De Pijp, net ten zuiden van het centrum van Amsterdam, ruikt niet meer alleen naar koffie van decennialange espressomachines of naar bier aan vaste stamtafels; tussen de oude cafés en eetcafés verschijnen steeds vaker matchabars, conceptstores en minimalistische koffiezaken. Geen enkele stad in Nederland heeft zoveel horeca en foodservice als Amsterdam, en in De Pijp wordt zichtbaar hoe toerisme, gentrificatie en stijgende kosten lokale ondernemers onder druk zetten. De wijk oogt levendig, maar die levendigheid verandert het karakter van de buurt en wordt niet door iedereen als vooruitgang ervaren.
Mensen lopen elkaar kriskras voor de voeten in De Pijp. In de verte klinkt het geschreeuw van marktlui op de Albert Cuyp, terwijl fietsers als een speer over de Ferdinand Bolstraat razen. Een tram rinkelt zich een weg door de drukte, gevolgd door het geritsel van boodschappentassen en het constante geroezemoes van stemmen. Tussen al dat verkeer rijgen cafés, eetcafés en lunchrooms zich aaneen, deuren open, terrassen vol, koffiemachines sissend op de achtergrond.
Juist in de Oude Pijp voelt een deel van de bewoners dat de buurt verandert op manieren die de lokale horeca onder druk zetten. Volgens de Binnenstadsenquête van de gemeente Amsterdam ervaart 46 procent van de respondenten de bezoekersdruk negatief, vooral bewoners (Gemeente Amsterdam, 2023). Tegelijkertijd telt Amsterdam ruim 4.500 zelfstandige horecabedrijven (Horecabeleid 2025), wat de druk op de openbare ruimte in De Pijp verder vergroot. Bewoners die al langer in de wijk wonen, ervaren deze veranderingen vaker als verlies van de vertrouwde buurtidentiteit, terwijl jongere en nieuwe bewoners de levendigheid juist als positief zien. Die tweedeling wordt meteen duidelijk bij een bezoek aan de klassieke cafés van De Pijp, waar ondernemers zoals Bea Smit van café Hermes nog dagelijks merken hoe de wijk verandert.
Identiteit van De Pijp verandert
In café Hermes lijkt de tijd stil te staan. Het pand uit 1888 ademt geschiedenis, met herinneringen aan koffiehuizen en de Tweede Wereldoorlog. “Het is hier echt een heel oud café,” zegt mede-eigenaresse Bea Smit. Sinds 2008 runt ze het buurtcafé, waar mensen sjoelen, kaarten en voetbal kijken. Dat type café verdwijnt snel uit De Pijp. “Vroeger had je hier achttien buurtcafés, nu misschien nog drie,” zegt ze.


Volgens Smit hangt dit samen met de veranderde samenstelling van de wijk. “De echte Amsterdammers zijn weg. Vroeger betaalden mensen drie- tot vierhonderd euro huur, nu 2300. Dan blijft er weinig over voor de kroeg,” legt ze uit. Hogere prijzen zoals bij nieuwe horecaconcepten passen niet bij een buurtcafé. “Een vodka van dertien euro? Dat is niet voor ons.”
Nieuwe, hippe zaken geven haar vooral een gevoel van vervreemding. “Dit is een plek waar je sjoelt of een kaartje legt, waar mensen elkaar kennen,” zegt ze. Café Hermes houdt zich nog net staande als familiebedrijf, maar rijk word je er niet van. Tegelijk ziet Smit om zich heen zaken verdwijnen of van eigenaar wisselen. Ze is ook kritisch over gemeentelijk beleid: “Vergunningen en regels drukken zwaar. Een wintervergunning kost vijfduizend euro, dat kan ik niet betalen.”
Over de toekomst van De Pijp is ze somber. “Straks staan hier vooral eetzaken, nagelstudio’s en massagesalons. Maar een echte kroeg, waar iedereen welkom is, die verdwijnt.”
‘De echte Amsterdammers zijn weg’
Wat Bea Smit bij Café Hermes ziet, past in een bredere trend: cafés en klassieke ontmoetingsplekken verdwijnen in hoog tempo uit Amsterdam, waaronder De Pijp. Landelijk sluiten gemiddeld meer dan drie cafés per week, door hoge kosten, veranderende uitgaansgewoonten en gentrificatie, het proces waarbij rijkere bewoners, toeristen en nieuwe bedrijven de buurt overnemen, waardoor traditionele bewoners en ondernemers onder druk komen te staan. Sinds 2007 nam het aantal restaurants met 58 procent toe en het aantal bedrijven in de eventcatering ruim zes keer, terwijl het aantal cafés juist met 33 procent afnam, volgens CBS. In Amsterdam alleen al daalde het aantal cafés in twaalf jaar met ongeveer een kwart. Traditionele ontmoetingsplekken maken zo plaats voor moderne horeca, en daarmee verandert ook de identiteit van de buurt en de stad.
De druk van toerisme
De deur van café Chris Scholten zwaait open en meteen valt de geur van vers getapt bier en hout van het oude interieur op. Het zachte geroezemoes van vaste klanten vermengt zich met het kraken van houten stoelen op de vloer. De bruine lambrisering, de warme verlichting en de stapels bierviltjes op de tafels geven het café een vertrouwde, huiselijke sfeer. Achter de bar schuift Melvin Hovestad glazen en flessen in het ritme van de drukte en groet de ondertussen binnenkomende gasten bij naam.


Amsterdam trekt jaarlijks miljoenen bezoekers: in 2023 werd de stad naar schatting 25,4 miljoen keer bezocht door dagtoeristen, met daarnaast 22,1 miljoen overnachtingen van toeristen (Open Research Amsterdam, 2024). Die constante stroom bezoekers is voelbaar in De Pijp, waar cafés dagelijks een mengelmoes van lokale bewoners, studenten, jonge stedelingen en toeristen ontvangen.
Café Chris Scholten, een bruine kroeg sinds 1977, voelt de veranderingen in De Pijp al tientallen jaren. “Het was een warme buurt, heel anders dan nu,” vertelt Hovestad. Het publiek is divers: ouderen, studenten, jonge stedelingen en toeristen. “De opkomst van nieuwe koffiezaken zie ik niet als bedreiging, maar de druk van toerisme en stijgende prijzen voel je wel.”
Volgens Hovestad zit de kracht van oude cafés in hun laagdrempeligheid. Betaalbaarheid en sfeer zijn essentieel om vaste gasten te behouden, vooral nu huur en inkoopprijzen stijgen. “De Jordaan en Oud-West zijn al centrum geworden, De Pijp is nu aan de beurt. Je merkt dat de kosten en de drukte echt toenemen,” zegt hij. Voor hem draait het ook om de identiteit van de wijk: “Als uitgaan straks alleen nog voor mensen met geld is, dan verliezen we precies wat een lokale kroeg hoort te zijn: een huiskamer voor iedereen.”
Een paar straten verder wordt lunchroom Hannibal binnengestapt. Binnen is het warm en vol. Tafels staan dicht op elkaar, stoelen schuiven over de vloer en bestellingen worden al pratend doorgegeven. Aan de muur hangen vergeelde foto’s en handgeschreven menu’s, ogenschijnlijk onveranderd door de jaren heen. Achter de toonbank wordt brood gesneden, koffie ingeschonken en vaste klanten bij naam begroet.


Leo Mak staat al veertig jaar in lunchroom Hannibal, een klassiek familiebedrijf aan de rand van de Albert Cuyp. Hij begon samen met zijn vader, die meerdere cafetaria’s had, en zag De Pijp vroeger vooral als een buurt voor oudere bewoners. “Het was rustiger. De markt trok dagjesmensen, maar de wijk leefde echt van de buurt,” vertelt hij.
Het klantenbestand is door de jaren heen veranderd: dertig tot veertig procent toeristen, aangevuld met studenten en ouderen. “Die laatste groep wordt steeds kleiner,” zegt Mak. Daarnaast merkt hij dat de stijgende huurprijzen en kosten voor vergunningen een constante druk vormen op ondernemers. “Je moet goed kijken waar je in investeert. Het loopt soms sneller vol dan je verwacht, maar de kosten drukken zwaar,” zegt hij.
Mak ziet het als een uitdaging om zijn zaak betaalbaar en authentiek te houden. “We doen niet mee met elke hype, maar je merkt dat sociale media en toerisme een onverwacht effect hebben op wie hier binnenkomt,” legt hij uit. Zo laat de aanwezigheid van toeristen soms een andere dynamiek zien dan de vaste klanten die hij gewend was.
Social media en TikTok-foodtours
De horeca in De Pijp wordt de laatste jaren sterk beïnvloed door social media, vooral TikTok. Populaire gerechten zoals Koreaanse fried chicken, matcha-dranken en ambachtelijke broodjes trekken bezoekers uit de hele stad. Lange wachtrijen, vaak ‘TikTok-rijen’ genoemd, ontstaan doordat mensen afgaan op Instagram-waardige gerechten, comfort food en vernieuwende concepten. De online populariteit van een zaak kan daarmee direct zorgen voor drukte en extra omzet, maar ook de dynamiek van de buurt beïnvloeden.
Vooral in straten zoals de Gerard Doustraat lijken hippe koffiebars en boetieks elkaar af te wisselen, waardoor het een populaire plek is geworden voor jonge yuppen. Nieuwe horecazaken, renovaties en conceptstores trekken steeds meer welvarende bewoners aan. Daardoor stijgen de huurprijzen en verandert het karakter van de wijk (Kahn, 2025).
Bij een hippe matcha store wordt deze transformatie voelbaar. Strakke witte muren, grote ramen en een minimale inrichting creëren een bijna klinische sfeer. Het oogt niet gezellig zoals een traditionele koffietent, maar toch zitten er veel mensen: jonge professionals met laptops, toeristen die foto’s maken en lokale bewoners die snel een matcha latte meenemen. Naast dranken biedt de winkel lifestyleproducten aan: keramische kopjes, houten lepels, theepotten en andere accessoires. Alles straalt rust en design uit.
Commercialisering en horecadichtheid
Dat De Pijp steeds meer draait om horeca, blijkt ook uit cijfers van de gemeente Amsterdam. In Oude Pijp bevinden zich maar liefst 125 horecazaken, aanzienlijk meer dan in andere wijken binnen stadsdeel Zuid. Daarmee heeft de buurt een uitzonderlijk sterk horeca-profiel, dat het straatbeeld en het dagelijks leven in de wijk in hoge mate bepaalt. Waar andere buurten een meer gemengd aanbod kennen, concentreert horeca zich in De Pijp opvallend sterk.
Tegelijk probeert de gemeente verdere commercialisering van de stad af te remmen. Sinds 2017 zijn toeristische winkels in delen van de binnenstad verboden en gelden strengere regels voor reclame, taalgebruik en het aanbod van producten. In 2020 werd bovendien aangekondigd dat de toeristische bestemming van 165 panden zou worden geschrapt, om meer ruimte te creëren voor lokale ondernemers. Hoewel deze maatregelen bedoeld zijn om de balans tussen toerisme en leefbaarheid te herstellen, is in De Pijp te zien hoe groot de druk op horeca blijft. De hoge concentratie aan cafés en restaurants roept de vraag op of beleid voldoende grip heeft op de gevolgen van gentrificatie, of dat commerciële belangen voorlopig de overhand houden (Gemeente Amsterdam, 2024). Ook staat De Pijp op de derde plek met de meeste restaurants van de gebieden in Amsterdam. De Pijp is met ongeveer 2,6 km² een kleine maar drukke buurt, terwijl het hele centrum van Amsterdam, met Centrum-Oost en Centrum-West, zo’n 8 km² groot is. Daardoor liggen de cafés, lunchrooms en andere horecazaken in De Pijp dicht op elkaar, waardoor de druk op deze plekken extra merkbaar is.
Dataverantwoording
De cijfers over het aantal horecazaken in De Pijp zijn afkomstig uit openbare data en wijkcijfers van de gemeente Amsterdam. Ik heb deze data gebruikt omdat hiermee goed zichtbaar wordt waar in De Pijp veel horeca geconcentreerd is en hoe dit zich verhoudt tot andere delen van de stad, zoals het centrum. Door De Pijp met het centrum te vergelijken, wordt duidelijk hoe dicht de horecadichtheid bij elkaar ligt en hoe groot de druk op de wijk is. De data is gevisualiseerd met Flourish.
Beleid en regulering
Volgens Elsbeth Boer, programmamanager Economie bij stadsdeel Zuid, is de verandering van het horeca-aanbod in De Pijp onderdeel van een bredere stedelijke ontwikkeling. “Wat je in het centrum ziet gebeuren, spreidt zich langzaam uit naar andere wijken. De Pijp is officieel geen centrum, maar functioneert wel als bezoekersgebied van Amsterdam.”
De gemeente ziet dat er in De Pijp al lange tijd veel horeca zit en daarom geldt er sinds 2018 een horecastop. “Er zit genoeg horeca in De Pijp. Nieuwe horecazaken staan we alleen toe als een bestaande zaak stopt.” Toch lijkt het voor bewoners alsof het aanbod blijft groeien. Dat komt vooral door zogenoemde ‘verkapte horeca’ in winkelpanden: winkels die officieel geen café of restaurant zijn, maar wel koffie, drank of eten verkopen. “Voor de gemiddelde bezoeker lijkt het alsof er horeca bijkomt, terwijl dat formeel niet zo is.”
Handhaven op die mengvormen is lastig en tijdrovend. “Het popt sneller op dan dat we ertegen kunnen handhaven,” zegt Boer. Ondernemers zoeken bewust de grenzen op, terwijl bestaande horecazaken juist te maken hebben met strenge vergunningseisen en hoge kosten. Dat zorgt voor scheve verhoudingen. “Die voelen zich niet serieus genomen als de buurman zomaar ook een koffietent kan openen.”
Volgens Boer draait de discussie niet alleen om horeca, maar vooral om een veranderend publiek. “Het pand is hetzelfde gebleven, wat er mag gebeurt ook, maar het type bezoekers verandert.” Vooral oudere bewoners in sociale huurwoningen ervaren daardoor meer overlast en vervreemding. “Ze herkennen zich niet altijd meer in hun eigen buurt.” De veranderingen in De Pijp zijn volgens haar deels onvermijdelijk. “We zijn van een ‘place to buy’ naar een ‘place to be’ gegaan, een winkelstraat om te beleven. En daar hoort blijkbaar veel eten en drinken bij.” Of dat ten koste gaat van de ziel van de wijk, hangt sterk af van perspectief: “De een vindt het storend, de ander een leuke verandering. Het is een kwestie van perceptie.”
Een wijk in beweging
De Pijp laat zien hoe een buurt kan veranderen onder druk van bezoekers, hoge kosten en nieuwe bewoners. Terwijl oude cafés en lunchrooms proberen stand te houden, bepalen toerisme en commerciële ontwikkelingen steeds meer het straatbeeld en raakt ook de identiteit van de wijk in beweging. Het is een wijk vol contrasten: vertrouwde plekken naast nieuwe trends, lokale bewoners naast voorbijgangers. Tussen het sissen van koffiemachines en het geroezemoes van terrassen wordt duidelijk dat De Pijp nooit stilstaat, en dat de toekomst van de horeca altijd een zoektocht blijft naar balans tussen oud en nieuw.