Van sneeuw naar zon: Oostenrijk zoekt een nieuwe toekomst

Van sneeuw naar zon: Oostenrijk zoekt een nieuwe toekomst

Berg in Oostenrijk, door: Joe Vente

Het klimaat warmt op, dit is geen nieuws, maar de gevolgen hier van beginnen steeds meer duidelijk te worden. Zo merkt ook de Oostenrijkse regering. Er valt steeds minder sneeuw in de Alpen en dit begint een probleem te worden voor Oostenrijkse wintersport dorpen. Het zijn de dorpen onder de 1200m die het hardst getroffen worden. Daar wordt al enige tijd geïnvesteerd in alternatieven voor de wintersport. En dat begint langzaam zijn vruchten af te werpen.

Door: Joe Vente

‘Pistes zijn mogelijk begaanbaar te houden.’ Volgens Robert Steiger van de Universiteit van Innsbruck kunnen technieken als sneeuwkanonnen, snowfarming en het monitoren van sneeuwhoogtes het skiseizoen enigszins verlengen. Het einde van skiën in laaggelegen gebieden is volgens hem dan ook niet direct in zicht. Maar wat betekenen deze ontwikkelingen voor de omgeving en hoe ziet de toekomst van skiën onder de 1200 meter eruit?

Technieken

Volgens Steiger zijn er drie belangrijke ontwikkelingen op het gebied van sneeuwbeheer: efficiëntere sneeuwkanonnen, snowfarming en het beter monitoren van sneeuwhoogtes. ‘Sneeuwkanonnen zijn de afgelopen jaren aanzienlijk energie-efficiënter geworden. Fabrikanten geven aan dat ze met dezelfde hoeveelheid energie ongeveer 30 procent meer sneeuw kunnen produceren dan vijftien jaar geleden.’

Bij snowfarming wordt sneeuw in de winter geproduceerd en vervolgens geïsoleerd opgeslagen om deze in het najaar weer over de pistes te verspreiden. Daarnaast wordt steeds beter gekeken naar wanneer en waar sneeuw nodig is. ‘Door de sneeuwproductie beter aan te sturen, kan er tijdens de koudste uren zoveel mogelijk sneeuw worden gemaakt. Zo wordt alleen geproduceerd wat daadwerkelijk nodig is.’

Keerzijde

Het klinkt alsof met deze technieken het probleem van minder sneeuwval grotendeels kan worden opgelost. Toch zijn de mogelijkheden beperkt. Volgens Steiger zijn de technieken afhankelijk van de weersomstandigheden. ‘Bij traditionele kunstsneeuwproductie zijn temperaturen onder het vriespunt nodig. Daarbij is de natteboltemperatuur bepalend: hierbij wordt gekeken naar de temperatuur en luchtvochtigheid samen.’

Moderne sneeuwkanonnen kunnen volgens Steiger net onder het vriespunt sneeuw produceren, maar zijn pas echt efficiënt bij aanzienlijk lagere temperaturen. Snowfarming kan wel bij temperaturen boven het vriespunt plaatsvinden, omdat de sneeuw in de zomer opgeslagen wordt. De sneeuw moet daarvoor echter wel in de winter zijn geproduceerd.

Milieu

Ook op het gebied van energieverbruik zijn verbeteringen zichtbaar. Toch blijft het weer volgens Steiger de grootste factor. ‘Hoe kouder het is, hoe meer sneeuw er per kilowattuur ontstaat.’ Op watergebruik zijn volgens hem nauwelijks grote besparingen mogelijk, omdat sneeuw uiteindelijk uit water bestaat. Wel kan er efficiënter worden geproduceerd door bijvoorbeeld bij harde wind geen sneeuw te maken.

Volgens een studie van Steiger en zijn collega’s wordt in een gemiddelde Oostenrijkse winter tussen de 260 en 309 GWh aan energie gebruikt voor sneeuwproductie. Daarvoor is 49 tot 53 miljoen kubieke meter water nodig. Dat komt overeen met 5 tot 6 kWh energie en 930 tot 1.020 liter water per skidag.

Ook de aanleg van waterreservoirs en leidingen heeft gevolgen voor het landschap. Toch ziet Steiger het transport van toeristen als een grotere bron van uitstoot. De gemiddelde Oostenrijkse elektriciteitsmix zorgt volgens hem voor ongeveer 209 gram CO₂-uitstoot per kilowattuur. Met groene stroom ligt dat rond de 24 gram.

Hoelang nog?

Met kunstsneeuwproductie kan de wintersport volgens Steiger in veel gebieden nog tientallen jaren worden voortgezet. Hoelang dat mogelijk blijft, verschilt sterk per regio en hoogte. ‘Zonder kunstsneeuwproductie zouden wereldwijd tot de jaren 2050 nog maar vier van de onderzochte locaties geschikt zijn voor de Olympische Winterspelen. Met kunstsneeuwproductie zijn dat er aanzienlijk meer.’

Toch verwacht Steiger dat niet alleen het klimaat, maar vooral de kosten een grens kunnen vormen. Als er steeds meer sneeuw moet worden geproduceerd in steeds kortere periodes waarin de temperatuur laag genoeg is, kan dat voor sommige skigebieden economisch niet meer haalbaar zijn.

Vooral kleinere en lagergelegen skigebieden zullen volgens Steiger als eerste met deze problemen te maken krijgen. Hoger gelegen gebieden kunnen het aanzienlijk langer volhouden. ‘We hoeven er echter niet bang voor te zijn dat we helemaal nergens meer kunnen skiën.’

Over de auteur

Joe Vente

Ik ben eerstejaarsstudent journalistiek aan de Hogeschool Utrecht. Ik ben aan deze opleiding begonnen omdat ik mij graag bezighoud met onderwerpen die mij interesseren, en ik denk dat journalistiek daarvoor het perfecte vak is. Ik houd mij graag bezig met voetbal, skiën en verschillende landen en de culturen die daarbij horen. De komende vier jaar hoop ik te ontdekken hoe ik mijn interesses en hobby’s kan combineren met het werk als journalist.