“Hé Piet, Piet, moet je komen luisteren. Ga zitten, kom eens luisteren. Vertel het nog eens een keer,” klinkt het uit een kille, grijze verhoorkamer.
Fred is een echte ras-Rotterdammert. Zo een van het kaliber “niet lullen maar poetsen.” Hij gaat voor het raam op een grote leren stoel zitten. De zonnestralen glinsteren naar binnen en weerkaatsen licht in het kleine brilletje dat hij draagt. Hij steekt een sigaret op en neemt zijn eerste trek. Een dunne sliert rook stijgt op en hij begint te vertellen.
In de jaren tachtig gaat Fred vrijwilligerswerk doen bij Bureau Slachtofferhulp. Daar gaat hij zich langzaam specialiseren in hulpverlening aan mannen. “Ik kreeg mannelijke cliënten die mishandeld waren. Als ik vermoedde dat een mishandeling te maken had met anti-homogeweld, vroeg ik niet aan ze: ‘Heeft u een vrouw thuis?’, maar draaide ik het om: ‘Heeft u een vriend of een vriendin thuis met wie u hierover kunt praten?’ Op die manier geef je mannen de ruimte om te zijn wie ze zijn.”
Doordat Fred een veilige plek creëert voor deze mannen om open en eerlijk te praten, komt hij erachter dat er veel anti-homogeweld plaatsvindt, waar in die tijd nog weinig of geen aandacht voor is.
Na een tijdje gaat Fred binnen Bureau Slachtofferhulp mannelijke zedenslachtoffers begeleiden. Dit gaat om delicten waarbij de seksuele integriteit van een ander wordt geschonden. Dit is een strafbaar feit binnen het Nederlandse strafrecht. Fred helpt mannen die binnen homoseksuele intimiteitsrelaties zo’n delict meemaken.
Die ene kerstdag
De dag begon als ieder ander: opstaan, klaarmaken en met de metro door Rotterdam naar Bureau Slachtofferhulp. Toch is deze dag ook anders dan de andere dagen uit het jaar. Het is kerst. Een tijd van liefde, warmte en familie. Maar niet voor Fred en zijn cliënt.
Na een koffie en een sigaret loopt Fred naar zijn cliënt. Ze gaan samen aangifte doen van een zedenmisdrijf. Zedenmisdrijven houden er geen rekening mee dat het kerst is.
Op dit moment weet Fred nog niet dat deze aangifte de koers van zijn leven zal veranderen.
Terwijl Fred zijn sigaret aftikt in de keramieken asbak die voor hem op tafel staat, ontstaat er een frons op zijn gezicht. Hij gaat even verzitten, zijn ogen knijpen samen en zijn blik wordt intenser. De glinstering in zijn ogen, die hij tot dan toe heeft als hij over zijn tijd bij Bureau Slachtofferhulp vertelt, dooft. Hij vervolgt het verhaal:
De twee mannen stappen binnen bij het politiebureau. Fred gaat vanuit Bureau Slachtofferhulp mee om mijn cliënt bij te staan, ‘’emotioneel te steunen zeg maar.” Ze gaan zitten in een kleine ruimte. “Die is maar een paar vierkante meter; de grijze muren komen daar snel op je af. Het is de meest ongeschikte ruimte om iemand zijn verhaal te laten doen.” Fred rolt met zijn ogen.
Tegenover de twee mannen zit een rechercheur. Op zijn voorhoofd is duidelijk een fronsrimpel zichtbaar en de jaren in dienst tekenen zich af in zijn gezicht.
Het aangifteproces gaat van start…
Fred zijn cliënt vertelt zijn verhaal. Een zedenmisdrijf dat plaats heeft gevonden tussen twee mannen. De agent trekt zijn dikke, donkere wenkbrauwen omhoog. “Schijnbaar was het voor die rechercheur iets nieuws, maar hij vond het verhaal van die man blijkbaar zo smeuïg, en misschien ook ongeloofwaardig, dat hij zijn collega erbij riep.” Fred maakt een wenkend gebaar.
“Hé Piet, Piet, moet je komen luisteren. Ga zitten, kom eens luisteren. Vertel het nog eens een keer,” klinkt het uit een kille, grijze verhoorkamer.
Fred zet het gesprek samen met zijn cliënt stop. “Ik wil acuut een andere rechercheur spreken. Zo niet, dan wil ik nu een gesprek met de chef van dienst hebben.” Hij vindt het afschuwelijk hoe deze rechercheurs met de situatie omgaan.
In de woonkamer op de grote leren stoel kijkt Fred naar beneden terwijl hij zijn hand voor zijn mond houdt. “Nou, ik kreeg er kippenvel van. Ik voelde me niet goed.”
Roze in Blauw
Inmiddels is er bij de politie veel meer aandacht voor de LHBTI+-gemeenschap. Binnen de politie is Roze in Blauw het LHBTIQ+-netwerk. Bij dit netwerk bestaan er twee standaardprocessen: een intern proces en een extern proces.
Voor het externe proces richt de politie zich vooral op het bereiken van de burger, de LHBTIQ+-gemeenschap. “Wij willen echt benadrukken dat, als je een strafbaar feit meemaakt, je dit altijd bij ons kunt melden. Dat kan bij de politie, maar ook rechtstreeks bij Roze in Blauw,” legt Can Güneyli uit. Hij is het boegbeeld van Roze in Blauw.
Bij het interne proces draait het vooral om de ondersteuning richting collega’s die zelf iets meemaken binnen een team of afdeling. Maar het kan ook zijn dat agenten iets meemaken in contact met een burger, waarover ze graag meer kennis willen hebben.
Kerststukje
“En nou komt het mooiste.” De glinstering in Freds ogen komt weer terug. Fred en zijn cliënt doen na dit voorval aangifte bij een andere rechercheur. Uiteindelijk zitten ze twee uur op het politiebureau.
Het is kerstavond en heel koud in de havenstad. Fred en zijn cliënt gaan vanaf het politiebureau met de metro naar het huis van die meneer. Op de Coolsingel komen ze een bloemenkraampje tegen met allemaal kerststukjes. Fred koopt zo’n kerststukje, zo een met rode besjes en dennenbladeren. Als ze thuis zijn, drinken ze nog een kopje koffie, waarna Fred dat kerststukje aan die man geeft. “Dit wordt een kerst die je waarschijnlijk nooit van je leven zal vergeten. Maar ik ben zo trots op je en ik vind het zo goed van je dat je aangifte hebt gedaan, dat ik voor jou dit kerststukje heb.”
“Als ik eraan terugdenk, heb ik gelijk een lach op mijn gezicht. Ik heb meteen zoiets van: wow, dat heb je goed gedaan, Fred. Soms denk ik weleens: hoe zou het met die man gaan? Maar dat is ook weer irrelevant. Die is ook veertig jaar ouder, ik ook. Misschien is die er niet meer. Nee, maar dat heeft mij goed gedaan.”
“Elk incident is er één te veel”
Dit verhaal speelt zich af in de jaren tachtig. Toch is het ook in deze tijd nog even belangrijk om hier aandacht aan te geven. Fonds Slachtofferhulp meldt dat elk jaar 25% van de homoseksuele en biseksuele mannen seksueel geweld ervaart. 1 op de 3 mannen praat nooit over hun ervaring. Dit maakt het moeilijk om de cijfers te registreren.
Güneyli merkt in de praktijk dat er nog steeds incidenten plaatsvinden tegen de LHBTIQ+-gemeenschap. “Er zijn nog steeds mishandelingen en scheldpartijen, er is nog steeds discriminatie en er zijn nog steeds zedenmisdrijven. Die meldingen krijgen we gewoon binnen. Elk incident is er één te veel, en daarom zijn wij nog steeds hard nodig.”
Bij de politie
De situatie rond die aangifte raakt Fred diep. Hij schrijft brieven naar drie politiebureaus met de boodschap: “Zo ga je niet met mannelijke zedenslachtoffers om. Ik wil graag komen praten om hier voorlichting over te geven.” Alleen bureau Dordrecht reageert op Freds voorstel en nodigt hem uit voor een gesprek. In plaats van voorlichting gebeurt er iets anders.
Niet veel later wordt hij uitgenodigd om te solliciteren en wordt hij aangenomen bij de politie. Drie weken later staat Fred in uniform, houdt hij het bureau ’s nachts in zijn eentje draaiende, en dat zónder politieopleiding. “Die ben ik daarna alsnog gaan volgen. Zo ben ik bij de politie terechtgekomen.” Het begin van 28 jaar trouwe dienst.
Terwijl Fred dit zegt, bedenkt hij zich dat zijn koffie koud aan het worden is. Deze was hij inmiddels al totaal vergeten. Fred brengt het witte kopje met het rode Illy-logo naar zijn mond. “Wat erop staat, zit erin hè.” Fred grijnst en neemt een slok.
“Maar ik heb zoiets: als mensen anders zijn dan de doorsnee mensen — huisje-boompje-beestje — dan heb je een speciale taak gekregen op deze wereld om iets te doen. Zo voel ik dat dan voor mezelf, althans. En mijn taak is om mensen een ander beeld te laten zien van de homoseksualiteit. Wij zitten namelijk overal: we zitten in de horeca, bij de kapper én bij de politie.”
