Op de avond van 4 mei verzamelen bewoners uit Maarssen en omgeving zich bij Buitenplaats Goudestein. In stilte, maar toch samen, herdenken zij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Jaar na jaar keert dit moment terug: vertrouwd, ingetogen en verbonden met de gemeenschap. Juist het lokale herdenken geeft velen een gevoel van nabijheid en saamhorigheid. Maar waarom is deze vorm van herdenken voor bewoners zo belangrijk geworden? En welke betekenis draagt deze bijeenkomst vandaag de dag nog met zich mee?
Een stille kring rond het grasveld
Langzaam stroomt het grasveld voor Buitenplaats Goudestein vol. Kinderen delen witte rozen uit aan bezoekers, samen met kleine kaartjes waarop de tekst van het Wilhelmus staat gedrukt. Rondom het veld vormen toeschouwers een grote kring. In het midden brandt het vuur in een korf, terwijl muziekvereniging De Bazuin rustige klanken over het terrein laat klinken. De sfeer is ingetogen, maar warm. Mensen groeten elkaar zachtjes, zoeken hun plek op en kijken afwachtend richting het monument, naar de muziek of de nu nog lege katheder.
Wanneer de ceremonie begint, verstilt het veld vrijwel direct. Het Wilhelmus wordt gespeeld en veel aanwezigen zingen mee. Daarna volgen toespraken, gedichten van kinderen en het voorlezen van namen van Joodse, Sinti- en Roma-slachtoffers uit Maarssen en omgeving die tijdens de oorlog werden gedeporteerd. De stem van een jong meisje, dat de namen langzaam en zorgvuldig uitspreekt, maakt indruk op het publiek. Tussen de muziek door zijn soms alleen vogels hoorbaar. Zelfs jonge kinderen lijken de rust van het moment aan te voelen.
Voor bezoekers Birthe Plomp en Valerie Thiel, vriendinnen die samen de herdenking bezoeken, zit de kracht van de avond juist in die gezamenlijke stilte. ‘We gaan eigenlijk ieder jaar,’ vertelt Birthe. ‘Het patroon is hetzelfde ieder jaar, maar dat maakt het ook mooi.’ Valerie keek vroeger vooral de nationale herdenking op televisie, maar koos de laatste jaren bewust voor de fysieke herdenking in het dorp. ‘Ik voelde behoefte aan samenhorigheid,’ zegt ze. ‘Hier sta je echt samen met anderen stil bij wat er gebeurd is.’
Die saamhorigheid werd dit jaar extra zichtbaar door de grote opkomst. Volgens spreker en organisator Iteke Schouten waren alle zeshonderd tot zevenhonderd witte rozen uitgedeeld. In eerdere jaren bleven er nog rozen over. Tijdens het leggen van de bloemen loopt iedereen rustig naar voren. Niemand lijkt haast te hebben. De bezoekers leggen hun roos zorgvuldig neer bij het monument en keren daarna weer stil terug naar hun plek op het grasveld.
Herdenken tussen hoop en somberheid
Tijdens de twee minuten stilte denkt iedereen aan iets anders. Sommigen kijken strak voor zich uit, anderen sluiten hun ogen. Voor Birthe roept het moment vooral sombere gedachten op. ‘Waar ik altijd aan moet denken, is de zinloosheid van oorlogen,’ vertelt ze na afloop. ‘Tweede, derde, soms vierde generaties worden ermee belast. Het blijft maar doorgaan. Er is momenteel overal weer oorlog en ik vind het echt onbegrijpelijk.’ Volgens haar blijven de gevolgen van oorlog generaties lang zichtbaar. ‘Hoe moet de wereld verder met zoveel beschadigde mensen?’ vraagt ze zich hardop af.
Valerie beleeft de herdenking anders. Waar Birthe vooral verdriet en machteloosheid voelt, overheerst bij Valerie juist dankbaarheid. ‘Ik ben niet verdrietig,’ zegt ze. ‘Ik ben vooral in respectvolle gedachten en dankbaar.’ Juist dat contrast tussen hoop en somberheid lijkt tekenend voor de avond. De herdenking brengt niet alleen herinneringen naar boven, maar ook gevoelens over de wereld van nu.
Volgens organisator Iteke Schouten probeert de herdenking daarom vooral ruimte te bieden aan persoonlijke gedachten. ‘Iedereen legt een witte roos voor iemand aan wie hij of zij denkt,’ vertelt ze. ‘Dat moment van rust vinden we belangrijk.’ Sinds dit jaar vraagt de organisatie bezoekers zelfs om na het leggen van de roos weer terug te keren naar hun plek, zodat de rust op het veld behouden blijft. ‘We willen dat mensen echt even de tijd nemen.’
Dat lokale karakter speelt daarin volgens zowel bezoekers als organisatie een grote rol. Tijdens toespraken worden verhalen verteld over mensen uit Maarssen en omliggende dorpen die tijdens de oorlog actief waren in het verzet of werden weggevoerd. ‘Dat maakt het anders dan wanneer je alleen naar Amsterdam kijkt,’ zegt Birthe. Valerie vult aan: ‘Hier hebben de mensen gewoond die gedeporteerd zijn. Het zijn de verhalen van deze omgeving. Dat moeten we blijven doorgeven.’
Hoewel de focus van de avond ligt op de Tweede Wereldoorlog, worden ook hedendaagse oorlogen kort benoemd. Volgens Schouten is dat bijna onvermijdelijk geworden. ‘De bedoeling blijft om stil te staan bij wat er toen gebeurd is,’ legt ze uit. ‘Maar doordat er nu opnieuw oorlogen zijn in de wereld, ontkom je er niet aan om die koppeling te voelen.’
Wanneer de avond langzaam ten einde loopt, blijft het nog lang stil rondom het monument. De witte rozen liggen netjes naast elkaar, voorzichtig neergelegd door honderden handen. Bezoekers praten zachtjes na of kijken nog één keer om voordat ze vertrekken. Op het grasveld van Goudestein hangt nog altijd dezelfde rust als tijdens de stilte van acht uur, een rust waarin herinnering, verbondenheid en vrijheid voor even samenkomen.