Waar je woont bepaalt hoe lang je wacht op ggz-zorg

Waar je woont bepaalt hoe lang je wacht op ggz-zorg

Bron: Pexels

Bijna de helft van de Nederlanders krijgt ooit een psychische aandoening, zo blijkt uit cijfers van het Trimbos. Wie hulp zoekt moet echter vaak maanden wachten. De wachttijden in de geestelijke gezondheidszorg zijn al jaren hoog en daar is nauwelijks verandering in te zien, blijkt uit cijfers van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

Uit wachttijdcijfers van de NZa blijkt dat wachttijden in de ggz sterk verschillen per zorgregio * en vaak ruim boven de Treeknorm van 14 weken liggen.

In Flevoland bedraagt de wachttijd momenteel 54 weken, terwijl deze in Zuid-Limburg rond de 6 weken ligt (maart 2026). Concreet betekent dit dat patiënten in sommige regio’s tientallen weken langer moeten wachten dan dat de norm voorschrijft.

Voor wachttijden in de ggz is een landelijke norm afgesproken: de zogenoemde Treeknorm. Die bepaalt dat mensen binnen 14 weken een intake én start van behandeling zouden moeten krijgen. In de praktijk blijkt echter dat deze norm in een aanzienlijk gedeelde van Nederland moeilijk haalbaar is en vaak wordt overschreden. De haalbaarheid van deze norm verschilt bovendien per type zorg: in de basis-ggz, waar lichtere klachten worden behandeld, liggen wachttijden vaak lager dan in de specialistische ggz, waar complexere problematiek meer tijd en capaciteit vraagt.

VU-gezondheidseconoom Xander Koolman, die eerder onderzoek deed naar de registratie van wachttijden in de ggz, geeft aan dat de regionale verschillen deels te verklaren zijn door de beschikbaarheid van zorgverleners.

“In sommige regio’s is het moeilijker om voldoende psychiaters aan te trekken, waardoor wachttijden oplopen,” aldus Koolman. “Psychiaters hebben daarnaast voorkeuren voor sommige groepen patiënten en typen werkgevers, waardoor anderen achterblijven en met name de complexere gevallen vaker langer moeten wachten.”

Bastiaan Wallage is universitair docent gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en gespecialiseerd in regelgeving en financiering binnen de zorg. Hij houdt zich bezig met toezicht en zorginkoop. Wallage licht de rol van de zorgaanbieder toe. Volgens hem speelt de organisatie van het huidige zorgsysteem ook een rol in de lange wachttijden. Zorgverzekeraars werken met budgetplafonds, waardoor zorginstellingen niet onbeperkt zorg kunnen blijven leveren. “Is zo’n plafond vol, dan kun je ook niet zomaar doorleveren, dan ontstaat er een wachtlijst”, aldus Wallage.

Sinds dit jaar (2026) worden wachttijden deels anders bijgehouden, namelijk automatisch berekend op basis van declaratiedata. Dit maakt vergelijking met eerdere jaren lastiger. De nieuwe meetmethode moet de cijfers betrouwbaarder maken. Volgens Nienke Epskamp, toezichthouder bij de Nederlandse Zorgautoriteit, zijn het verbeteren van de datakwaliteit en het verminderen van administratieve lasten belangrijke redenen voor deze nieuwe methode. Omdat deze methode nog niet voor alle aanbieders geldt, zijn de wachttijdcijfers nog deels afhankelijk van aanlevering door zorgaanbieders en daardoor niet altijd volledig nauwkeurig.

Ondanks de verandering in meetmethode blijft het beeld duidelijk: de wachttijden in de ggz zijn hoog en ongelijk verdeeld.

Terwijl de Treeknorm moet zorgen voor gelijke toegang tot zorg, laten de grote verschillen in wachttijden zien dat die gelijkheid in de praktijk ontbreekt. In sommige zorgregio’s wachten patiënten maanden langer dan in andere delen van het land. Volgens Wallage is dat niet eenvoudig op te lossen: “Het huidige stelsel zit behoorlijk complex in elkaar en veranderingen hebben vaak ook weer nieuwe gevolgen.”

 * Zorgregio’s zijn gebieden die gebaseerd zijn op hoe de zorg in Nederland is georganiseerd en komen niet overeen met provincies.

Verantwoording
Voor dit artikel zijn wachttijdcijfers gebruikt van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), gebaseerd op declaratiedata en aanleveringen van zorgaanbieders. De data heeft betrekking op de meest recente beschikbare cijfers, waaronder wachttijden per zorgregio en gemiddelden over de periode januari tot en met maart 2026.

Voor de visualisaties zijn verschillende selecties gemaakt uit de data, waaronder regionale gemiddelden en uitsplitsingen naar type zorg en aanbieder. In sommige gevallen zijn gegevens samengevoegd of bewerkt om vergelijkingen tussen regio’s mogelijk te maken.

De cijfers geven een indicatie van de wachttijden, maar zijn niet volledig nauwkeurig. Dit komt doordat een deel van de data afhankelijk is van aanlevering door zorgaanbieders en doordat bij de intake nog niet altijd een definitieve diagnose wordt vastgesteld. Hierdoor kunnen wachttijden in de praktijk afwijken van de weergegeven cijfers.

Over de auteur