Oranje is misschien uitgeschakeld, maar het WK leeft in Rotterdam volop. Kaapverdiaanse supporters komen er massaal samen om de wedstrijden van hun nationale ploeg te volgen. Op pleinen en in cafés wordt gekeken, gejuicht en gehoopt. Terwijl fans hun land aanmoedigen vanaf de tribune, beleeft een speler het toernooi op een heel andere plek. Niet vanaf de tribune, maar vanuit de kleedkamer. Oud-international Guy Ramos weet precies hoe dat voelt.
Ramos speelde tussen 2008 en 2013 voor het nationale elftal van Kaapverdië. Voor hem betekende het dragen van het nationale shirt veel meer dan een voetbalwedstrijd. Het was een eerbetoon aan zijn familie: ” Dat ik voor Kaapverdië mocht spelen was voor mij de grootste eer die je kunt krijgen. Ik was supertrots dat ik het land van mijn ouders mocht vertegenwoordigen.”
Zijn meest bijzondere herinnering kwam niet tijdens een wedstrijd, maar vlak daarvoor. Bij zijn debuut tegen Luxemburg werd voor het eerst het Kaapverdiaanse volkslied gespeeld. “Toen voelde ik iets door mijn hele lichaam gaan en kreeg ik kippenvel. Dat was het eerste moment waarop ik echt besefte hoe trots ik was.” Het was het moment waarop volgens Ramos pas echt doordrong wat het betekende om international te zijn.
De minuten voor de aftrap verlopen volgens hem anders dan veel mensen zich voorstellen. Hoewel Kaapverdië bekendstaat om een cultuur vol muziek, dans en gezelligheid, maakt die sfeer vlak voor een belangrijke wedstrijd plaats voor concentratie. “Iedereen zat in zijn eigen focus. Natuurlijk houden we van feesten en muziek, maar wanneer er gepresteerd moet worden, moet er gepresteerd worden.”
Opvallend genoeg voelde Ramos nooit extra druk, omdat hij voor zijn vaderland speelde. “Eenmaal op het veld ben je gewoon een voetbalwedstrijd aan het spelen.” Alleen wanneer hij als invaller het veld in kwam, werd dat gevoel sterker. “Dan stap je in een wedstrijd die al loopt en voel je meteen de spanning en de verwachtingen van buiten het veld, en besef je nog meer hoeveel het voor de mensen betekent.”
Zijn mooiste herinneringen als international zijn talrijk: zijn debuut, het duel tegen Samuel Eto’o en vooral de deelname aan de eerste eindronde van de Afrika Cup in 2013. “De openingswedstrijd spelen in een uitverkocht stadion was heel speciaal.”
Voor supporters duurt een WK negentig minuten. Voor spelers begint het veel eerder. In de stilte van de kleedkamer, bij het aantrekken van het shirt en het moment waarop het volkslied klinkt. Daar ontstaat volgens Ramos het echte gevoel. ” Voor je vaderland spelen geeft toch iets extra’s. Je denkt altijd dat honderd procent het maximale is, maar als je je land vertegenwoordigt, komen er toch net iets meer krachten vrij.”
Luister hieronder naar de reportage van redacteur Dagmar van Hoogstraten over hoe het WK ook na de uitschakeling van Oranje nog leeft in Nederland. De reportage richt zich op de steun voor Kaapverdië tijdens het toernooi.