Factcheck: was Groningen goed voor €400 miljard aan gasbaten en kreeg het noorden er iets voor terug?

Factcheck: was Groningen goed voor €400 miljard aan gasbaten en kreeg het noorden er iets voor terug?

‘Groningen heeft Nederland 60 jaar warm gestookt, er is ruim 400 miljard verdient en nog geen eens 1% is uitgegeven in het noorden.’

Dat stelde Sandra Beckerman, Tweede Kamerlid van de SP in een uitzending van Pauw en De Wit op maandag 6 april. De vraag is of deze claim juist is en of er cijfers zijn die dit kunnen onderbouwen.

 

Bewering

 Groningen heeft Nederland 60 jaar warm gestookt, er is ruim 400 miljard verdient en nog geen eens 1% is uitgegeven in het noorden.

 

Oordeel

Deels gefundeerd

 

Om de claim te kunnen onderzoeken moet hij eerst in tweeën gesplitst worden.

Allereerst stelt de politicus dat er in de periode van de gaswinning in Groningen ruim 400 miljard euro is verdiend. Deze bewering wordt ondersteund door cijfers van Shell, één van de belangrijkste betrokken partijen bij de gaswinning in Groningen. Uit de aardgasopbrengsten blijkt dat de totale opbrengsten inderdaad boven de 400 miljard euro uitkomen.

Deze cijfers worden ook in het rapport ‘Parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen’ onderbouwt. De uitspraak die maandagavond in de talkshow gedaan werd, is op dit onderdeel dus correct.

 

Waar komt de 1% vandaan?

Een veel belangrijker en ook complexer onderdeel van de claim gaat over het deel van de opbrengsten dat in het noorden, en specifiek in Groningen, zou zijn geïnvesteerd. Volgens de uitspraak zou dit minder dan 1% zijn.

De officiële instanties laten weten dat er geen, officieel vast te stellen percentage bestaan van de gasopbrengsten die precies in Noord-Nederland terecht zijn gekomen.

Zo geeft Joost Aerts, woordvoerder van de Algemene Rekenkamer aan: ‘wij hebben bij de Algemene Rekenkamer niet zo’n specifieke berekening gedaan’. Daarmee maakt de Rekenkamer duidelijk dat er geen door hen vastgesteld percentage is dat deze regionale verdeling exact in kaart brengt.

Ook de parlementaire enquêtecommissie stelt in haar rapport van de Parlementaire enquête aardgaswinning Groningen dat de geldstromen binnen het zogenoemde gasgebouw niet volledig herleidbaar zijn met de beschikbare gegevens. Het ministerie geeft daarbij het volgende aan in haar rapport:

‘De feitelijke inkomsten van andere partijen dan de Staat niet herleidbaar zijn uit de bij het ministerie beschikbare bronnen, waardoor het opstellen van een exacte verdeling van de inkomsten tussen de Staat en andere partijen volgens het ministerie niet mogelijk is.’

In het bredere politieke en beleidsdebat wordt daarnaast benadrukt dat percentages sterk afhangen van de gekozen rekenmethode. Zo zegt Jan Schippers, econoom en directeur van het Wetenschappelijk Instituut voor de SGP: ‘Percentages kunnen best wel makkelijk in twijfel getrokken worden in het politieke debat. Wat neem je in de berekening mee en wat neem je niet mee? Indirecte effecten worden vaak niet meegenomen.’

Hij voegt daaraan toe: ‘Het is leuk om harde cijfers te noemen maar als die er niet zijn kan je beter over benadelingen praten,’ aldus Schippers.

Om erachter te komen waar mevrouw Beckerman de cijfers vandaan heeft gehaald, heb ik de SP om een reactie gevraagd. Echter heb ik op het moment van schrijven nog geen reactie gekregen op de toegestuurde vragen.

 

Conclusie

De uitspraak van Sandra Beckerman bestaat uit twee delen. Het eerste deel, dat er ruim 400 miljard euro is verdiend met de gaswinning in Groningen, wordt ondersteund door onder meer de bevindingen van de Parlementaire enquête aardgaswinning Groningen en is in hoofdlijnen goed onderbouwd.

Het tweede deel, dat minder dan 1% in het noorden is geïnvesteerd, is niet duidelijk vast te stellen. De Algemene Rekenkamer en de parlementaire enquêtecommissie geven aan dat geldstromen niet volledig herleidbaar zijn en geen exacte regionale verdeling mogelijk is. Daardoor is er dus niet vast te stellen of die 1% waarnaar Beckerman refereert dus daadwerkelijk juist is.

Hierdoor is de claim deels gefundeerd.

 

Bronnen

Links naar alle gebruikte online bronnen vindt u terug in de tekst.

  • Alle bronnen werden het laatst geraadpleegd op 10 april 2026.
  • Voor deze factcheck werd ook contact opgenomen met de volgende personen:

Telefoongesprek met Jan Schippers op 9 april 2026.

Telefoongesprek met Joost Aerts op 9 april 2026.

 

Voor vragen naar aanleiding van dit artikel kunt u contact opnemen met de redacteur via jorismerlijnjansen@gmail.com.

 

Over de auteur

Joris Jansen

Joris Jansen, 20 jaar is een student aan de Hogeschool Utrecht. Hij studeert daar journalistiek. Joris zijn interesses zijn misdaadjournalistiek, sportjournalistiek en rechtbankjournalistiek. Het in contact zijn met mensen is wat Joris fijn vindt en wat hem elke dag weer zin geeft om aan de slag te gaan. Gebeurtenissen zo goed mogelijk analyseren, verwerken en samenvatten is zijn passie. Op de middelbare school heeft Joris een profielwerkstuk gemaakt over “De zaak Peter R. de Vries”. Hierin onderzocht Joris het verschil in berichtgeving tussen de Telegraaf en de Volkskrant. Tijdens het maken van het profielwerkstuk ontdekte Joris zijn interesse in de media en in de journalistiek. Joris zijn droom is om uiteindelijk verslag te mogen doen van de belangrijkste rechtszaken, de mooiste sportgebeurtenissen of de grootste misdaadzaken. Een stage bij AT5, ESPN, Viaplay of de Telegraaf lijkt Joris op dit moment het meest leerzaam.