Let op: Deze factcheck is uitgevoerd op basis van de beschikbare informatie op de datum van publicatie.
Bewering:
‘Als de bijen van het aardoppervlak verdwijnen, dan zou de mens nog maar vier jaar te leven hebben.’
Oordeel:
Onjuist

Op 22 maart 2026 publiceert Mike Hudema, een Canadese milieuactivist, de volgende claim op X: ‘Als de bijen van het aardoppervlak verdwijnen, dan zou de mens nog maar vier jaar te leven hebben.’ Zijn post is herplaatst door de politieke partij de Piratenpartij. Over welke bijen het gaat en waar hij deze informatie vandaan haalt, is onduidelijk. Ik heb dit gevraagd aan Hudema, maar nog geen reactie ontvangen. Klopt deze uitspraak wel?
Einstein-claim
Deze uitspraak wordt vaak genoemd als een uitspraak van Albert Einstein, maar dat is nooit bewezen. Volgens Koos Biesmeijer, wetenschappelijk directeur van Naturalis Biodiversity Center en hoogleraar Natuurlijk Kapitaal aan de Universiteit Leiden, was Einstein zelfs veel te slim voor zo’n uitspraak. Uit onderzoek van Garibaldi et al. (2013) blijkt dat bestuivers cruciaal zijn voor voedselproductie. Tegelijk blijkt dat het verlies van wilde insecten de landbouwopbrengsten wereldwijd in gevaar zal brengen, maar niet zal leiden tot het volledig wegvallen van voedselproductie of het uitsterven van de mens. Volgens een IPBES-rapport is 60 procent van de voedselproductie niet afhankelijk van bestuivers, al heeft hun verdwijnen wel grote gevolgen voor bijvoorbeeld fruit en groenten.
Werkelijke impact
‘Het leven wordt een stuk minder aangenaam als de bijen verdwijnen’, zegt David Kleijn, hoogleraar plantenecologie en natuurbeheer aan Wageningen Universiteit. Volgens Kleijn ligt de werkelijkheid genuanceerder. Basisgewassen zoals granen en aardappelen zijn niet afhankelijk van bestuivers. Het verdwijnen van bijen zou daarom vooral leiden tot minder variatie en lagere opbrengsten, niet tot het volledig wegvallen van voedsel.
Biesmeijer zegt: ‘We zijn afhankelijk van bestuiving van onze gewassen, maar als alle bestuivers zouden uitsterven, zal het nog best een tijd duren voordat we echt in de problemen raken en het uitsterven van de mens zal daardoor niet gebeuren.’ Volgens hem profiteert ongeveer 75 procent van de landbouwgewassen van bestuivers zoals bijen en andere insecten, omdat zij zorgen voor een hogere opbrengst of betere kwaliteit. Deze gewassen vormen samen echter circa 35 procent van het totale voedsel dat we wereldwijd eten, gemeten in volume.
Astrid T. Groot, afdelingshoofd Evolutionary and Population Biology aan de Universiteit van Amsterdam, benadrukt daarnaast dat bijen een signaal zijn van bredere milieuproblemen. Als insecten massaal verdwijnen, wijst dat volgens haar op een leefomgeving die ook voor mensen steeds ongunstiger wordt. Tegelijk benadrukt ze dat er meerdere bestuivers zijn en dat sommige gewassen nauwelijks afhankelijk zijn van dierlijke bestuiving.
Huidige situatie bijen
Over hoe het momenteel met de bijen gaat, schetsen deze wetenschappers een afgewogen beeld. Kleijn benadrukt dat het verschil tussen soorten groot is: ‘Met de honingbij gaat het heel goed, want er zijn steeds meer mensen geïnteresseerd in bijenhouderij.’ Tegelijk hebben wilde bestuivers het moeilijker. Ook Biesmeijer ziet die tweedeling. Volgens hem ‘gaan honingbijen over het algemeen goed’, maar staat ‘meer dan de helft van de wilde bijensoorten op de rode lijst’.
Astrid T. Groot plaatst de ontwikkeling in een breder perspectief. ‘Het gaat slecht met de hele insectenpopulatie in Nederland’, zegt zij. Volgens haar spelen onder meer stikstof, biodiversiteitsverlies, verstedelijking, lichtvervuiling en chemische vervuiling een rol. Bijen zijn daarbij volgens haar een belangrijk signaal: ‘Als de leefomgeving van insecten zodanig achteruitgaat, dan gaan wij zelf ook ten gronde.’
Volgens Kleijn en T. Groot zijn dit soort claims niet onschuldig. ‘Ik vind dit soort claims zorgelijk’, zegt Kleijn. ‘Ze trekken even de aandacht, maar ondermijnen de echte informatie.’ Ook T. Groot ziet hoe nuance onder druk staat. ‘Als wetenschappers willen wij nuance aanbrengen’, zegt ze, ‘maar mensen willen die vaak niet meer horen.’ Juist omdat deze claim vaak wordt gedeeld en herhaald, is het belangrijk om die te checken en feiten van overdrijving te scheiden, zeker wanneer een politieke partij met circa zestigduizend volgers dit verspreidt.
Conclusie
De claim dat ‘als de bijen van het aardoppervlak verdwijnen, de mens nog maar vier jaar te leven heeft’ is onjuist. Wetenschappelijk onderzoek en experts laten zien dat bijen belangrijk zijn voor biodiversiteit en voedselproductie, maar hun verdwijnen leidt niet tot het uitsterven van de mens. Wel zouden de gevolgen groot zijn, zoals minder voedselvariatie en lagere opbrengsten. De uitspraak is daarmee een sterke overdrijving van een reëel probleem. Juist omdat deze claim vaak wordt gedeeld en als feit wordt gepresenteerd, is het belangrijk om deze kritisch te toetsen.
