Een andere beleving van de marathon

Een andere beleving van de marathon

Renée Mantel (26) is na de marathon van 2025 zelf begonnen met trainen voor de volgende editie. Ze deed dat onder meer om geld in te zamelen voor onderzoek naar frontotemporale dementie (FTD), de ziekte waaraan haar vader zes jaar geleden overleed. Door blessures staat ze dit jaar niet aan de start, maar langs de kant om aan te moedigen.

Bij de Erasmusbrug staat Renée tussen de drukte te wachten. Ze kijkt naar de grote groep lopers die voorbijkomt en bereidt zich voor om haar vriendin Janine aan te moedigen. Langs het parcours is het vol. Mensen staan dicht op elkaar om een goed plekje te bemachtigen en hun loper aan te moedigen.

Vorig jaar stonden Renée en Janine hier samen langs het parcours. Daarna besloten ze allebei om zelf de marathon te gaan lopen. Ze begonnen samen met trainen. “In april 2025 kon ik nog geen drie minuten rennen,” vertelt Renée. Toch bouwde ze het hardlopen langzaam op. Als stok achter de deur zette ze zichzelf het doel om met haar deelname geld op te halen voor onderzoek naar FTD, de ziekte waaraan haar vader overleed.

Janine is nog steeds niet voorbij gerend, maar haar live locatie komt steeds dichter bij de Erasmusbrug. Het moment dat ze voorbij komt rennen lijkt dichtbij. Renée staat samen met een vriendin klaar met een zelfgemaakt bord. Aan de ene kant staat: ‘Janine Lightning McQueen’. Aan de andere kant: ‘Fred Raket’, dit is voor een andere vriendin die ook meeloopt.

Terwijl ze wacht nog steeds wacht op Janine, vertelt Renée over haar voorbereiding. “Omdat ik niet echt sportief was en geen conditie had, ben ik heel rustig begonnen,” zegt ze. “Eerst met een loop van twee kilometer, waarbij ik 300 meter jogde en dan 300 meter wandelde. Met een schema dat ik op TikTok vond, heb ik dat langzaam opgebouwd.” Ze trainde niet alleen. Soms liep ze samen met Janine, soms nam ze het as van haar vader mee in een ‘travel sized’ urn. Dit zorgde voor extra steun.

Ondertussen is Janine gespot. Ze draagt een roze outfit en is daardoor al van een afstand herkenbaar. Renée roept hard haar naam om haar aandacht te trekken. En dat lukt. Janine ziet haar langs de kant staan. Ze moet lachen om het bord dat Renée heeft gemaakt en zwaait kort. Binnen enkele seconden is ze alweer verdwenen tussen de andere lopers.

Dan is het tijd voor Renée om op te fiets te stappen en weer door te gaan naar het volgende punt waar ze Janine gaat aanmoedigen, dit is bij de 25 kilometer.

Blessure zet een streep door de start

Na maanden fanatiek trainen voor de marathon kreeg Renée last van blessures. Het begon met pijn in haar schenen, de bekende shin splints. Samen met een fysiotherapeut probeerde ze de klachten te verminderen, maar dat lukte niet. Door de overbelasting kreeg ze uiteindelijk ook pijn in haar heup en lies. “Toen kwam het besef dat het echt niet goed zat,” vertelt Renée.

Twee maanden voor de marathon viel het besluit dat ze niet zou starten. “Dat was moeilijk,” zegt ze. Ze liep niet alleen voor zichzelf, maar ook voor haar vader. “Ik ben pas begonnen met sporten nadat hij overleed, dus het voelt ook een beetje als iets wat ik van hem heb meegekregen.”

Samen joggend over het parcours

Aangekomen bij het 25-kilometerpunt zet Renée haar fiets neer en zoekt ze opnieuw een plek langs het parcours. Precies als ze vooraan staat, loopt een man voorbij die al jonglerend de marathon aflegt. “Dat is indrukwekkend om te zien,” zegt Renée lachend.

Na een paar minuten wachten ziet ze Janine aankomen. Renée moedigt haar aan en maakt zich klaar om een stukje met haar mee te rennen. “Ik wil gewoon even een klein stukje met haar meelopen om haar extra te motiveren,” zegt ze. Zodra Janine langskomt, begint Renée ook met rennen. Samen joggen ze een stukje over het parcours, allebei met een glimlach. Precies op deze manier hadden ze de marathon eigenlijk samen willen lopen.

Nadat Janine weer helemaal gemotiveerd was om zelf door te rennen, kwam Renée weer van het parcours af. Ze haalt haar fiets op en gaat door naar de Boezembocht, het volgende punt waar ze haar vriendin wil aanmoedigen. De lopers komen daar twee keer langs een keer voor ze het Kralingse Bos in gaan en wanneer ze er weer uit komen.

Een vader die langzaam veranderde

Tijdens de fietstocht naar de Boezembocht vertelt Renée dat ze het jammer vindt dat ze niet mee kon doen aan de marathon. “Ik denk dat mijn vader alsnog supertrots op me zou zijn geweest, en tegelijk verbaasd dat ik überhaupt zou kunnen hardlopen,” vertelt ze. Met haar inzamelingsactie haalde ze ruim 1.000 euro op voor onderzoek naar FTD.

Bij deze vorm van dementie raak je je geheugen niet direct kwijt, maar verandert vooral het gedrag en het empathisch vermogen. “Je verliest als het ware een deel van je persoonlijkheid,” legt Renée uit. Ze vindt het belangrijk om daar aandacht voor te vragen, omdat FTD nog relatief onbekend is en er veel onderzoek nodig is. “Er wordt nu hard gewerkt aan meer kennis over de ziekte, daar wilde ik graag aan bijdragen.”

De ziekte van haar vader begon toen Renée nog op de middelbare school zat. In eerste instantie leken de symptomen die hij had op een burn-out. Hij had een eigen praktijk als podotherapeut.  Zo reed hij ’s avonds soms nog op de motor heen en weer om te controleren of de deuren van zijn pand goed afgesloten waren. Toen zijn gedrag verder begon te veranderen, werd duidelijk dat er meer aan de hand was.

“De eerste twee jaar van zijn ziekte woonde hij nog bij ons thuis. Als ik op een dinsdagmiddag vroeg uit school was, ging ik niet met klasgenoten iets doen, maar naar huis om hem in de gaten te houden. Hij liep bijvoorbeeld zomaar naar buiten om fietslampjes in andermans tuin uit te zetten. Dat was allemaal goed bedoeld, maar voor anderen kan het natuurlijk vreemd zijn als er ineens een onbekende man in je tuin staat. De verantwoordelijkheden die ik op mijn bord kreeg, hebben veel impact gehad op mijn middelbare schooltijd,” vertelt ze terwijl de Boezembocht in zicht komt.

Uiteindelijk leefde hij zeven jaar met de ziekte. In die periode veranderde hij in iemand die voor Renée steeds minder herkenbaar werd. Hij verloor steeds meer vaardigheden, zoals spreken en het op een herkenbare manier uiten van emoties. Als zij bijvoorbeeld moest huilen, kon hij niet meer begrijpen dat ze verdrietig was of dat ze troost nodig had.

“Ook in mijn tussenjaar heeft zijn ziekte invloed gehad,” vertelt ze. “Ik had graag willen reizen, maar dat kon niet met in mijn achterhoofd dat hij elk moment kon overlijden. Dan ga je niet zomaar ergens in de jungle in Azië zitten, zonder te weten wanneer je weer naar huis kunt.”

Aangekomen bij de Boezembocht zet Renée haar fiets neer en stapt af. “Het voelde alsof je al afscheid had genomen, terwijl iemand er nog wel was,” zegt ze. “De persoon die hij was, was eigenlijk al weg. Alleen kon je het nog niet afsluiten. Dat maakte die periode heel lastig.”

Geef niet op

Ook hier is het opnieuw erg druk. Mensen staan dicht op elkaar en dicht op het parcours waar de lopers langs moeten rennen. Overal hoor je gejuich en worden namen geroepen om de lopers aan te moedigen. Er klinkt ook harde muziek, met nummers zoals Baila De Gasolina die door de speakers te horen zijn.

Dit is de laatste plek waar Renée Janine nog zal aanmoedigen. Ze zoekt een goed plekje uit langs het parcours en haalt haar kartonnen bord weer uit haar tas. Mensen om haar heen reageren enthousiast op haar bord. “Echt leuk verzonnen,” krijgt ze te horen.

Janine komt weer langs en iedereen schreeuwt de longen uit hun lijf om haar aan te moedigen. Het is een grote gezelligheid en de toeschouwers proberen de lopers er tot het eind te motiveren.

Ondanks dat ze de marathon het liefst had gelopen, heeft ze er een belangrijke les aan overgehouden: “Ik ben niet iemand die snel iets opgeeft. Maar ik heb ook geleerd dat het oké is als iets niet lukt. Dat betekent niet dat je faalt, maar dat je het hebt geprobeerd. Soms is het gewoon nog niet je moment.” Ze glimlacht kort en kijkt weer naar het parcours. “En dat is ook oké.”

Over de auteur

Sophie Groenenberg

Sophie Groenenberg is achttien jaar oud en tweedejaars student aan de School voor Journalistiek. Ze komt uit Bergschenhoek, dat is een klein dorpje dichtbij Rotterdam. In haar vrije tijd hockeyt ze graag, maar ze heeft ook interesse in andere sporten zoals padel en voetbal. Ze zou daarom graag sportjournalist willen worden.