Ziekenhuizen steeds moeilijker te bereiken met openbaar vervoer

Ziekenhuizen steeds moeilijker te bereiken met openbaar vervoer

Het openbaar vervoer naar het UMC Utrecht

Het kost steeds meer tijd om per openbaar vervoer naar het ziekenhuis te reizen. Dat blijkt uit onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Daarnaast liggen ziekenhuizen ook steeds minder om de hoek bij mensen.

In dit artikel wordt onderscheid gemaakt tussen ziekenhuizen inclusief én exclusief buitenpoliklinieken. Buitenpoliklinieken zijn poliklinieken die niet binnen een ziekenhuis zijn gevestigd, wat de toegankelijkheid voor patiënten moet vergroten. In buitenpoliklinieken kunnen zowel behandelingen als controles plaatsvinden, maar patiënten kunnen er niet voor meer dan 24 uur opgenomen worden, en er vinden geen grote operaties plaats.  

Het onderzoek, dat 2012 en 2022 als meetpunt heeft, laat zien dat in tien jaar tijd een stuk minder snel een ziekenhuis met het openbaar vervoer is bereikt, terwijl de reistijd met de auto nagenoeg gelijk is gebleven. Met name in de avonduren en weekenden is de reisduur steeds langer geworden, vooral vanuit minder verstedelijkte provincies, buitenwijken en stadsranden. Negen procent van de ouderen kon in 2012 geen enkel ziekenhuis en/of buitenpolikliniek bereiken binnen 45 minuten. In 2022 is dit toegenomen tot dertien procent van de ouderen.

Buitenpolikliniek
Ziekenhuizen kiezen er daarom tegenwoordig voor om buitenpoliklinieken te realiseren. Door het realiseren van deze buitenpoliklinieken wordt de afstand tot een ziekenhuis enigszins verkleind. De afstand tot een ziekenhuis inclusief buitenpoliklinieken is gemiddeld gezien afgenomen. Daarnaast is het aantal ziekenhuizen binnen vijf, tien en twintig kilometer inclusief buitenpoliklinieken door de jaren heen licht gestegen.

Toename
De afstand tot een regulier ziekenhuis blijft daarentegen verder toenemen. Gemiddeld gezien is de afstand tot een ziekenhuis sinds 2007 met bijna een kilometer toegenomen. Verder neemt het aantal ziekenhuizen binnen vijf, tien en twintig kilometer al jarenlang af. Voornamelijk vanuit minder verstedelijkte provincies zoals Friesland, Flevoland, Groningen en Zeeland wijken af van de algemene trend. Het aantal ziekenhuizen en buitenpoliklinieken is in deze provincies zeer beperkt.

Auto altijd sneller
De conclusie van het onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving is dat de auto, ongeacht op welk tijdstip of in welk deel van het land, voor een betere bereikbaarheid zorgt. Voorzieningen vanuit heel Nederland zijn aanzienlijk minder goed bereikbaar met het openbaar vervoer dan met een auto.

Ondanks de afnemende bereikbaarheid wordt er dit jaar 225 miljoen euro bezuinigd op het openbaar vervoer. De bezuiniging van 110 miljoen euro op het openbaar vervoer in en rond Amsterdam, Rotterdam en Den Haag is tot 2027 uitgesteld. De bezuinigingen zullen leiden tot veel minder en/of duurder openbaar vervoer. Een reëel scenario is dat er op veel plekken geen bussen in het weekend of ’s avonds rijden. Een andere mogelijkheid is een prijsstijging van 25 procent.

Volgens Sanne van Galen, woordvoerder van Reizigersvereniging Rover, ligt de bal nu bij de politiek. ‘De bereikbaarheid kan sterk verbeterd worden als er een hoge exploitatiebijdrage voor het openbaar vervoer beschikbaar is. Dit is een politieke keuze: zowel landelijk voldoende geld naar de regio als regionaal goede bereikbaarheid ziekenhuizen afdwingen in de aanbesteding. Daarnaast zien we ook een belangrijke rol voor zorgverzekeraars. Zij hebben immers de verantwoordelijkheid voor het bereikbaar maken van goede zorg voor iedereen. Ten slotte zijn het de ziekenhuizen zelf die zich vooral richten op de automobilist.’

Dataverantwoording
Om tot deze dataresultaten te komen is er gebruikgemaakt van het onderzoek ‘Beter bereikbaar? Veranderingen in de toegang tot voorzieningen en banen in Nederland tussen 2012 en 2022’ en de dataset ‘Nabijheid voorzieningen; afstand locatie, regionale cijfers’. Het onderzoek is van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en de dataset van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het PBL doet onderzoek naar de leefomgeving en het leefomgevingsbeleid in Nederland en daarbuiten. Hierbij gaat het om zaken als het milieu, de natuur en ruimtelijke inrichting. Met verkenningen, analyses en evaluaties wordt strategische kennis voor beleid, politiek, maatschappelijke organisaties en het bredere publiek geleverd. Er wordt onderzoek gedaan, gevraagd en ongevraagd, onafhankelijk en wetenschappelijk onderbouwd.

Voor dit specifieke onderzoek heeft het PBL reistijdberekeningen gemaakt. Een nationaal wegennetwerk voor december 2013 en 2022 is uit OpenStreetMap (OSM) gehaald. Dit netwerk biedt een uitgebreide topologische weergave van het wegennet en het fiets- en wandelnetwerk. Vervolgens wordt, met het softwarepakket GeoDMS, de snelste route over het vervoersnetwerk berekend van alle herkomstbuurten naar de ziekenhuizen in Nederland.

Om binnen dit onderzoek de reistijd in het openbaar vervoer te berekenen wordt er gebruikgemaakt van de General Transit Feed Specification (GTFS)-data, dat openbare en gestandaardiseerde dienstregelingsgegevens biedt van al het openbaar vervoer in Nederland. Bij het berekenen van de openbaarvervoerreistijden wordt een maximale loop- en wachttijd van tien minuten en een loopsnelheid van 4,5 km/uur, wat overeenkomt met de gemiddelde loopsnelheid van een volwassen persoon. Daarbij wordt rekening gehouden met een minimale ov-reisfrequentie van twee keer per uur. Minimaal twee keer per uur moet de reis dus te maken zijn. Direct lopen naar de bestemming wordt als alternatief voor openbaar vervoer gebruikt wanneer bestemmingen te voet tot twintig minuten sneller bereikt kunnen worden.

Variaties in de dienstregeling kunnen een sterke invloed hebben op de reistijden. De reistijd wordt daarom voor elke vijf minuten over een tijdsperiode van twee uur berekend. Hier wordt vervolgens de mediaan over berekend. Daarnaast wordt er, om de representativiteit te bevorderen, op verschillende momenten (7:00-9:00, 12:00-14:00 en 21:00-23:00) op verschillende dagen (dinsdag en zondag) berekend.

Autoreistijden worden berekend met hulp van historische snelheidsprofielen afgeleid uit TomTom Speed Profiles die zijn toegewezen aan het OSM-netwerk. Deze snelheidsprofielen geven gemiddelde snelheden weer die zijn waargenomen op elk wegsegment in Nederland voor verschillende tijdstippen van de dag en dagen van de week. Hierbij wordt wederom de mediaan voor de verschillende perioden gedurende de week en het weekend berekend.

Het CBS voorziet in relevante en onafhankelijke cijfers over uiteenlopende maatschappelijke onderwerpen. De wettelijke taak van het CBS is het maken van statistieken over maatschappelijke onderwerpen en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS hanteert wetenschappelijk verantwoorde methoden, waardoor het CBS als betrouwbaar kan worden beschouwd.

De dataset ‘Nabijheid voorzieningen; afstand locatie, regionale cijfers’ is op basis van projectiepunten, om de berekeningen te vereenvoudigen. Projectiepunten liggen om de 100 meter op het wegennetwerk. Als afstand tussen het adres en de voorziening wordt de afstand via de weg tussen de twee geprojecteerde adressen op het wegennetwerk gehanteerd. Enkel voorzieningen binnen Nederland zijn meegenomen in de berekeningen.

Bij het berekenen van de kortste route naar de dichtstbijzijnde voorziening worden ook routes berekend via ongelijkvloerse kruisingen en veerponten. Daarnaast wordt, als dit door gemeenten is aangegeven in het Nationaal Wegen Bestand, rekening gehouden met eenrichtingsverkeer op overige wegen. Uitgezonderd hierbij zijn Rijks- en Provinciewegen.

Het gemiddeld aantal voorzieningen binnen een vaste afstand per gebied wordt berekend door het gemiddelde te nemen van de berekende aantallen voorzieningen per persoon, voor alle personen in dat gebied. Een dichtbevolkte straat telt daardoor zwaarder mee. De vaste afstanden zijn bepaald op 1, 3, 5, 10, 20 of 50 kilometer. Afhankelijk van de dichtheid van voorzieningen worden hieruit de drie meest relevante afstanden gekozen. In het geval van ziekenhuizen is dit dus 5, 10 en 20 kilometer.

Over de auteur

Mats Medema

Mats (18) woont al zijn hele leven in Amersfoort en studeert Journalistiek aan de Hogeschool in Utrecht. Hij maakt graag artikelen over actuele kwesties en zijn passie is fotografie.