Geen wapens, maar woorden: bij Fort Maarsseveen is van 26 april tot en met 28 mei de buitenexpositie No Weapons No War 3.0 te zien. Waar 35 witte vlaggen met gedichten en haiku’s bezoekers uitnodigen om stil te staan bij oorlog, vrede en het gesprek met elkaar aan te gaan. Tijdens de opening, met voordrachten van Poëzie aan de Vecht, werden mensen opgeroepen niet alleen na te denken over strijd, maar ook aangezet dialoog en verbinding met elkaar op te zoeken.
De tentoonstelling werd geopend met het liedje Imagine van John Lennon, vervolgens hebben organisatoren Mandy Mienes en Annet Koops de opening van de expositie ingeleid. Hierna ging iedereen naar buiten waar bij een aantal vlaggen gedichten werden voorgedragen, door Poëzie aan de Vecht.
Vorm van verzet
‘De inhoud van de gedichten kunnen zo breed zijn als het thema zelf is. Het kan gaan over vrede, over wapens, over overgave, over liefde, over strijd, de dichters kregen de vrijheid een mooie mix van gedichten voor te dragen’, verteld Annet Koops, voorzitter van Poezie aan de Vecht en mede-initiator van de tentoonstelling. Het is inmiddels de derde keer dat No Weapons No War wordt geëxposeerd, ‘We willen graag dat mensen met elkaar van gedachten wisselen en dat hebben we nu gedaan door een buitenexpositie.’ Ze geeft ook aan dat meerdere exposities maken een vorm van verzet en demonstratie is: ‘De wereld staat in brand, er ontstaan steeds meer brandhaarden, steeds meer ongelijkheid. Waar is de verdraagzaamheid, waar is de medemenselijkheid gebleven? Op deze manier proberen we ons te verzetten tegen oorlog, en de zwijgende meerderheid een stem te geven’, geeft Koops aan.
Eén van de dichters, de oudste van de groep, heeft een haiku voorgedragen. Ze heet Agatha Bosman-Goes (1938) en is geboren vlak voor de oorlog. Als jong meisje heeft ze de echte ellende van de oorlog niet meegemaakt. Wel heeft als volwassene de gedichten en verhalen van haar ouders willen bewaren. Haar moeder dichtte vroeger namelijk ook al. Dit heeft Bosman willen behouden en daarom heeft ze de verhalen, gedichten en foto’s bewaard en gebundeld.
‘Eigenlijk is het het enige wat je kunt doen,’ zegt Bosman over haar bijdrage. Met een haiku wil ze mensen bewust maken, al is het maar even. ‘Oorlog is er altijd geweest en zal er altijd zijn,’ voegt ze toe, verwijzend naar oude verhalen. Toch ziet ze dat niet als reden om stil te blijven: ‘Dat betekent niet dat je niets moet doen. Het begint klein, bij mensen zelf, hoe je met elkaar omgaat.’
Die gedachte klinkt ook door in haar werk. Voor Bosman is dichten meer dan alleen woorden op papier. ‘Door de haiku was de oorlog even los’, zegt ze. In haar gedicht ontstaat ‘die andere wereld, die van het verhaal,’ waarin ruimte is om de realiteit even te ontvluchten.
Volgens Bosman raakt de oorlog iedereen. “Je voelt je machteloos.’ Ik ben wel blij dat we in Nederland wonen, ver weg van die ellende. Maar je ziet het wel allemaal via de media.’ “Wie gaat het niet aan het hart?’ De ellende die mensen in oorlogsgebieden meemaken, heb ik niet zo meegemaakt vroeger, wel schaarste en armoede.’ De rol van de media en journalistiek vind ik dubbel.’ ‘Enerzijds is het goed dat de berichtgeving er is, en anderzijds is het simpelweg teveel, je word overspoeld.’ Bosman wil op de hoogte blijven, maar niet overspoeld worden. Vooral niet door beelden die haar erg raken.
Een tentoonstelling van No Weapons No War is een mooi voorbeeld dat je veel dingen samen doet. De leden van Poëzie aan de Vecht schrijven en delen niet alleen. ‘Onder de collega’s zitten er ook een aantal jongeren’, verteld Bosman. Dit vind ze heel leuk en leerzaam. Van de jongeren krijgt ze soms een andere kijk op de wereld mee. En hier leert Bosman naar eigen zeggen erg veel van. De jongeren gaan erg respectvol met haar om en luisteren soms erg geïnteresseerd naar verhalen. ‘Dit geeft een gevoel van waardering en voldoening.’
Persoonlijke laag
Daarnaast is het materiaal van de expositie persoonlijk geladen. ‘De vlaggen zijn gemaakt van stof van Mandy’s moeder en van kussenslopen van mijn vader,’ vertelt Koops. Beide zijn recent overleden. ‘Dus dat is wel heel bijzonder. Het wapperen, dat is mijn vader en de moeder van Mandy.’ Die persoonlijke laag geeft de expositie een intieme lading, waarin herinnering en verlies letterlijk zichtbaar worden in het werk.
De andere materialen van de expositie draagt diezelfde boodschap verder uit. De gedichten zijn aangebracht op hout van bomen die op het fort moesten worden gekapt omdat ze ziek waren. De gedichten liggen aan de voet van de vlag zodat mensen buigen als ze de tekst willen lezen. ‘Als wij iets doen, proberen we dat zo duurzaam mogelijk te doen,’ vertelt de organisator. Dat juist op deze bomen nieuwe woorden verschijnen, geeft het geheel een extra betekenislaag. In combinatie met de witte vlaggen, symbool voor overgave, ontstaat een beeld dat verstilling oproept. ‘Het fort is natuurlijk een plek van verdediging. Dus een expositie over No Weapons No War 3.0 past daar eigenlijk heel goed’, geeft Koops aan.