NIEUWEGEIN – In een tijd waarin schermtijden door het dak vliegen en steeds meer landen leeftijdsgrenzen invoeren voor sociale media, kent Nieuwegein een opvallende uitschieter. Uit onderzoek van de GGD Buurtmonitor Utrecht blijkt de gemeente als één van de laagste te scoren op risicovol social mediagebruik onder jongvolwassenen in de provincie Utrecht. 18% van de jongvolwassenen tussen 16 en 25 jaar geeft aan moeite te hebben om te stoppen met social mediagebruik, door te gaan ondanks problemen of langdurig negatieve gevolgen te ervaren van hun online gedrag. Een uitschieter die vragen oproept: Welke factoren dragen bij aan deze relatief lage score op risicovol social mediagedrag?
Risicovol social mediagebruik is gedrag waarbij jongeren moeite hebben om hun social mediagebruik te beheersen en ermee doorgaan, ook wanneer dit negatieve gevolgen heeft en deze problemen langdurig aanhouden. De Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2024 toont dat ongeveer 18% van de 7000 jongeren in Nieuwegein risicovol social mediagebruik vertoont. Maar dat terwijl volgen , van de 4613 jongeren in de Bilt, 35% van hen risicovol social mediagebruik vertoont.
Momenteel is er een levendig politiek en maatschappelijk debat in Nederland en andere Europese landen over het stellen van leeftijdsgrenzen voor het gebruik van smartphones en sociale media door kinderen. Opvoeders en politici maken zich zorgen over de risico’s van smartphonegebruik op jonge leeftijd en de toegang tot sociale media.
Mediawijs
Mediawijsheid expert Zep Postma geeft gastlessen op diverse scholen in Utrecht. Vorige week gaf hij namens Bureau Jeugd en Media nog gastlessen op basisscholen in Nieuwegein voor een pilotproject. Het project was in samenwerking met de gemeente om te kijken of ze meer voorlichting kunnen geven aan ouders over social mediagebruik.
Volgens Postma spelen scholen een belangrijke rol in het voorkomen van risicovol social mediagebruik. Zeker nu digitale geletterdheid vanaf volgend jaar verplicht onderdeel wordt van het basiscurriculum. Mediawijsheid is onderdeel van digitale geletterdheid. Volgens Postma een stap naar de goede richting, maar hij ziet scholen worstelen. ‘Scholen mogen zelf weten hoe ze het onderdeel invullen, maar lopen aan tegen het grote aanbod aan methoden om dit te doen. De vrijheid is nu zo groot, dat ze vaak niet weten hoe ze die digitale geletterdheid moeten vormgeven in hun onderwijs’, vertelt Postma. Juist daarom pleit hij voor meer regelmaat en structurele aandacht.
Ouderrol
Daarnaast hangt volgens Postma het risicovol social mediagebruik sterk samen met de thuissituatie. In gemeenten waar relatief veel middelbaar en hoogopgeleide ouders wonen, ziet hij vaak dat ouders actiever betrokken zijn bij de opvoeding. In Nieuwegein, waar 73,9% van de inwoners middelbaar of hoger opgeleid is, merkt hij dat ouders zich betrokken tonen bij hun kinderen en bewust bezig zijn met hoe zij opgroeien, ook online.
Volgens Postma kunnen ouders in de jongere jaren van hun kinderen een grote rol spelen als het gaat om het social mediagebruik van hun kinderen op oudere leeftijd. Met afspraken, regels en gesprekken over het schermgebruik op social media creëren ze bewustzijn rondom het gebruik. ‘Door het faciliteren van hobby’s geven ze hun kinderen handvatten voor een leven naast social media’, vertelt Postma.
Leven buiten social media
Die nadruk op een leven buiten het scherm blijkt cruciaal. Postma: ‘Wanneer kinderen van jongs af aan gestimuleerd worden om tijd te investeren in sport, sociale contacten, school en bijvoorbeeld bijbaantjes, ontstaat er een bredere invulling van hun dagelijks leven.’ Het aanbod voor deze activiteiten buiten de deur is volgens hem breed in Nieuwegein.
Uit onderzoek van het Mulier Instituut in 2025 blijkt dat de openbare ruimte in Nieuwegein meer uitnodigt tot sporten en bewegen dan twee jaar geleden. In vergelijking met de gemeenten die er veel op lijken, ligt de beweegscore in Nieuwegein hoger dan in vergelijkbare gemeenten. Zo boekte de gemeente vooruitgang in de nabijheid van voorzieningen en scoorde de gemeente veel punten met sport- en speelplekken. Deze stevige sociale omgeving in Nieuwegein kan bijdragen aan een beperkt risico op een sociale mediaverslaving onder jongvolwassenen.
Hulp van Bibliotheek Nieuwegein
Ook de bibliotheek Nieuwegein heeft meegedacht over gezond schermgebruik. Als vertegenwoordiger van een maatschappelijke organisatie tijdens de Kennisdag van Netwerk Mediawijsheid is hen een richtlijn voorgelegd. Dit is de Richtlijn Gezond Schermgebruik 2025, die de Rijksoverheid in juni openbaar maakte. Dit is een onderzoek naar een richtlijn voor gezond en verantwoord scherm- en sociale media met als doel opvoeders op een duidelijke en eenduidige manier te ondersteunen bij het stimuleren van gezond schermgebruik van hun kinderen. Op basis van feedback van onder andere de bibliotheek Nieuwegein zijn de richtlijnen verder aangescherpt.
Aanpak gemeenten
Steeds meer gemeenten zijn inmiddels bezig met mediawijsheid, maar volgens Postma wordt het onderwerp vaak ondergebracht bij bestaande beleidsterreinen, zoals gezondheid of veiligheid. ‘Daardoor voelt het op beleidsniveau regelmatig als een extra thema binnen de communicatie- of verbindingssstrategie, in plaats van een op zichzelf staande prioriteit’, vindt hij.
Hoewel hij bij het pilotproject het idee kreeg dat Nieuwegein net als andere gemeenten steeds meer budget vrijmaakt en zoekt naar een passende aanpak, ontbreekt het volgens hem nog vaak aan een integrale benadering. Zijn belangrijkste advies: ‘Creëer een sociale omgeving die jongeren stimuleert om offline samen te zijn en zorg dat partijen zoals scholen, gemeenten, wijkagenten en GGD’s structureel met elkaar samenwerken. Juist die verbinding maakt het verschil’, aldus Postma.
