Factcheck: Geen overtuigend bewijs voor verschil in last van zomertijd tussen mannen en vrouwen

Factcheck: Geen overtuigend bewijs voor verschil in last van zomertijd tussen mannen en vrouwen

Bron: Pixabay

Let op: Deze factcheck is gemaakt op basis van de informatie die beschikbaar was op het moment van publicatie. 

Bewering 

Vrouwen hebben meer last van de overgang naar zomertijd dan mannen. 

Oordeel 

Gedeeltelijk waar 

 

 Waar komt de claim vandaan?
De claim komt uit een onderzoek van Univé en werd later overgenomen door Metro. In een online vragenlijst onder ongeveer 500 Nederlanders geven vrouwen vaker aan dat zij last hebben van de overgang naar zomertijd, zoals vermoeidheid en slechter slapen. 

De resultaten zijn gebaseerd op zelfrapportage. Hoe deelnemers precies zijn geselecteerd en hoe representatief de groep is, is niet openbaar gemaakt. Daardoor is niet goed te beoordelen in hoeverre de uitkomsten gelden voor de bredere bevolking. 

Waarom is dit oordeel gegeven?
Volgens statistisch onderzoeker Ronald Meester vebonden aan Vrije Universiteit Amsterdam, ontbreekt er belangrijke informatie om de uitkomsten goed te kunnen verklaren. “Zonder inzicht in de steekproefopzet kun je niet vaststellen of de resultaten representatief zijn,” vertelt hij. 

Hij wijst op twee belangrijke problemen. Ten eerste kan er sprake zijn van selectiebias: mensen die last hebben van klachten doen vaker mee aan een enquête over dat onderwerp, waardoor de resultaten kunnen scheef trekken. Ten tweede gaat het om zelfrapportage. “Dat betekent dat je geen objectieve meting hebt, maar een persoonlijke inschatting van klachten,” zegt Meester. Daardoor hangt de uitkomst sterk af van hoe mensen hun eigen situatie ervaren en rapporteren.  

Neuroloog Dr. Anneloes Opperhuizen benadrukt dat op basis van dit type onderzoek geen oorzakelijke uitspraken mogelijk zijn. “Je kunt hiermee niet vaststellen of de zomertijd zelf het verschil veroorzaakt,” vertelt zij. Volgens haar ontbreekt bovendien statistische onderbouwing om te bepalen of het gevonden verschil tussen mannen en vrouwen significant is of toeval is. 

Deze beperkingen sluiten aan bij de literatuur over survey-onderzoek, zoals beschrevenin het handboek Survey Methodology (Groves et al.), geschreven door onderzoekers verbonden aan onder andere Amerikaanse universiteiten en onderzoeksinstituten zoals de University of Michigan. Daarin wordt uitgelegd dat de uitkomsten sterk afhangen van hoe de groep mensen is gekozen en van het aantal mensen dat niet reageert. Zelfs als de resultaten achteraf worden aangepast, kunnen verschillen tussen deelnemers en niet-deelnemers de uitkomsten nog steeds beïnvloeden. 

Daarnaast zijn zelf ingevulde antwoorden over slaap en vermoeidheid niet heel precies. Mensen kunnen vragen anders begrijpen of hun situatie anders inschatten. Daardoor meet je vooral hoe mensen iets ervaren, en niet een objectief effect op de gezondheid. 

Wat laat wetenschappelijk onderzoek zien over zomertijd?
De bredere wetenschappelijke literatuur laat zien dat de overgang naar zomertijd wel meetbare effecten heeft, maar geen consistent bewijs levert voor sekseverschillen. 

Een wetenschappelijke review in Sleep Medicine Reviews (2025) concludeert dat de meeste studies een kleine afname in slaapduur en toename in slaperigheid laten zien in de dagen na de overgang. Deze effecten worden toegeschreven aan verstoring van het 24-uurs ritme. De auteurs benadrukken dat de resultaten tussen studies variëren en dat individuele verschillen groot zijn, waardoor geen exacte effect grootte kan worden vastgesteld. 

Een grootschalige bevolkingsstudie onderzocht de effecten van de overgang naar zomertijd. De studie is uitgevoerd door onderzoekers verbonden aan meerdere universiteiten en medische instellingen in de Verenigde Staten en Zweden. De studie analyseerde medische data van meer dan 150 miljoen patiënten in de Verenigde Staten en 9 miljoen in Zweden. 

In de dagen na de overgang naar zomertijd werden kleine maarmeetbare stijgingen gevonden in onder meer hart- en vaatziekten, letsel en mentale stoornissen. De auteurs relateren deze effecten aan slaaptekort en verstoring van het biologische ritme. 

Belangrijk voor deze factcheck is dat in deze studie geen consistent verschil werd gevonden tussen mannen en vrouwen. De effecten werden in de hele bevolking gezien en waren niet verschillend tussen mannen en vrouwen. 

Een andere review in Sleep Medicine Reviews (2025), uitgevoerd door onderzoekers van onder andere Stanford University, Harvard Medical School en de University of Southampton, laat zien dat vrouwen gemiddeld vaker slapeloosheid rapporteren en een lichtere slaap ervaren dan mannen.

Slaaponderzoeker Merijn van de Laar verbonden aan de Universiteit Maastricht, stelt dat dit relevant kan zijn voor de interpretatie van enquêteresultaten. “Als er in een steekproef meer mensen met bestaande slaapproblemen zitten, kan dat het ervaren effect versterken,” zegt hij. 

Tegelijkertijd benadrukt hij dat deze verschillen niet automatisch betekenen dat de zomertijd zelf vrouwen sterker beïnvloedt. Het kan ook gaan om bestaande verschillen in slaapkwaliteit die losstaan van de klokverzetting. 

 

Conclusie
De claim dat vrouwen meer last hebben van de zomertijd dan mannen is slechts gedeeltelijk onderbouwd. 

Het enquêteonderzoek waarop de claim is gebaseerd laat een verschil in ervaren klachten zien, maar bevat onvoldoende informatie over steekproefopzet, representativiteit en onderbouwing om daar harde conclusies aan te verbinden. 

Op basis van deze informatie kan niet worden geconcludeerd dat vrouwen structureel meer last hebben van de zomertijd dan mannen. Het in het artikel genoemde verschil is daarom onvoldoende onderbouwd. 

 

Over de auteur