Hoe groot is de invloed van desinformatie op onze democratie, en in het bijzonder op de gemeenteraadsverkiezingen? Die vraag stond centraal tijdens het debat ‘Hoe gevaarlijk is desinformatie voor onze democratie?’ dat op 10 maart plaatsvond in Nieuwspoort. Tijdens de avond gingen politici, journalisten en experts met elkaar in gesprek over de risico’s van nepnieuws en hoe de samenleving zich daar beter tegen kan beschermen.
Volgens Patricia van Rijswijk, specialist nieuwswijsheid bij Beeld en Geluid, is het belangrijk dat ook maatschappelijke professionals beter leren omgaan met informatie. Mensen die werken in bijvoorbeeld onderwijs, zorg of welzijn delen regelmatig informatie met grote groepen, maar herkennen niet altijd of iets betrouwbaar is. Van Rijswijk pleit daarom voor meer mediatraining, zodat professionals beter kunnen onderscheiden wat nepnieuws is en zo voorkomen dat desinformatie zich verder verspreidt.
Ook de rol van media en nieuwe vormen van journalistiek kwam aan bod. Ivar Lingen, chef-redactie bij Omroep West, ziet dat gemeenteraadsverkiezingen vaak moeilijk onder de aandacht te brengen zijn bij jongeren. Daarom zet de regionale omroep steeds vaker influencers in om een jongere doelgroep te bereiken. Volgens hem kunnen zij helpen om politieke informatie toegankelijker te maken, al leidde dat tijdens het debat ook tot de vraag in hoeverre influencers als journalisten kunnen worden gezien.
De avond werd geopend door Jan van Zanen, burgemeester van Den Haag. In zijn openingswoord benadrukte hij het belang van een sterke democratie en het tegengaan van desinformatie. Juist op lokaal niveau, waar verkiezingen vaak minder aandacht krijgen, is het volgens hem belangrijk dat inwoners betrouwbare informatie kunnen vinden en goed geïnformeerd hun stem uitbrengen.