Uit cijfers van het CBS, in samenwerking met het RIVM, Soa-Aids Nederland en Rutgers, blijkt dat de seksueel actieve Nederlanders tussen de twintig en dertig jaar het minst vaak gebruik maken van het condoom. Merel Gootjes heeft haar master Familiale en Seksuologische Wetenschappen aan de KU in Leuven afgerond, hiernaast is ze intern seksuoloog voor vraagstukken rondom queer feesten. Zij ziet dat het afnemende gebruik niet zomaar uit de lucht is komen vallen, maar dat deze ontwikkeling al langer zichtbaar is. ‘Het lijkt een trend te zijn die zich al jaren voortzet. Dit is ook terug te zien in de wetenschappelijke studies.’
Volgens Merel bestaan er verschillende theorieën binnen de wetenschappelijke literatuur die de redenen voor de afname kunnen verklaren. ‘Om te beginnen is er een opkomst geweest van alternatieven als zwangerschapspreventie.’ Het condoom lijkt dan minder vaak de eerste keuze voor bescherming te zijn. Het CBS toont ook aan dat tegenwoordig zo een 77% van de seksueel actieve vrouwen tussen de zestien en vijftig gebruik van de beschikbare alternatieven.
‘Genderrollen zijn ook een spelende factor in de keuze rondom condoomgebruik’, vertelt Merel, ‘Er heersen nog steeds ideeën dat een vrouw een “gatekeeper” hoort te zijn en dat de man beslist.’ Tegelijkertijd wordt de vrouw wel als verantwoordelijke gezien voor zwangerschapspreventie. Dit wil zeggen dat als man geen condoom om wil doen ervan uit wordt gegaan dat de vrouw ‘maar gewoon een pilletje neemt’, om een mogelijke zwangerschap tegen te gaan.
Het bespreken van het gebruik van het condoom is bovendien niet altijd even gemakkelijk. ‘Een condoom is een communicatiemiddel tijdens de seks.’ Het aanbieden om een condoom te gebruiken kan opgevat worden als een teken van het niet vertrouwen van je sekspartner. Want waarom zou je een condoom aanbieden als je weet dat de ander geen soa heeft? ‘Voor vrouwen ligt dit punt vaak nog iets gevoeliger na het nemen van dit initiatief. Dan ontstaan er speculaties over dat ze heel veel seks zou hebben.’
Condoom gebruik wordt niet alleen met bedpartners besproken, maar ook binnen sociale kringen. Mensen stellen zichzelf de vraag of hun vrienden het wel gebruiken. ‘Je ziet dat wanneer dit in de omgeving amper gebruikt wordt, de kans groter is dat je dit zelf ook niet zou doen.’ De praktische overwegingen worden hier ook niet achterwege gelaten. Merel legt uit dat een andere grote factor zou het fysieke discomfort zijn die mensen beweren te ervaren tijdens de seks. ‘Huid-op-huidcontact blijft voor beide geslachten het fijnst voelen.’
Tot slot heeft de vooruitgang op het medische veld ook het gevoel van urgentie rondom het condoom doen afnemen. ‘Je hebt nu ook toegankelijke PrEP en PEP tegen hiv. We leven nu in de post-hivfase.’ De risicoperceptie is hierdoor met de jaren mee flink veranderd. ‘De risico’s van de soa’s worden steeds minder groot geschat.’ Waar voorheen ook over seks werd gepraat op een manier dat er opgepast moest worden voor ziektes of zwangerschappen gaat het nu meer om het plezier tijdens de daad.
Luister hier naar de bijbehorende audioreportage: