De trein lijkt stil en afgesloten: reizigers met oortjes in, ogen op een scherm, ieder in zijn eigen bubbel. Toch laten nieuwe observaties zien dat dat beeld niet voor iedereen geldt. Uit onderzoek onder 276 treinreizigers blijkt dat vooral jongeren hun reistijd achter een scherm doorbrengen, terwijl oudere reizigers juist opvallend vaak met elkaar praten en hun telefoon links laten liggen. In 2020 gebruikten jongvolwassenen op een doordeweekse dag gemiddeld 6 tot 7 uur een scherm, en meer dan de helft vindt dat ze te veel schermtijd hebben (Trimbos instituut, 2020).
Generatieverschillen in schermgebruik
Tijdens observaties in de tweede klas van de intercity tussen Apeldoorn en Utrecht viel een duidelijk verschil tussen generaties op. Jongeren (18-30 jaar) gebruikten het vaakst een scherm in de trein: 91 zaten op hun telefoon en 8 op een laptop of tablet. Bij de 31-50-jarigen was dat minder, met 24 op de telefoon en 12 op een laptop of tablet. Bij reizigers van 50 jaar en ouder kwam schermgebruik bijna niet voor: slechts 4 zaten op hun telefoon en 2 op een laptop of tablet.
Ouderen praten wel
Tegelijkertijd gebeurt bij diezelfde oudere reizigers iets opvallends: zij praten juist wel. Van de geobserveerde 50-plussers waren 24 in gesprek met hun medereiziger. Ter vergelijking: onder jongeren werden 25 gesprekken waargenomen en in de middengroep 19. Hoewel er in absolute aantallen ongeveer evenveel gesprekken werden waargenomen bij jongeren en ouderen, waren ouderen als groep kleiner vertegenwoordigd. Daardoor ligt het aandeel pratende reizigers bij 50-plussers relatief hoger.
Wie regelmatig met de trein reist, verwacht misschien het tegenovergestelde. Toch herkent conducteur Ingeborg Remmers het patroon meteen. Zij werkt al bijna acht jaar bij de NS en ziet dagelijks hoe verschillend reizigers zich gedragen. “Jongeren zitten vooral op hun telefoon of achter hun iPad of computer. Veel oortjes, allemaal in hun eigen bubbel,” vertelt ze. “Oudere reizigers zijn juist nog wel van het communiceren, het lezen van een boek of gezellig met elkaar kletsen.”
Invloed van generatie en gewenning
Remmers legt uit dat dit niet alleen met leeftijd te maken heeft, maar ook met gewenning. Uit onderzoek blijkt bovendien dat dit samenhangt met generatieverschillen en het verschil in digitale gewenning (Janssen, 2006). Jongere reizigers zijn opgegroeid met smartphones en gebruiken hun telefoon automatisch tijdens de reis. Ouderen zijn minder digitaal gewend en richten zich vaker op hun omgeving of op hun medereiziger. Dat verschil blijft bestaan, ongeacht hoe druk het in de trein is. “Ook als mensen moeten staan, zitten ze nog steeds op hun telefoon,” zegt Remmers.
Veranderingen sinds corona
Sinds de coronapandemie is dat gedrag verder versterkt. “Mensen zijn meer op zichzelf, luisteren minder naar omroepen en zitten vaker met koptelefoons of oordoppen in,” merkt ze op. Juist oudere reizigers lijken zich daar minder in terug te trekken en blijven beter aanspreekbaar.
Toch is er altijd nog een klein deel van de reizigers dat hun telefoon weglegt. Zij kijken uit het raam, lezen een boek of voeren een gesprek met hun medereiziger. Zo ontstaat een opvallend contrast tussen de digitale bubbel van de meerderheid en de momenten van echte interactie, waarbij leeftijd en tijdstip duidelijk verschil maken in hoe mensen hun reistijd besteden.
Verantwoording
Voor dit onderzoek zijn 276 reizigers in de 2e klas van de intercity Apeldoorn naar Utrecht en andersom geobserveerd over twee weken (één rit per dag, drie dagen per week). Stiltecoupés en de eerste klas zijn niet meegenomen. Iedere reiziger is één keer geteld in een momentopname, activiteiten zijn ingedeeld in acht categorieën: telefoon, laptop/tablet, lezen, muziek/oortjes, slapen/dutten, praten, uit het raam kijken en overige. Onder overige vallen activiteiten zoals het doen van visagie en bellen. De leeftijd is geschat op zicht en ingedeeld in drie leeftijdsgroepen. Alle data is geanonimiseerd en verwerkt in Google Sheets. De interactieve visualisaties zijn gemaakt in Flourish.
