Tijdens een debat in de Tweede Kamer op 25 februari claimt Geert Wilders dat de instroom van asielzoekers en open grenzen ervoor zorgen dat wachtlijsten in de zorg oplopen. De vraag is of dit inderdaad klopt.
De claim
Wilders deed zijn uitspraak tijdens het debat over de regeringsverklaring. In het fragment wat hij later ook deelt op socialmediaplatform X stelt hij dat de instroom van asielzoekers bijdraagt aan langere wachttijden in onder andere de zorg.
Ontwikkeling van wachttijden in de zorg
Dat wachttijden in de zorg een probleem zijn, staat vast. Volgens rapporten van de Nederlandse Zorgautoriteit liggen wachttijden in onder andere de geestelijke gezondheidszorg al langer boven de zogeheten Treeknormen (de ‘normale’ wachttijden). In het rapport uit 2018 staat dat wachttijden in de GGZ regelmatig boven de norm liggen. Ook uit het rapport van 2024 blijkt dat wachttijden in veel regio’s en voor meerdere diagnoses nog steeds te lang zijn, in sommige gevallen zelfs langer dan in 2018. Dat betekent dat het probleem al meerdere jaren bestaat maar ook in sommige opzichten toeneemt. De problemen met wachttijden in de zorg zijn al jaren een probleem.
Aantal asielzoekers
Volgens de cijfers van het Centraal bureau van statistiek kwamen er in 2019 ongeveer 14.205 asielzoekers naar Nederland. Het aantal asielzoekers wisselt per jaar. In 2023 steeg het aantal asielzoekers naar 38.370 eerste asiel aanvragen en 10.130 na reizigers. In 2025 zakte het weer naar 24.060 eerste asiel aanvragen en 16.495 na reizigers. Ze vormen ook slechts een klein deel van de totale bevolking. Hoeveel asielzoekers gebruik maken van de zorg is niet duidelijk. Om de claim van Wilders te onderbouwen, moet worden aangetoond dat asielzoekers daadwerkelijk bijdragen aan langere wachttijden in de zorg.
Toegang tot zorg voor asielzoekers
Asielzoekers krijgen medische hulp zodra zij in Nederland aankomen. Volgens informatie van de Centraal Orgaan opvang Asielzoekers vallen zij tijdens hun verblijf in een opvanglocatie onder de Regeling Medische zorg Asielzoekers (RMA). ‘Asielzoekers blijven verzekerd door de RMA tot ze een verblijfsvergunning krijgen’ vertelt Miriam Fianen, woordvoerder van COA. Huisartsenzorg wordt daarbij geregeld via GezondheidsZorg Asielzoekers (GZA), die op opvanglocaties aanwezig is. ‘Als ze die verblijfsvergunning krijgen dan gaan ze wonen in de gemeente en dan zijn zaken zoals inburgering en wonen worden overgedragen aan de gemeente, ze moeten dan ook zelf een zorgverzekering afsluiten. Dan pas komen ze op de wachtlijsten terecht’, voegt Fianen toe.
In de eerste twee maanden is de zorg voor volwassenen bovendien beperkt tot medisch noodzakelijke en niet uitstelbare zorg. Veel zorg wordt dus eerst via dit aparte systeem georganiseerd. Pas wanneer iemand een verblijfsvergunning krijgt en naar een gemeente verhuist, moet hij of zij een reguliere zorgverzekering afsluiten en gebruikmaken van het normale zorgsysteem.
Uit mijn research blijkt dat de wachttijden in de zorg al jaren bestaan en in verschillende sectoren voorkomen. Tegelijk blijkt dat asielzoekers in eerste instantie gebruikmaken van een eigen zorgregeling binnen opvanglocaties. Daardoor komen zij niet direct in dezelfde wachtrijen terecht als andere patiënten in het reguliere zorgsysteem.
Conclusie
De claim dat asielzoekers verantwoordelijk zijn voor oplopende wachttijden in de zorg wordt door de beschikbare gegevens niet duidelijk ondersteund en dus ongefundeerd. Wachttijden bestaan al jaren en asielzoekers krijgen in eerste instantie zorg via een apart systeem binnen opvanglocaties. Op basis van deze informatie lijkt de uitspraak van Wilders daarom te algemeen en onvoldoende onderbouwd.
