Hongarije heeft jarenlang amper wapens geïmporteerd. Sinds 2022 is er echter een duidelijke verschuiving zichtbaar. Waar grote importeurs als Noorwegen en Nederland juist dalen in wapenimport, maakt Hongarije een snelle inhaalslag.
Volgens SIPRI stijgt de Europese wapenimport vanaf 2022 aanzienlijk, vooral bij West‑Europese landen, als gevolg van de Russische invasie van Oekraïne. Hongarije investeerde vóór 2022 nauwelijks in zware wapens, de import bleef jarenlang even laag als in de periode 2016 tot en met 2021. Veel eerder geplaatste orders zijn echter versneld geleverd in 2022, waardoor de stijging in één jaar plots zeer sterk zichtbaar wordt.
Daarnaast lag er al sinds 2017 een militair moderniseringsplan klaar: het Zrínyi 2026‑programma. Dit richt zich op het vervangen van verouderd Sovjet‑materieel door moderne systemen die compatibel zijn met NAVO‑operaties. Het programma moet Hongarije in staat stellen een grotere bijdrage te leveren aan de alliantie en de NAVO‑verplichtingen beter na te komen. Het land stond namelijk lange tijd onder de NAVO‑norm, die voorschrijft dat lidstaten 2 procent van het bbp aan defensie moeten besteden. Uit NAVO‑rapportages blijkt dat de stijgende wapenimport bij Europese landen direct samenhangt met de verhoogde defensiebudgetten.
Volgens Krisztina Lajosi‑Moore, universitair hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam, was de Hongaarse premier Viktor Orbán zelfs een van de eerste Europese leiders die stelde dat Europa een eigen defensiestructuur moet opbouwen.
“Misschien zal Amerika de NAVO ooit verlaten, en daarom moet Europa zelfstandiger opereren,” licht ze toe. Volgens haar voorzag Orbán al eerder dat Europa niet volledig kan vertrouwen op Amerikaanse defensiemacht binnen de alliantie.
Uit SIPRI‑gegevens blijkt verder dat bijna de helft van alle geïmporteerde wapens tussen 2016 en 2026 uit Duitsland afkomstig is. Dat aandeel ligt ver boven leveranciers zoals de Verenigde Staten en Frankrijk. Hoewel Duitsland een grote wapenexporteur is, valt de intensiteit van de relatie met Hongarije op. Volgens Lajosi‑Moore hebben Duitse wapenfabrikanten nauwe banden met fabrieken in Hongarije. “Het verbaast me niet dat Duitsland de grootste exporteur is,” zegt ze. “Ze verkopen aan een ander EU‑ en NAVO‑lid. In die zin verkopen ze niet aan Orbán zelf, maar binnen de alliantie.” Tegelijkertijd leeft in Hongarije de wens dat de Verenigde Staten meer investeren en dat er meer Amerikaanse wapenfabrieken in het land worden gevestigd.
Dataverantwoording
De gebruikte cijfers zijn afkomstig uit de SIPRI Arms Transfers Database, de internationale standaardbron voor gegevens over wapenleveringen. De dataset bevat alle geïdentificeerde leveringen van grote conventionele wapens aan onder meer Hongarije in de periode 2016–2026, gemeten in SIPRI Trend‑Indicator Values (TIV). Deze TIV‑waarden drukken geen financiële kosten uit, maar de militaire waarde van wapens, waardoor landen en jaren met elkaar kunnen worden vergeleken. De grafieken tonen alleen geleverde wapens, geen geplaatste orders of defensiebudgetten.
Tot de wapencategorieën in de SIPRI‑dataset behoren onder andere: tanks, pantservoertuigen, artilleriesystemen, raketsystemen, luchtverdedigingssystemen, gevechtsvliegtuigen, trainingsvliegtuigen, transportvliegtuigen, militaire helikopters en radars.
In de dataset is gekeken naar Hongarije en twee andere landen om de trends met elkaar te vergelijken en zo een duidelijk beeld van de situatie te scheppen. Vervolgens is er gekeken naar alle leveranciers van wapens aan Hongarije, waarbij de grootste leveranciers afzonderlijk zijn opgenomen in de visualisatie. In de categorie ‘overig’ vallen landen die een bijdrage leveren van minder dan drie procent.
