Van havo naar mbo: geen stap terug, maar een gerichte keuze voor praktijk, perspectief en baankansen. Waarom maken steeds meer jongeren deze overstap? Bekijk hier de reportage.
De overstap van havo naar mbo groeit opvallend snel. In drie jaar tijd is het aantal havisten dat voor het mbo kiest meer dan verdubbeld: van 3.545 naar 8.080 studenten, blijkt uit cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Inmiddels komt 17 procent van de mbo-studenten op niveau 4 van de havo of het vwo. Tegelijkertijd laten cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zien dat er in totaal ruim 475.000 mbo-studenten staan ingeschreven. In sectoren als techniek, zorg en media gaan juist steeds minder mensen opleidingen doen. In die sectoren is de vraag naar praktisch opgeleide vakmensen groot.
Volgens Tim Verschoor, voormalig studentenvoorlichter aan de Hogeschool Utrecht en nu docent Media & Communicatie in het mbo, is die tegenstelling te simpel. “Zowel hbo als mbo kan je ontzettend veel bieden,” zegt hij. “Het gaat er vooral om wat bij jou past en waar je uiteindelijk terecht wilt komen.”
Verschoor begeleidde jarenlang aankomende studenten bij hun studiekeuze. “Veel jongeren denken dat hbo automatisch de logische stap is na de havo. Maar schoolniveau zegt niet alles over je inhoud of talent.”
Het grootste verschil zit volgens hem dan wel in de praktijkgerichtheid en de toekomstperspectieven. “Op het mbo werk je vanaf dag één aan beroepsvaardigheden. Dat heeft invloed op waar je stage loopt en in welke functies je later instroomt. Het hbo is theoretischer en kan leiden tot andere, vaak meer coördinerende functies.”
De groeiende overstap laat zien dat steeds meer jongeren kiezen voor een route die aansluit bij hun manier van leren én bij een arbeidsmarkt die vakmensen hard nodig heeft. Hoe denken de mbo’ers daar zelf over? En wat moeten we voor ons zien bij een schilderopleiding? Zie het in de reportage!