Apple bestaat sinds 1 april vijftig jaar. Het begon de garage van Steve Jobs, die samen met Steve Wozniak de eerste computers bouwde. Inmiddels gebruiken miljoenen mensen wereldwijd Apple-producten zoals de iPhone, iPad en Mac. Het bedrijf heeft de manier waarop mensen werken, leren en communiceren ingrijpend veranderd, maar krijgt ook kritiek vanwege zijn sterke marktpositie en invloed binnen de technologiebranche.
Het merk weet al jaren een trouwe gebruikersgroep aan zich te binden, al is niet iedereen overtuigd. Embedded engineer Bart van Netburg is kritisch. “Ik heb ooit een iPhone proberen te repareren, dat was echt niet te doen.” Volgens hem ontwerpt Apple zijn apparaten op een manier die reparatie bemoeilijkt. “Als je de accu eruit zou halen en er dan precies op dezelfde manier erin te doen dan zal de telefoon problemen ervaren. Daardoor moet je naar een Apple winkel waar je dan de hoofdprijs moet betalen. Ze programmeren zo de telefoons en onderdelen.”
Tegelijkertijd zijn er ook gebruikers die de aanpak begrijpen. Koen Bakker heeft al meerdere Iphones gerepareerd, zo zegt hij: “Apple gebruikt in iPhones software-pairing om te controleren of onderdelen origineel zijn. Niet-originele onderdelen kunnen daardoor beperkt werken: zo kunnen camera’s haperen, verdwijnen functies als True Tone en automatische helderheid bij schermen, werkt Face ID niet en ontbreekt inzicht in batterijgezondheid.” Tot en met de iPhone 15-serie werden zelfs originele onderdelen uit andere toestellen soms niet herkend. Sinds de iPhone 16 met iOS 18 kunnen originele vervangingsonderdelen wel correct worden geactiveerd, al blijven namaakonderdelen vaak problemen geven.
De discussie rond Apple laat zien dat innovatie en controle vaak samenkomen, en roept vragen op over hoeveel vrijheid consumenten hebben om hun eigen apparaten te gebruiken en te repareren.
Neowetenschapper Martin de Munnik geeft in studio duiding aan de hoge populariteit onder jongeren en merkloyaliteit.
