Vier jaar na het begin van de Russische invasie van Oekraïne in 2022 zetten inwoners en hulpverleners in de gemeente Stichtse Vecht zich nog steeds actief in voor Oekraïense ontheemden. Vrijwilligers en organisaties bieden praktische hulp, mentale ondersteuning en begeleiding bij werk en integratie. Volgens betrokkenen zijn vooral toekomstperspectief, eerlijke arbeidsomstandigheden en sociale steun cruciaal voor deze groep vluchtelingen. “Toekomstperspectief en het hebben van goede informatie, dat hebben Oekraïense vluchtelingen nodig.”
Sinds het uitbreken van de oorlog zijn veel Oekraïners naar Nederland gevlucht. Ook in Stichtse Vecht worden zij opgevangen. Lokale organisaties en vrijwilligers zoals Maarten Wekker en Marianne Vlug spelen daarbij een belangrijke rol. Zij werken dagelijks met Oekraïense vluchtelingen en zien van dichtbij met welke uitdagingen zij te maken hebben. Volgens Maarten Wekker hebben Oekraïense vluchtelingen vooral behoefte aan duidelijke informatie en perspectief op de toekomst. Het loket waar Wekker voor werkt, LOOP, ondersteunt professionals die met Oekraïense vluchtelingen werken. De organisatie biedt advies, praktische hulpmiddelen en ontwikkelde onder meer een beslisboom voor psychische hulp. Veel Oekraïners lopen volgens hem tegen problemen aan op de arbeidsmarkt. “Oekraïners hebben informatie nodig bij arbeidscontracten, die zijn vaak niet eerlijk opgesteld. Maar Oekraïners hebben ook sociaal-emotionele steun nodig,” legt hij uit.
Kwetsbare groep, vooral jongeren
Wekker benadrukt dat het om een kwetsbare groep gaat die veel heeft meegemaakt. Juist dat motiveert hem om zich voor hen in te zetten.
“Het is een hele kwetsbare groep die veel heeft meegemaakt en ik wil daar iets voor betekenen,” zegt hij.Vooral het lot van kinderen en jongeren raakt hem. “Het leed, en dan vooral bij kinderen en jongeren. Die lopen helemaal vast, ze hebben geen toekomstperspectief.” Tegelijkertijd geeft het werk hem ook energie. Zo werkt zijn organisatie aan jongerenpanels waarin Oekraïense jongeren hun ervaringen kunnen delen en meedenken over oplossingen. “Iets opzetten wat echt werkt, waar jongeren beter van worden daar krijg ik echt energie van.”
Niet altijd vanzelfsprekend dat gemeenten meebewegen
Volgens Wekker is het soms lastig om gemeenten en opvangmedewerkers volledig mee te krijgen in nieuwe initiatieven.
“Ze zien niet altijd dat het nodig is en wat het oplevert,” zegt hij. Toch vindt hij dat blijvende aandacht belangrijk is. Hij verwacht dat een deel van de Oekraïense vluchtelingen uiteindelijk in Nederland zal blijven. “Wat de oorlog ook brengt, een deel van de Oekraïners blijft hier. Dat worden onze collega’s en vrienden.” Volgens hem kampen veel vluchtelingen met psychische problemen en voelen sommige kinderen en jongeren zich buitengesloten op school. Daarom pleit hij voor meer betrokkenheid van de Nederlandse samenleving. “Als we hen nu beter betrekken, kunnen zij in de toekomst ook een bijdrage leveren aan onze samenleving.”
Praktische en mentale steun vanuit welzijnswerk
Ook binnen het welzijnswerk wordt intensief ondersteuning geboden. Marianne Vlug van Momenz zet zich al sinds het begin van de oorlog in voor Oekraïense vluchtelingen. De organisatie helpt onder meer met praktische zaken, mentale begeleiding en taallessen. Volgens Marianne wordt de zwaarte van de situatie vaak onderschat.
“Veel mensen onderschatten hoe zwaar vluchtelingen het eigenlijk hebben.”, zegt ze. Sommige gezinnen wonen volgens haar onder moeilijke omstandigheden. “Je hebt mensen die op acht vierkante meter wonen en voorzieningen moeten delen. Niemand zit voor zijn plezier in zo’n situatie.”
Veel Oekraïners willen volgens Marianne graag meedoen in de Nederlandse samenleving. Toch komen zij vaak terecht in banen met slechte arbeidsvoorwaarden of werk onder hun niveau. Ze geeft een voorbeeld van een cliënt: “Hij was onderdirecteur van een groot bedrijf met vierhonderd medewerkers in Oekraïne. Hier werkt hij in de plantsoenendienst. Waar hij in zijn thuisland veel status had, moet hij in Nederland opnieuw beginnen. “Dat doet iets met je eigenwaarde.”
Veerkracht ondanks moeilijke omstandigheden
Ondanks de moeilijke omstandigheden ziet Marianne ook veel veerkracht bij de Oekraïense vluchtelingen met wie zij werkt.
“Door dit werk word je zelf dankbaarder voor wat je hebt.”, zegt ze. Volgens haar tonen veel Oekraïners een opmerkelijke mentale kracht. “Ik denk dat zij veerkrachtiger zijn dan de gemiddelde Nederlander die in zo’n situatie terecht zou komen. Daar kunnen wij nog veel van leren.”.
Vrijwilligerswerk in Stichtse Vecht van mensen zoals Marianne en Maarten is en blijft dus erg belangrijk voor Oekraïense vluchtelingen.