Nederland heeft sinds 2026 een minderheidskabinet. Dat betekent dat de regeringspartijen geen meerderheid hebben in de Tweede Kamer en dus voor hun plannen steeds steun moeten zoeken bij andere partijen. Dat maakt het politieke spel anders dan we in Nederland gewend zijn. Maar hoe houdbaar is zo’n kabinet? Volgens Mieke Nijbroek, docent maatschappijleer, vraagt een minderheidskabinet vooral om één ding: compromissen sluiten.
“Je hebt meer participatie. Alleen de efficiëntie van zo’n kabinet neemt wel af.”
Waar een meerderheidskabinet vaak kan terugvallen op vaste steun van coalitiepartijen, moet een minderheidskabinet per onderwerp op zoek naar een meerderheid. Daardoor krijgen oppositiepartijen meer invloed, maar wordt besluitvorming tegelijkertijd ingewikkelder. Nijbroek noemt het een constante zoektocht naar balans:
“Je wil je eigen ideeën doorvoeren, maar je moet ook constant op zoek naar: hé, zijn deze ideeën aantrekkelijk genoeg voor andere partijen?”
In deze explainer duikt Roel in ’t Veld in de werking van het minderheidskabinet. Waarom komt deze constructie in Nederland zo weinig voor? Wat zijn de voordelen en risico’s? En vooral: kan een kabinet zonder vaste meerderheid effectief regeren?