Fact-check: Marokkaanse Nederlanders zijn niet verantwoordelijk voor meer dan de helft van de misdrijven in Nederland

Fact-check: Marokkaanse Nederlanders zijn niet verantwoordelijk voor meer dan de helft van de misdrijven in Nederland

Deze factcheck is uitgevoerd op basis van de beschikbare informatie op datum van publicatie.

Bewering:
De Marokkaanse gemeenschap verantwoordelijk is voor meer dan de helft van de criminele misdrijven in Nederland.

Oordeel:
Ongefundeerd

Bron van de bewering:

In de talkshow Vandaag Inside op 19 maart was de voormalig politiecommissaris Sander Schaepman te gast om te spreken over de ongeregeldheden in de Utrechtse wijk Overvecht. In dat verband begon hij over criminaliteitscijfers. Naar zijn schatting wonen 430.000 Marokkanen in Nederland. “De Marokkaanse gemeenschap is voor meer dan de helft verantwoordelijk,” zei hij wanneer hij het over de “absolute cijfers” van criminele misdrijven had.

Wat wordt bedoelt met ‘de Marokkaanse gemeenschap’?

Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek wonen er ongeveer 433.000 mensen in Nederland met Marokko als herkomstland. Dat betekent dat zij zelf in Marokko zijn geboren of dat minstens één van hun ouders daar geboren is. Het gaat dus om zowel de eerste als tweede generatie.

Dit komt overeen met het aantal dat Schaepman aanwijst als ‘de Marokkaanse gemeenschap’, wat erop wijst dat hij mogelijk een optelsom maakt van eerste en tweede generatie Marokkaanse Nederlanders.

Verder wonen er in Nederland ongeveer 18 miljoen mensen. Dat betekent dat mensen met Marokko als herkomstland ongeveer 2,4 procent van de totale Nederlandse bevolking vormen.

Wat zeggen beschikbare cijfers

Hoewel er geen cijfers beschikbaar zijn over de afkomst van verdachten per specifiek delict, zijn er wel gegevens over het totale aantal verdachten in Nederland. In 2025 registreerde de politie ruim 816.000 misdrijven en werden ongeveer 250.000 registraties van verdachten vastgelegd. Daarbij geldt dat een persoon meerdere keren kan worden meegeteld als hij of zij in hetzelfde jaar vaker als verdachte wordt geregistreerd. Dit zijn recente cijfers, maar ze geven geen volledig beeld van de achtergrond van verdachten.

Uit andere cijfers over unieke verdachten uit 2022, gebaseerd op gegevens uit de Herkenningsdienstsystemen (HKS), blijkt dat er in dat jaar in totaal 158.290 unieke verdachten zijn geregistreerd. Van hen hadden 12.810 personen een Marokkaanse achtergrond. Dat komt neer op ongeveer 8 procent van alle geregistreerde verdachten. Daarmee zijn Marokkaanse Nederlanders volgens deze cijfers oververtegenwoordigd, maar vormen zij geen meerderheid van de verdachten.

Schaepman reageert niet inhoudelijk op vragen

Het management van Schaepman laat weten dat hij vanwege een volle agenda en de vele reacties op zijn uitspraak geen tijd heeft om mee te werken aan dit onderzoek. Daardoor gaat hij ook niet in op vragen over de onderbouwing van zijn uitspraak, zoals waar hij zijn cijfers vandaan haalt.

In een schriftelijke reactie stelt het management dat Schaepman een probleem heeft aangekaart dat volgens hen door veel mensen wordt herkend en dat vraagt om een stevige en ingrijpende oplossing. Volgens het management wordt er te veel gekeken naar de boodschapper: ‘Door voortdurend naar de boodschapper te kijken en niet naar het probleem, wordt het probleem nooit opgelost.’

Welke risico’s kleven aan het gebruik van afkomst in statistieken?

Het risico van alleen naar cijfers van iemands afkomst kijken, is dat andere factoren zoals sociaaleconomische omstandigheden minder aandacht krijgen. Uit onderzoek blijkt bovendien dat een sterke nadruk op etniciteit kan leiden tot zogenoemde othering, waarbij hele groepen als verdacht worden gezien. Dit kan ertoe leiden dat politie onevenredig veel tijd en middelen richt op bepaalde groepen, terwijl andere oorzaken van criminaliteit minder aandacht krijgen. Dat verschil in aandacht is ook zichtbaar in cijfers: volgens de Veiligheidsmonitor 2023 zegt 32 procent van de Nederlands-Marokkaanse jonge mannen in het afgelopen jaar door de politie te zijn gecontroleerd, tegenover 21 procent van jonge mannen met Nederlandse herkomst. Dat betekent dat zij ongeveer 50 procent vaker met politiecontroles te maken hebben.

Wat zeggen experts?

Universitair hoofddocent en criminoloog Yarin Eski weerlegt de claim die Schaepman maakt. Daarbij benadrukt hij dat dit soort cijfers een beperkt beeld geven. ‘Criminaliteitscijfers zeggen vooral iets over trends in politieoptreden en niet per se over alle criminaliteit die daadwerkelijk plaatsvindt,’ legt Eski uit. Volgens hem moet bovendien rekening worden gehouden met etnisch profileren, waarbij politie vaker controleert op bepaalde groepen. Dat kan volgens hem leiden tot een zogeheten self-fulfilling prophecy: als politie zich vooral richt op misdaad onder Marokkaanse Nederlanders, dan wordt die groep ook vaker als verdachten geregistreerd. Hij noemt het problematisch en gevaarlijk om op deze manier uitspraken te doen over een etnische minderheid. Eski zegt daarnaast verbaasd te zijn dat een voormalig politiecommandant zulke uitspraken in de media doet en is benieuwd of en hoe de politie hierop reageert.

Conclusie:

De uitspraak van Schaepman dat Marokkaanse Nederlanders in absolute aantallen verantwoordelijk zouden zijn voor de helft van de misdrijven in Nederland is onherleidbaar en daardoor ongefundeerd. Schaepman geeft geen onderbouwing voor deze cijfers en het blijft daardoor onduidelijk op welke bronnen hij zich baseert. Hoewel mensen met een Marokkaanse achtergrond oververtegenwoordigd zijn onder geregistreerde verdachten, vormen zij daarbij geen meerderheid. Bovendien blijkt dat Nederlands-Marokkaanse jongeren vaker door de politie worden gecontroleerd. Volgens experts zeggen criminaliteitscijfers vooral iets over politieregistraties en geven zij geen volledig beeld van de werkelijkheid.

Over de auteur

Auke Jantzen

Auke Jantzen (2002) studeert sinds 2024 aan de Hogeschool van Utrecht. Na zijn boekhoudkundige vooropleiding is hij in Utrecht gebleven om journalistiek te studeren. Met zijn grote interesse in onderzoeksjournalistiek wil hij maatschappelijk iets teweegbrengen. Zijn het niet kranten dan slaat Auke wel historische boeken open. ‘Ik wil graag het ongehoorde verhaal ook eens vertellen.’