Sinds de herintroductie van de bever in Nederland in 1988 is de populatie flink gegroeid. Maar hun graafgedrag zorgt ook voor problemen. Vooral in het rivierengebied kunnen de dieren een risico vormen voor de veiligheid van dijken.
Volgens Waterschap Rivierenland behoren gravende bevers en dassen tot de grootste risico’s voor de dijken langs de Maas, Waal en Neder-Rijn. Het waterschap beheert honderden kilometers aan dijken die ongeveer een miljoen inwoners beschermen.
Ook in de lokale politiek krijgt het onderwerp aandacht. BVNL Zaltbommel stelde schriftelijke vragen over de risico’s van bevers en dassen. De partij wil onder meer duidelijkheid over controles, verantwoordelijkheden en het herstellen van schade aan belangrijke infrastructuur.
Het opsporen van beverholen blijkt niet eenvoudig. Volgens Kenniscentrum Bever zijn verschillende technieken getest, waaronder sonar, grondradar en speurhonden. Geen van deze technieken biedt volledige zekerheid bij het opsporen van beverholen. Een combinatie van technieken levert volgens het kenniscentrum de beste resultaten op.
Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar het gedrag van bevers. STOWA bericht over onderzoek waarbij bevers langs de IJssel en Maas van zenders worden voorzien. Daarmee onderzoeken wetenschappers onder meer hoe de dieren zich verplaatsen bij wisselende waterstanden. De resultaten moeten meer inzicht geven in de risico’s op graafschade en helpen om die in de toekomst te voorkomen.
Tegelijkertijd hebben bevers ook een belangrijke functie in de natuur. Volgens STOWA dragen ze onder meer bij aan de biodiversiteit en het vasthouden van water.
Dat maakt de bescherming van dijken ingewikkeld. Hoe gaan waterbeheerders in de praktijk om met deze beschermde dieren? Verslaggever Daan Nijholt ging op pad met een senior faunabeheerder water en sprak met Waterschap Rivierenland.
Bekijk hier de reportage
