Een verborgen schat die er nog niet helemaal is

Een verborgen schat die er nog niet helemaal is

In de stad Amersfoort, drie minuten lopen van de drukste winkelstraat, staat een gebouw dat de meeste mensen volledig voorbijlopen. Het Rietveldpaviljoen, ontworpen in 1959 door de iconische architect Gerrit Rietveld, is de oudste nog actieve kunsthal van Nederland. Het is rustig, betaalbaar en oprecht bijzonder. Er is alleen één probleem: als je een rolstoel gebruikt, kom je er niet volledig in.

De Kracht van Eenvoud in het Rietveldpaviljoen

Dat zeggen we meteen maar, want het is belangrijk. Het paviljoen is nog niet volledig rolstoeltoegankelijk. Dat is geen voetnoot, het is een echte drempel, en dat is frustrerend voor een plek die zo de moeite waard is. Het goede nieuws: er wordt aan gewerkt. En zodra de verbouwing klaar is, wordt de Museumjaarkaart er ook geldig. Maar nu, in 2025, stuit je als rolstoelgebruiker op beperkingen.

Een gebouw dat iets met je doet

Voor wie wel naar binnen kan: de ervaring begint zodra je door de deur stapt. Rietveld ontwierp dit paviljoen rondom licht, lucht en openheid, waarden die bijna radicaal aanvoelen vergeleken met de zware, donkere interieurs van veel traditionele musea. Grote ramen laten het daglicht van meerdere kanten naar binnen stromen. De ruimte is rustig, ongehaast en verrassend intiem. Geen overweldigende drukte, geen luide audio-installaties, geen giftshop-chaos. Het is het soort plek waar je écht even tot rust komt.

Centraal in de ruimte hangen Rietvelds eigen woorden: ‘Ruimten, die te ingewikkeld zijn, spreken niet meer, die kun je niet beleven.’ Het gebouw bewijst zijn eigen punt. Je hebt er geen kunstopleiding voor nodig om het te voelen. Je hoeft alleen even te staan.

Rietveld ontwierp het paviljoen in opdracht van de gemeente Amersfoort, als tentoonstellingsruimte voor moderne kunst. Het was een van zijn laatste grote projecten, hij overleed in 1964. Dat het gebouw 66 jaar later nog steeds in gebruik is als kunsthal, zegt alles over de tijdloosheid van zijn ontwerp.

Modernisme in de stad

Het museum heeft een rolstoeltoegankelijke ingang, maar de eerste verdieping is alleen toegankelijk met een trap.

Het museum heeft een rolstoeltoegankelijke ingang, maar de eerste verdieping is alleen toegankelijk met een trap.

De huidige tentoonstelling, Kracht van Eenvoud – Het Paviljoen en de Stad: een moderne ode, loopt tot en met 14 september. De expo onderzoekt de relatie tussen het paviljoen, de stad Amersfoort en het modernisme in kunst en architectuur.

Het leukste onderdeel, zeker als je niet per se een architectuurliefhebber bent, zijn de schilderijen van de broers Floris en Hennie Schrijver. Hun werk legt de Amersfoortse binnenstad vast in heldere kleuren en gestileerde vormen. De werken zijn warm, toegankelijk en direct aansprekend. Jammer dat ze een beetje weggestopt zijn in een hoek van de ruimte, want ze zijn verreweg het meest uitnodigende deel van de tentoonstelling.

De rest van de expo draait om negen modernistische gebouwen in Amersfoort, gefotografeerd door Dirk Verwoerd en van context voorzien door gastcurator Irene Edzes. Bij elk gebouw hangt een bijpassend kunstwerk. Het concept is interessant, maar de uitvoering is wat droog. Zeker als je de stad niet kent. Zonder meer uitleg voelen de foto’s meer als documentatie dan als verhaal.

Een 3D-tijdlijn en audiotour geven extra diepgang aan de geschiedenis van Rietveld en het 66-jarige bestaan van het paviljoen. Als je de audiotour meepakt, haal je veel meer uit je bezoek. Het is een paar minuten extra die je er zeker bij moet doen.

Toegankelijkheid komt

Dit zegt het paviljoen zelf op hun website: er is geen lift. De eerste verdieping van de expositieruimte is alleen via de trap bereikbaar. Er zijn geen aangepaste sanitaire voorzieningen. Ze proberen wel de foto’s die boven hangen beneden op monitoren te tonen, zodat rolstoelgebruikers niet alles missen. Maar een workaround is geen oplossing.

De ingang is rolstoeltoegankelijk.

Die transparantie is op zichzelf al iets waard. Veel plekken begraven deze informatie of vermelden het helemaal niet. Het Rietveldpaviljoen zet het gewoon op de website, zodat je weet waar je aan toe bent. Dat is het absolute minimum, maar het is meer dan veel andere plekken bieden.

Er speelt ook een groter punt. Het paviljoen werkt aan volledige rolstoeltoegankelijkheid, en zodra dat gerealiseerd is, wordt de Museumjaarkaart er geldig. Dat is geen toeval. Het weerspiegelt een beleid dat bredere toegang koppelt aan fysieke toegankelijkheid, en dat is een slimme manier om musea in de goede richting te duwen. Des te meer reden om te hopen dat die verbouwing snel klaar is.

Wat het paviljoen nu al biedt, is iets wat in musea zeldzaam is: het is klein, het is stil en het is er zelden druk. Voor bezoekers met sensorische gevoeligheid, chronische vermoeidheid of angst rond drukke publieke ruimtes is dat een echt voordeel. Geen lange gangen om doorheen te navigeren, geen overweldigend geluidsdesign, geen druk om in een bepaald tempo te lopen. Een uurtje is genoeg, en juist die behapbaarheid maakt het bijzonder.

Het bijzondere paviljoen

Voor vijf euro en een uurtje van je tijd biedt het Rietveldpaviljoen iets wat de meeste musea niet kunnen: echte rust, een ruimte die menselijk van schaal is, en een gebouw dat zelf het belangrijkste kunstwerk is. De huidige tentoonstelling is informatief, maar niet spectaculair. Het paviljoen verdient zijn reputatie vooral door sfeer.

Voor gehandicapte bezoekers die er wel in kunnen: ga. Het is een plek die aandacht beloont, en er zit iets betekenisvols in het ervaren van een ruimte die 66 jaar geleden al ontworpen werd rondom het idee dat architectuur je simpel en direct moet aanspreken. Voor rolstoelgebruikers: wacht nog even, of neem eerst contact op. Je verdient volledige toegang, niet een bezoek met omwegen.

Het Rietveldpaviljoen bevindt zich op de Kortegracht 7 in Amersfoort, tien minuten lopen van station Amersfoort Centraal. De tentoonstelling Kracht van Eenvoud loopt tot en met 14 september. Entree: €5. Toegankelijkheid: momenteel beperkt voor rolstoelgebruikers — neem contact op met het paviljoen voor je gaat.

Over de auteur

Anne-Marie Vos

In de afgelopen vijf jaar heb ik mij binnen de HBO-bachelor Journalistiek ontwikkeld tot een startbekwaam onderzoeksjournalist. Tijdens mijn opleiding heb ik bewust gekozen voor verdieping in sociaal-maatschappelijke thema’s, met een focus op diversiteit, inclusiviteit en (on)toegankelijkheid in onderwijs, werk, cultuur en kunst. Mijn interesse in onderzoeksjournalistiek werd versterkt door de specialisatie Kunst, Cultuur en Lifestyle, een universitaire minor Gender Studies en een stage van zes maanden bij Pointer (radio-afdeling). In deze context leerde ik hoe journalistiek kan bijdragen aan het blootleggen van structurele ongelijkheid en het zichtbaar maken van perspectieven die in het publieke debat vaak onderbelicht blijven, met name wanneer deze thema’s vragen om nuance en verdieping. Onderzoeksjournalistiek beschouw ik als een essentiële vorm binnen het medialandschap, omdat het ruimte biedt voor context, gelaagdheid en maatschappelijke impact. Wat mij onderscheidt als beginnend journalist is de combinatie van onderzoeksvaardigheden en een uitgesproken focus op inclusieve journalistiek. Ik ben gewend om kritisch te kijken naar framing, aannames en machtsverhoudingen, en zoek in mijn werk naar vertelvormen die inhoudelijk scherp zijn, maar ook toegankelijk en uitnodigend voor een breed publiek.