Veel jongeren groeien op met het idee dat werk en passie hand in hand moeten gaan. Maar volgens loopbaanpsycholoog Else Wolke ligt dat genuanceerder. Zij vertelt dat er teveel nadruk op het woord wordt gelegd. Dat jongeren veel bezig zijn met ‘passie’ blijkt ook uit straat interviews van twintigers in Utrecht.
“Passie klinkt alsof er één ding is waar je volledig voor leeft,” legt Wolke uit. “Maar voor veel mensen is dat helemaal niet zo duidelijk. Zeker op jonge leeftijd kan het voelen als een enorme opgave om precies te moeten weten waar je passie ligt.”
Volgens haar hoeft werk niet per se voort te komen uit een allesoverheersende passie om toch voldoening en motivatie te bieden. Werkplezier, energie en het gevoel dat je ergens goed in bent, spelen minstens zo’n belangrijke rol. “Je kunt in verschillende functies en rollen tot je recht komen. Dat noem ik multiple job identities.”
Wolke verwijst daarbij naar de motivatietheorie van Daniel Pink. Uit zijn onderzoek blijkt dat drie factoren bepalend zijn voor motivatie op de werkvloer: purpose, het gevoel dat je iets bijdraagt; autonomy, vrijheid en zelfstandigheid; en mastery, de mogelijkheid om jezelf te ontwikkelen en beter te worden in je werk.
“Opvallend genoeg staat passie daar niet tussen,” zegt Wolke. “Wat belangrijk is, is dat werk je iets geeft en dat je er onder de streep plezier uit haalt.”
Daarnaast benadrukt zij dat passie ook buiten werk kan bestaan. Hobby’s, creatieve bezigheden of andere interesses kunnen net zo goed zorgen voor energie en vervulling. Werk kan dan vooral zekerheid en inkomen bieden, terwijl andere delen van iemands identiteit buiten werktijd tot bloei komen.
Je hoeft dus niet per se een passie voor je werk te hebben om gemotiveerd te blijven zolang je er maar voldoening, groei en plezier uit haalt.