Factcheck: Drie weken te kort voor Iran om atoomarsenaal te produceren

Factcheck: Drie weken te kort voor Iran om atoomarsenaal te produceren

DEN HAAG - Geert Wilders (PVV) en Henri Bontenbal (CDA) tijdens een debat over de Amerikaanse en Israëlische aanvallen op Iran in de plenaire zaal van de Tweede Kamer. SEM VAN DER WAL / ANP

Op 12 maart deed Henri Bontenbal in het Iran debat in de Tweede Kamer deze uitspraak “Mijn vraag is of we het met elkaar niet begrijpelijk vinden dat je een nucleair arsenaal aanpakt waaraan gebouwd wordt en dat nog drie weken nodig heeft om geproduceerd te worden”. Hoewel Iran theoretisch in staat is om een atoomprogramma op te zetten, is de termijn van drie weken te stellig en kort door de bocht.

Deze factcheck is uitgevoerd op basis van beschikbare informatie op de datum van publicatie.

Bewering: Iran is in staat om in drie weken een atoomarsenaal te produceren.

Oordeel: Onnauwkeurig

Bron van de bewering:

CDA-leider Henri Bontenbal stelde in het Iran-debat van 12 maart dat er reden is om begrip te hebben voor de aanval van de VS en Israël op Iran, onder meer vanwege een vermeende termijn van drie weken waarin Iran een kernwapen zou kunnen ontwikkelen. Op welke bronnen Bontenbal zich heeft gebaseerd werd in het debat na Kamervragen niet duidelijk. Hij verwees naar wat hij de afgelopen dagen had gelezen: “Dat is gebaseerd op stukken en artikelen die ik heb gezien.” Hij erkende geen specifieke bron paraat te hebben en voegde toe: “dit is de informatie waarmee ik het debat heb voorbereid”

De redactie heeft het CDA aan het begin van het factcheckproces om een reactie gevraagd. Er is geen reactie ontvangen.

Waarom dit onnauwkeurig is:

Om te begrijpen waarom dit onnauwkeurig is, moeten we terug naar juni 2025. Toen voerden de Verenigde Staten en Israël gerichte aanvallen uit op de Iraanse nucleaire infrastructuur, met name de faciliteiten in Fordow, Natanz en Isfahan. Volgens het Witte Huis zijn die faciliteiten “verwoest” en alle beweringen daartegen zijn volgens hen “fake news”. Tegelijkertijd meldde CNN dat Amerikaanse inlichtingen stelden dat kerncomponenten van het Iraanse programma mogelijk niet volledig zijn vernietigd, waardoor de bouw van een wapen slechts enkele maanden vertraging heeft opgelopen. Iran zou de voorraad verrijkt uranium bovendien deels hebben verplaatst voordat de bombardementen plaatsvonden. 

Volgens een rapport van de internationale atoomwaakhond IAEA beschikt Iran na de aanval van vorig jaar nog steeds over 440,9 kilo uranium dat tot 60 procent is verrijkt. Een deel van deze voorraad ligt vermoedelijk opgeslagen in een ondergrondse tunnel in Isfahan 

Voor één kernwapen is doorgaans uranium nodig dat tot circa 90 procent is verrijkt, ook wel ‘wapengeschikt’ uranium genoemd. Het verrijken van 60 naar 90 procent is een relatief kleine technische stap, die in enkele dagen tot een week gezet kan worden.

Daarbij is het belangrijk om te benadrukken dat 90 procent verrijking geen absolute ondergrens is voor een kernwapen. Ook met een lager verrijkingsniveau kan in theorie een nucleair explosief worden gebouwd. Het nadeel is dat daarvoor aanzienlijk meer uranium nodig is en dat het wapen groter, zwaarder en minder efficiënt wordt. Juist daarom streven landen die kernwapens ontwikkelen naar zo hoog mogelijke verrijkingsgraden: hoe hoger het percentage, hoe compacter en militair bruikbaarder het wapen. 

Het Institute for Science and International Security voerde vóór de aanval van de VS en Israël vorig jaar een analyse uit op IAEA-rapporten. Volgens deze analyse zou Iran met de huidige voorraad 60 procent verrijkt uranium theoretisch genoeg materiaal hebben voor ongeveer negen kernwapens, die binnen drie weken geproduceerd zouden kunnen worden. Dit geeft een aanwijzing waar Bontenbal zijn claim mogelijk op baseert.

Er zijn echter een paar belangrijke kanttekeningen. In een artikel van Scientific American stelt journalist Dan Vergano, op basis van meerdere nucleaire experts, dat Iran “nog lang niet dicht bij een kernwapen was” en dat er nog veel werk nodig is voordat zo’n wapen gerealiseerd kan worden. 

Het hebben van hoogverrijkt uranium alleen is namelijk niet voldoende om een kernwapen te maken. Om echt zo ver te zijn als Bontenbal suggereert, zijn er nog meerdere complexe stappen nodig. Zo moet het uranium eerst worden omgezet van gas naar een vaste vorm en vervolgens worden bewerkt tot specifieke vormen, zoals bollen, wat technisch zeer ingewikkeld is. Daarna moet er een nauwkeurig ontworpen explosiemechanisme omheen worden gebouwd, dat het materiaal op precies het juiste moment en op de juiste manier samenperst om een kernreactie te veroorzaken. Dit vereist geavanceerde technologie, specialistische kennis en uitgebreide testen. 

Erwin van Veen, Midden-Oosten-expert bij het Clingendael Instituut, nuanceert dit scenario verder. Volgens hem hebben de bombardementen van juni 2025 het Iraanse nucleaire programma vertraagd. “De aanvallen op Natanz en Esfahan hebben de infrastructuur, centrifuges en de inzet van wetenschappers flink teruggeworpen. Iran kan daardoor niet zomaar doorgaan met verrijken,” legt hij uit. “Er zijn schattingen die stellen dat het herstarten van een verrijksprogramma 1-3 jaar in beslag kan nemen.” 

Rafael Mariano Grossi, directeur-generaal van de IAEA, benadrukt daarnaast op een post op X dat er geen bewijs is dat Iran daadwerkelijk aan een kernwapen werkt, al komt die conclusie wel voort uit het feit dat inspecteurs geen toegang tot de faciliteiten hebben, wat de organisatie tot ‘grote’ zorgen baart.

Over de uraniumvoorraad zegt Van Veen: “We weten niet precies wat er is gebeurd met de 400 kilo 60%-verrijkt uranium. Een deel ligt mogelijk diep ondergronds, een ander deel kan zijn verplaatst. Dat maakt het praktisch onmogelijk om in te schatten hoe snel Iran een atoomwapen kan samenstellen, mocht het besluiten daartoe over te gaan.” Hij benadrukt ook dat, zelfs als Iran het materiaal zou gebruiken, de productie van een kernwapen in een conflictzone risico’s met zich meebrengt. “In oorlogstijd is er een significant detectierisico. Dat kan nieuwe aanvallen uitlokken, waardoor het vrijwel onmogelijk wordt om snel een wapen te maken.”

Conclusie:

De bewering dat Iran binnen drie weken een atoomarsenaal kan produceren is onnauwkeurig en te kort door de bocht. Hoewel Iran beschikt over een voorraad 60%-verrijkt uranium die theoretisch genoeg is voor meerdere wapens, kost het omzetten van dit materiaal naar een bruikbare vorm, het bouwen van betrouwbare explosiemechanismen en het toepassen van de benodigde technologische kennis veel meer tijd. Bovendien hebben de bombardementen van juni 2025 de nucleaire infrastructuur en capaciteit van Iran vertraagd, en is er onzekerheid over de precieze locatie en staat van de uraniumvoorraad. Zelfs als Iran het materiaal zou gebruiken, brengt productie in een conflictzone een aanzienlijk detectierisico met zich mee, waardoor nieuwe aanvallen waarschijnlijk zijn en snelle productie praktisch onmogelijk wordt..

Over de auteur

Lumen Heijdendael

Lumen Heijdendael is student aan de Hogeschool van Journalistiek in Utrecht en heeft een passie voor storytelling in al zijn vormen. Of het nu gaat om diepgaande interviews, nieuwsberichten of creatieve audioproducties, Lumen wilt verhalen brengen die de lezer of luisteraar raken. Hij heeft een brede interesse in maatschappelijke thema’s en internationale ontwikkelingen, maar altijd met oog voor het menselijke verhaal. Met ervaring in het schrijven van artikelen voor platforms zoals RockstarIntel.com, waar zijn werk al duizenden lezers heeft bereikt, en een nieuwsgierige blik op innovatieve journalistieke technieken, combineert Lumen vakmanschap met een frisse visie op het journalistieke werkveld. Zijn doel? Verhalen maken die niet alleen informeren, maar ook inspireren. Heb je een nieuwstip? E-mail dan naar: Lumen.heijdendael@student.hu.nl