Steeds meer gemeenten zetten in op flexwoningen als tijdelijke oplossing voor de woningnood. Dit zijn snel te bouwen, verplaatsbare woningen voor mensen die met spoed een huis nodig hebben, zoals starters, studenten en mensen die uit een opvangsituatie komen. Omdat de bouw van gewone huizen vaak jaren duurt door lange procedures en hoge kosten, worden flexwoningen gezien als een snelle tussenoplossing.
Om gemeenten te helpen bij de realisatie van meer flexwoningen, heeft de overheid de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen aangepast. Vanaf 2025 krijgen gemeenten extra financiële steun om nieuwe flexwoningen te bouwen of bestaande panden, zoals kantoren of leegstaande gebouwen, om te vormen tot woonruimte. Hierdoor kunnen meer projecten worden opgezet en komen er sneller nieuwe woningen beschikbaar.
Toch zijn er zorgen over de groei van flexwoningen. Het Planbureau voor de Leefomgeving waarschuwde eind 2024 dat te veel kleine, tijdelijke woningen kunnen leiden tot problemen. Ze zijn vaak minder duurzaam en de kwaliteit kan lager zijn, omdat ze onder tijdsdruk en met lagere kosten worden gebouwd. Ook bestaat het risico dat flexwoningen te lang blijven staan en de bouw van permanente, kwalitatieve woningen in de weg zitten.
Pim de Ruiter, communicatiestrateeg bij Woningstichting Rochdale, houdt zich bezig met communicatie over sociale huurwoningen. Hij werkte eerder bij Stadgenoot en de Gemeente Amsterdam, waar hij zich richtte op woningbouw en stadsontwikkeling. Bij Rochdale helpt hij huurders en andere betrokkenen goed te informeren over ontwikkelingen in de woningmarkt.
De komende jaren zal blijken hoe groot de rol van flexwoningen wordt. Dankzij de extra steun kunnen gemeenten sneller bouwen, maar de vraag blijft of deze tijdelijke huizen een blijvend onderdeel van de woningmarkt worden.