Bron foto: Sofie Bouwmeester
Het Oranjehotel was tijdens de Tweede Wereldoorlog de belangrijkste Duitse politiegevangenis in bezet Nederland. Volgens conservator Maia Bijl van Nationaal Monument Oranjehotel was ontsnappen uit dit gebouw vrijwel onmogelijk, waardoor ontsnappingspogingen zelden voorkwamen.
Bijl legt uit dat er bijna geen serieuze ontsnappingspogingen bekend zijn. ‘Het was niet eenvoudig om uit die cellenbarak te ontsnappen,’ zegt ze. Met twee dikke muren, kleine cellen en een minuscuul raampje met tralies was de gevangenis zo ontworpen dat ontsnappen vrijwel geen optie was. ‘Het is een van de redenen geweest dat de Duitse politie dit gebouw had uitgekozen als politiegevangenis.’
Zeldzame ontsnappingen
Toch zijn er een paar uitzonderingen, maar dan vooral buiten het gebouw. ‘Er zijn wel gevallen bekend van gevangenen die naar bijvoorbeeld het Binnenhof zijn ontsnapt,’ vertelt Bijl. Eén gevangene wist zelfs te ontsnappen tijdens een verblijf in het ziekenhuis. Maar het gaat om uitzonderlijke gevallen en sommige verhalen die hierover de ronde doen, zijn niet eens te bevestigen.
De gevangenen hadden het daarnaast erg zwaar. Er was sprake van overvolle cellen, mensen die dagenlang alleen zaten en nauwelijks genoeg te eten hadden. Vooral Joodse gevangenen en communisten werden nog harder aangepakt. ‘Er zijn verhalen waarin gevangenen worden geslagen of bijvoorbeeld honderd kniebuigingen moesten doen,’ zegt Bijl. En dat gebeurde soms ook tijdens verhoren.
Echter vond ze in de verhalen uit die tijd ook iets anders terug: moed. ’De manier waarop ze zichzelf, maar ook elkaar, wisten op te beuren en te steunen… dat was heel bijzonder,’ vertelt ze. In een omgeving waar je nergens heen kon, ontstond een sterke vorm van saamhorigheid. Mensen die normaal nooit iets met elkaar te maken zouden hebben, zoals een boer, een katholieke geleerde, een communist, zaten ineens in dezelfde cel en moesten het samen zien te redden.
‘Sommige gevangenen waren zelfs trots dat ze daar zaten,’ zegt Bijl. Niet om de plek zelf, maar omdat het betekende dat ze hun idealen niet hadden opgegeven. De echte moed zat dus niet in spectaculaire ontsnappingen, maar in blijven hopen en elkaar blijven steunen.