Waar ben je?
De telefoon trilt in Maya’s jaszak precies op het moment dat de tram afremt. Het metaal piept, iemand stoot tegen haar schouder, een kinderwagen rijdt langs haar heen.
Waar ben je?
Nog voordat ze naar het scherm kijkt, reageert haar lichaam. Haar schouders trekken omhoog, haar adem stokt halverwege een zucht. In haar hoofd vormt zich automatisch een verklaring: de tram had vertraging, het was druk, ze moest overstappen. Ze kent deze woorden uit haar hoofd, alsof ze ze al haar hele leven oefent.
Dan ziet ze de naam. Ilias.
Ze leest het bericht opnieuw. Haar vingers ontspannen zich langzaam. Ze typt: Ik ben onderweg.
Geen uitleg. Geen verdediging. Alleen een feit.
De tramdeuren openen zich met een sissend geluid. De koude lucht prikt op haar wangen, de straat ruikt naar nat asfalt en uitlaatgassen. Maya stapt uit en blijft even staan op het perron. Haar hart klopt nog snel, maar het zakt langzaam. Dit is vrijheid, denkt ze. Niet groot of meeslepend, maar klein en tastbaar. Een appje dat geen angst oproept.
Maya heet in werkelijkheid anders. Ze gebruikt een gefingeerde naam om haar familie niet herkenbaar te maken. “Niet omdat ik hun wil beschermen,” zegt ze, “maar omdat ik dit verhaal wil vertellen zonder me opnieuw te moeten verantwoorden.”
Opgevoed in bescherming
Het huis waarin Maya opgroeit ruikt altijd naar thee en schoonmaakmiddel. Haar moeder staat vroeg op. Ze bidt het ochtendgebed, rolt haar gebedskleed zorgvuldig op, zet water op en begint aan de dag voordat de rest van het huis wakker is. Zorg zit in haar handen.
Voor haar moeder is de wereld buiten de voordeur onvoorspelbaar. Ze kent de verhalen. Over meisjes die verkeerde keuzes maken. Over families waarover wordt gepraat. Over reputaties die breken door één misstap.
“Een meisje is als glas,” zei ze vaak tegen Maya. “Als het eenmaal breekt, blijft het gebroken.”
Het is geen dreigement, maar een waarschuwing. Haar moeder ziet haar strengheid niet als beperking, maar als plicht. Als moslima, als moeder. In haar ogen betekent liefde beschermen, bewaken en voorkomen.
Maya groeit op met vaste tijden, vaste routes en vaste regels. School, thuis en soms werk, meer niet.
Haar ouders weten precies hoe laat haar lessen beginnen en eindigen, welke tram ze neemt en hoe lang die erover doet. Ze houden het allemaal bij.
Als Maya later thuiskomt dan verwacht, staat haar moeder bij het raam. Ze zegt weinig, maar haar ogen verraden alles.
Waar was je?
De vraag klinkt nooit neutraal. Altijd zwaar, alsof te laat zijn automatisch betekent dat Maya iets verkeerd heeft gedaan.
Angst vermomd als zorg
Volgens pedagoog Nadia El Amrani, gespecialiseerd in opvoedstijlen binnen religieuze en migrantengezinnen, is dit geen uitzondering. “Wat je vaak ziet,” zegt zij, “is dat ouders bescherming verwarren met beheersing. De intentie is liefdevol, maar de uitwerking kan beklemmend zijn.”
Binnen veel streng religieuze gezinnen ligt de focus sterk op dochters. “Meisjes worden gezien als dragers van eer en reputatie,” zegt El Amrani. “Dat betekent dat hun gedrag niet alleen individueel wordt beoordeeld, maar collectief. Ouders voelen zich verantwoordelijk voor elke stap die hun dochter zet, ook als zij volwassen is.”
Die verantwoordelijkheid komt voort uit angst. “Angst voor de buitenwereld, voor afwijzing door de gemeenschap, voor controleverlies. Die angst wordt doorgegeven aan het kind.”
Maya herkent het. Haar moeder is niet boos als ze te laat is. Ze is bang. Maar die angst voelt voor Maya als controle.
Leren verdwijnen
Op school is Maya stil. Niet verlegen, maar voorzichtig. Ze leert al vroeg dat praten risico’s met zich meebrengt. Hoe minder ze zegt, hoe kleiner de kans dat ze iets verkeerd zegt.
Ze zit altijd voorin en haalt goede cijfers. Docenten noemen haar gedisciplineerd, maar niemand vraagt zich af wat discipline kost. Vriendinnen heeft ze wel. Overdag. In de pauzes. Binnen de muren van school. Maar zodra de bel gaat, valt haar wereld stil. Afspreken na school is geen optie. Verjaardagen ook niet. Na een tijdje stopt de uitnodiging vanzelf.
Boeken worden haar toevlucht. In verhalen kan ze leven zonder dat iemand haar vraagt waar ze is. Zonder klok. Zonder schema. Als ze haar rijbewijs haalt, voelt het even alsof alles gaat veranderen. Het roze pasje brandt bijna in haar hand. Ze rijdt een paar keer. Met klamme handen, starend naar de weg.
“Je gaat het niet kunnen,” zegt haar vader wanneer ze vraagt of ze vaker mag oefenen.
Ze stopt. Niet omdat ze het niet wil, maar omdat ze heeft geleerd dat willen gevaarlijk is.
Vrijheid op afstand
De universiteit brengt afstand, maar geen vrijheid. Haar ouders weten nog steeds hoe laat haar colleges eindigen en welke tram ze neemt. Als ze later thuiskomt, volgt er een bericht.
Waar ben je?
Maya voelt paniek voordat ze antwoordt. Als ze thuiskomt, wordt ze ondervraagd. Het kan nooit zijn dat een tram uitvalt. Of dat ze nog even ergens zit.
In de bibliotheek blijft ze soms expres langer zitten. Niet om te studeren, maar om even nergens te hoeven zijn. Ze eet een broodje in stilte en kijkt naar andere studenten. Ze ziet hen lachen, plannen maken, ruzie maken en weer verzoenen. Het leven lijkt zich moeiteloos tussen hen af te spelen.
Zij leeft in fragmenten. In gecontroleerde blokken. Langzaam verdwijnen haar vriendinnen. Niet door ruzie, maar door afstand. Relaties vragen tijd, spontaniteit en ruimte. Dingen die zij niet heeft.
’s Nachts ligt ze wakker en vraagt zich af of ze ondankbaar is. Haar ouders zorgen toch voor haar? Ze bedoelen het toch goed?
Maar waarom voelt ze zich dan zo alleen?
Wat cijfers laten zien
Dat Maya’s ervaring geen uitzondering is, blijkt ook uit cijfers.
Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) had in 2023 bijna 1 op de 4 jonge vrouwen tussen de 18 en 25 jaar last van angst- of depressieve gevoelens. Vrouwen rapporteren deze klachten aanzienlijk vaker dan mannen. Het CBS wijst erop dat factoren zoals gebrek aan autonomie en hoge opvoedingsdruk bijdragen aan deze mentale klachten. Jongeren die opgroeien in sterk gecontroleerde gezinnen hebben vaker moeite met zelfstandigheid en zelfvertrouwen.
“Elke beslissing voelt als een risico,” zegt El Amrani. “Veel jonge vrouwen zijn technisch volwassen, ze studeren, werken, trouwen. Maar emotioneel nooit losgekomen van het idee dat ze zich constant moeten verantwoorden.”
Liefde volgens de regels
Maya heeft nooit een vriendje. Niet omdat ze niet wil, maar omdat het niet mag. Dat hoeft niemand expliciet te zeggen. De eerste keer dat ze Ilias ziet, werkt ze als caissière. Hij vraagt haar nummer en ze zegt nee. Nee zeggen is veilig.
Jaren later zien ze elkaar opnieuw. Op Schiphol. In de moskee. Bekende gezichten in verschillende levens. Wanneer hij tegen zijn moeder zegt dat hij met haar wil trouwen, begint een proces dat alles op scherp zet. De kennismaking verloopt traditioneel. Ouders praten eerst en daarna mogen zij elkaar leren kennen. Wat volgt, is geen romantisch begin, maar een onderhandeling.
Hoe dichter het huwelijk komt, hoe meer weerstand er ontstaat. Afspraken worden teruggedraaid en grenzen overschreden. Het lijkt soms alsof haar geluk een bedreiging vormt. Voor haar moeder betekent het huwelijk loslaten. Minder zicht. Minder controle. Minder zekerheid.
Voor Maya voelt het als een test: kan ze haar eigen leven kiezen zonder haar ouders te verliezen?
Het huwelijk gaat door. Niet zonder schade.
Angst die blijft
Nu is Maya twee maanden getrouwd. Ze werkt in een ziekenhuis in Den Haag. Ze woont samen met Ilias. Op papier klopt alles.
Maar haar lichaam heeft een geheugen.
Als ze een appje krijgt met Waar ben je?, voelt ze het nog steeds.
Als ze te laat is, verontschuldigt ze zich automatisch.
Als ze iets fout doet, schaamt ze zich diep.
Het auto-ongeluk is klein. Een paaltje. Een kras. Maar de angst is groot. Ze durft het niet te zeggen. Denkt dat ze het geheim kan houden.
Tot de brief van de politie komt.
Wanneer ze het vertelt, huilt ze. Ze verwacht boosheid.
Ilias zegt alleen: “Dit kan gebeuren.”
Ze wist niet dat liefde zo kon klinken.
Wat blijft
In de kast hangen oude foto’s. Haar ouders lachen vanaf vergeelde randen. Maya kijkt ernaar met zachte ogen. Liefde en pijn bestaan naast elkaar. “Ik snap haar angst,” zegt ze over haar moeder. “Maar ik wil niet dat mijn leven door angst wordt bepaald.”
Ze wil later kinderen. Ze denkt vaak na over hoe ze hen wil opvoeden. Met geloof, maar ook met vertrouwen. Met grenzen, maar ook met ruimte. “Ik wil dat ze weten dat de wereld groot is,” zegt ze, “maar niet verboden.”
Buiten rijdt een tram voorbij. Maya pakt haar jas en haar telefoon. Ze is onderweg.
En dit keer is dat genoeg.