijnhuizen en Galecop ligt dit gemiddelde hoger, rond de 45.600 euro. Op basis van deze cijfers zou je verwachten dat er verschillen zichtbaar zijn in stemgedrag en opkomst.
Opkomst en mobiliteit
Wanneer het aantal kiesgerechtigden wordt vergeleken met het aantal uitgebrachte stemmen in 2023, ontstaat een opvallend beeld. In de drie wijken met een lager inkomen waren er 8.356 kiesgerechtigden, terwijl er 14.005 stemmen zijn geteld. Dat is 167 procent van het aantal stemgerechtigden. In de wijken met een hoger inkomen ligt dit aantal nog hoger, met 19.741 stemmen tegenover 9.388 kiesgerechtigden.
Deze cijfers laten zien dat veel mensen niet stemmen in hun eigen wijk. Dit fenomeen wordt in dit onderzoek de mobiliteitskloof genoemd.
De mobiliteitskloof verwijst naar verschillen in bereikbaarheid tussen wijken en hoe dat beïnvloedt waar mensen stemmen. Niet elke wijk is even makkelijk bereikbaar. Wijken met een hoger inkomen liggen vaker gunstig ten opzichte van uitvalswegen en hebben meer parkeergelegenheid bij stembureaus. Hierdoor trekken deze locaties kiezers aan die onderweg zijn, bijvoorbeeld naar werk. Veel mensen combineren stemmen met hun dagelijkse route. In plaats van terug te gaan naar hun eigen wijk, kiezen zij een stembureau dat praktisch uitkomt. Dit zorgt ervoor dat sommige wijken relatief veel stemmen ontvangen van mensen die er niet wonen.
Wijkcoördinator Fransje van Beek uit Galecop herkent dit beeld. “Op verkiezingsdagen is het hier continu druk, maar dat zijn niet alleen bewoners.” zegt ze. “Je ziet veel mensen die even stoppen omdat het op hun route ligt, bijvoorbeeld vanaf de snelweg”. Volgens haar speelt de inrichting van de wijk een belangrijke rol. “Galecop ligt direct aan een uitvalsweg en heeft ruime parkeermogelijkheden. Dat maakt het aantrekkelijk om hier te stemmen. In andere wijken is dat vaak lastiger”.
Ze merkt ook dat dit tot misinterpretaties kan leiden. “Als je alleen naar de aantallen kijkt, lijkt het alsof de betrokkenheid hier heel hoog is, maar een groot deel van de stemmers komt van buiten de wijk.”
De rol van inkomensverschillen
Hoewel inkomensverschillen minder direct zichtbaar zijn in de stemuitslagen, spelen ze wel een belangrijke rol in de achtergrond van dit fenomeen. Zo hebben inwoners van rijkere wijken gemiddeld vaker toegang tot een auto en meer flexibiliteit in hun dagindeling. Dit maakt het makkelijker om te stemmen op een moment en locatie die hun uitkomt. Stemmen wordt daardoor iets wat eenvoudig te combineren is met andere activiteiten, zoals werk. Kiezers kunnen onderweg stoppen bij een stembureau dat goed bereikbaar is, ongeacht hun woonwijk.
Inwoners uit wijken met lagere inkomens zijn vaker afhankelijk van voorzieningen in hun directe omgeving. Zij hebben gemiddeld minder vaak toegang tot een auto en zijn vaker aangewezen op lopen, fietsen of openbaar vervoer. Hierdoor is de afstand tot een stembureau een belangrijkere factor en stemmen zij vaker in hun eigen wijk. Daarnaast hebben zij gemiddeld minder flexibiliteit in werktijden, wat de keuzevrijheid verder beperkt. Dit verschil in mobiliteit zorgt ervoor dat stemmen zich ongelijk over de stad verspreiden en draagt direct bij aan de mobiliteitskloof.
Conclusie
De belangrijkste conclusie van dit onderzoek is dat wijkcijfers voorzichtig geïnterpreteerd moeten worden. Door de mobiliteitskloof stemmen veel kiezers buiten hun eigen wijk, waardoor uitslagen per stembureau een vertekend beeld geven.Daarnaast blijkt dat inkomensverschillen indirect invloed hebben, bijvoorbeeld via verschillen in mobiliteit en bereikbaarheid. Dit onderzoek laat zien dat mobiliteit een belangrijke, maar vaak over het hoofd geziene factor is in de interpretatie van verkiezingsdata. Hierdoor is het lastig om op basis van wijkcijfers harde conclusies te trekken over het stemgedrag van bewoners.