Woningnood! Of niet?

Woningnood! Of niet?

Nederland kampt met een structureel woningtekort, terwijl tegelijkertijd een deel van de woningvoorraad leegstaat. Die combinatie roept de vraag op of de woningnood vooral een verdelingsprobleem is, of dat het tekort aan woningen daadwerkelijk zo groot is als vaak wordt gesteld. Een analyse van leegstandscijfers en van het woningtekort laat zien dat deze twee verschijnselen minder tegenstrijdig zijn dan ze op het eerste gezicht lijken.

Leegstand is zichtbaar, maar niet toegenomen

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) stonden er op 1 januari 2024 circa 188.830 woningen leeg. Dit cijfer is wel een momentopname, namelijk dit zijn alle woningen die op die datum niet bewoond waren. Het CBS maakt daarbij geen onderscheid tussen tijdelijke leegstand, zoals bij verhuizing of renovatie, en langdurige leegstand. Ook woningen die wachten op sloop of een functiewijziging vallen onder deze definitie.

Belangrijk is dat deze leegstandscijfers geen sterke stijging laten zien ten opzichte van eerdere jaren. De leegstand bedraagt al langere tijd rond de twee à drie procent van de totale woningvoorraad. De data bieden daarmee geen aanwijzing dat leegstand de afgelopen jaren is toegenomen in dezelfde mate als de woningnood. In de visualisatie hieronder is te zien hoeveel woningen er leeg staan per provincie en welke trend er was de afgelopen tien jaar.

Omdat de visualisatie absolute aantallen weergeeft, laten provincies met een grotere woningvoorraad automatisch hogere leegstandscijfers zien.

De verschillen tussen provincies moeten daarom voorzichtig worden geïnterpreteerd. Ze zeggen vooral iets over de omvang van de woningvoorraad, en minder over de relatieve ernst van leegstand. Zonder correctie voor het totale aantal woningen per provincie kan uit deze visualisatie niet worden geconcludeerd dat leegstand in de ene provincie problematischer is dan in de andere.

Waarom leegstand geen direct aanbod is

Dat woningen leegstaan, betekent niet dat zij direct beschikbaar zijn voor woningzoekenden. Veel leegstand ontstaat in overgangsperiodes: tussen huurders, tijdens verbouwingen of in afwachting van verkoop, sloop of herbestemming. Ook juridische en planologische beperkingen spelen een rol.

Volgens woordvoerder Matthijs Keuning van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is dat de reden voor de aangescherpte Leegstandwet, die op 25 juli 2025 in werking is getreden. “Veel gebouwen zijn niet uitsluitend bestemd voor wonen. Met de Leegstandwet willen we vooral langdurige en onnodige leegstand terugdringen,” aldus Keuning. De wet geeft gemeenten meer mogelijkheden om leegstand te registreren en eigenaren te verplichten panden weer in gebruik te nemen.

Het woningtekort in beeld

Tegenover de relatief stabiele leegstand staat een structureel woningtekort. De tweede visualisatie laten de ontwikkeling van het woningtekort tussen 2020 en 2025 zien. Deze cijfers zijn geen directe telling, maar op basis van huishoudensgroei, woningbouw, sloop en samenvoegingen.

Volgens het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening waren er in 2024 naar schatting 451.000 woningzoekenden, terwijl slechts ongeveer 50.000 woningen direct beschikbaar waren. De visualisaties maken zichtbaar dat de woningproductie de groei van het aantal huishoudens niet bijhoudt. Hoewel er in het eerste kwartaal van 2025 volgens het CBS 15,6 duizend woningen zijn toegevoegd, wordt dat effect deels tenietgedaan door sloop, samenvoegingen en functiewijzigingen.

De visualisaties laten vooral een trend zien: het verschil tussen vraag en aanbod neemt over meerdere jaren toe.

Geen paradox, maar structurele spanning

De combinatie van leegstand en woningnood vormt geen echte paradox. De data laten zien dat de woningvoorraad op papier groot is, maar in de praktijk slechts gedeeltelijk inzetbaar. Leegstand is grotendeels tijdelijk of juridisch beperkt, terwijl het woningtekort structureel is en voortkomt uit jarenlange onderproductie.

De interactieve datavisualisaties maken duidelijk dat leegstand slechts een beperkte rol speelt in het oplossen van de woningnood. Zelfs als alle leegstaande woningen benut zouden kunnen worden, blijft het tekort bestaan. De spanning op de woningmarkt is daarmee vooral het gevolg van een mismatch tussen vraag, locatie en beschikbaarheid van woningen.

Dataverantwoording:

De data van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is betrouwbaar omdat het CBS werkt volgens wetenschappelijke standaarden. Het CBS is daarnaast een onafhankelijke overheidsinstelling die wettelijk verplicht is om objectieve data te publiceren over de Nederlandse samenleving en economie.

De gegevens worden verzameld uit verschillende, gecontroleerde bronnen, zoals: enquêtes, registraties en andere gegevens van overheidsinstanties. De data wordt voor publicatie nog geanalyseerd en gecontroleerd. Daarnaast waarborgt het CBS de privacy van de respondenten en organisaties.

Over de auteur

Bahaar Ramdjanbeg

Dit is Bahaar Ramdjanbeg, 19 jaar en wonend in Den Haag. Ze is geïnteresseerd in politieke journalistiek en misdaadjournalistiek. Ze heeft, voordat ze voor journalistiek koos, ook twee jaren Rechten gestudeerd.