Deze zomer treedt het nieuwe Europese migratie en asielpact in werking. Volgens Anna Strolenberg, Europarlementariër in Brussel van Volt Nederland is het pact ontstaan uit een gevoel van urgentie dat al jaren sluimert binnen de Europese Unie. ‘Dit is eigenlijk begonnen rondom 2015,’ verteld Strolenbergken. ‘Toen bleek dat ons asielsysteem niet goed functioneert.’ Tijdens de vluchtelingencrisis kwamen grote aantallen mensen aan in Europa, vooral via landen aan de buitengrenzen zoals Italië, Griekenland en later Spanje. Volgens Strolenberg legde dat structurele problemen bloot: ‘We zagen dat procedures lang liepen, dat er te weinig opvangcapaciteit was en dat de druk oneerlijk verdeeld werd.’
Een belangrijk knelpunt was de Dublinverordening, dat bepaalt dat het land van eerste aankomst verantwoordelijk is voor de asielaanvraag. ‘Dat legde extra druk op landen aan de buitengrenzen,’ legt ze uit. ‘Die solidariteit was niet op orde.’ Andere lidstaten konden asielzoekers terugsturen naar het eerste aankomstland, wat volgens haar ‘voor veel intern gedoe’ zorgde. In het nieuwe pact zijn onder meer snellere grensprocedures opgenomen voor mensen met weinig kans op asiel, een verplichte screening bij aankomst en een solidariteitsmechanisme waarbij lidstaten moeten bijdragen aan de opvangdruk via herplaatsing van asielzoekers, financiële steun of operationele hulp. Ook worden afspraken aangescherpt over terugkeer van mensen die geen recht hebben op bescherming en over samenwerking met landen buiten de EU.
Naast de inhoudelijke problemen speelde ook politieke realiteit een rol. Jarenlange discussies tussen lidstaten hadden geleid tot een patstelling, terwijl migratie hoog op de politieke agenda bleef staan in vrijwel alle Europese landen. De Europese instellingen wilden laten zien dat er wél een gezamenlijk antwoord mogelijk was op een dossier dat de verhoudingen binnen de Unie onder druk zette. In aanloop naar de Europese verkiezingen wilden lidstaten het dossier afronden. ‘Men was bang dat het moeilijker zou worden om over het midden een overeenkomst te vinden,’ aldus Strolenberg. Of het pact daadwerkelijk tot meer evenwicht leidt, zal volgens haar afhangen van de uitvoering: ‘Er zal echt gedrukt moeten worden op goede implementatie.’