Carnaval in een grote stad als ’s-Hertogenbosch, tijdens de feestdagen omgedoopt tot Oeteldonk, lijkt voor veel buitenstaanders vooral op een feest dat draait om veel drinken en feesten. De inwoners van de grote steden storen zich echter steeds meer aan deze feestbezoekers, en hierdoor lijkt de traditie van carnaval steeds vaker te verdwijnen.
De oorsprong van het feest gaat terug tot de middeleeuwen. In de negentiende eeuw kreeg carnaval steeds meer vorm, maar niet zonder kritiek. ‘Er werd te veel gezopen, maskers werden als slecht gezien en de gemeente greep niet in. De bisschop deed dat wel, legt Rob van de Laar uit, carnavalskenner. Om te voorkomen dat het feest verboden zou worden, werd carnaval ‘veredeld’: georganiseerder en maatschappelijk acceptabeler. Zo ontstond het drie dagen durende Oeteldonk, waarbij de stad symbolisch verandert in een dorp genaamd Oeteldonk.
Juist dat dorpse karakter is volgens Van de Laar de kracht van carnaval in de grote stad. ‘De stad wordt voor drie dagen omgetoverd tot een dorp. Het is een feest waar de normale fatsoensnormen gelden. Er mag iets meer, maar dat is de vrijheid van mensen die elkaar kennen.’ Daar wringt het soms, benadrukt hij. Mensen van buitenaf – ook Brabanders – denken dat alles mag, terwijl lokale regels en gebruiken juist centraal staan.
De laatste jaren ziet Van de Laar een verschuiving. ‘In de avond zit vooral de jeugd in de kroegen. Ouderen blijven vaker thuis, waardoor het sneller uit de hand loopt.’ De focus moet blijven liggen op lokale identiteit. We nodigen niemand uit, maar wie komt is welkom – zolang ze zich aan onze regels houden,’ aldus Van de Laar. Het is een feest met tradities, geen festival, waar het de laatste jaren steeds meer op begint te lijken.
Benieuwd naar hoe ze carnaval vieren in Budel? Bekijk hieronder de reportage: