Geerten Waling stelde op 28 maart bij Wij Nederland (WNL) In de Kantine dat hoogopgeleiden zich drukker maken om polarisatie dan niet- of praktisch opgeleide. Polarisatie is de afgelopen jaren een veelbesproken onderwerp in het maatschappelijk debat. Maar klopt het dat hoogopgeleiden slechter omgaan met meningen en polarisatie ‘aanpraten’?
‘Hoogopgeleiden kunnen slechter omgaan met meningen en mensen met een praktische of geen opleiding vinden het wel prima. Door de hoogopgeleide elite wordt polarisatie aangepraat.’
Oordeel
Misleidend
Bron
De claim is gedaan door historicus Geerten Waling bij WNL In de Kantine. Hij stelt dat zijn uitspraak gebaseerd is op onderzoek, maar noemt geen specifiek onderzoek. Waling heeft niet gereageerd op het verzoek op welk onderzoek hij deze claim baseerde.
Socioloog Quita Muis, die een interview met Waling had, vermoedt dat zijn claim gebaseerd was op haar onderzoek. Haar onderzoek vormt daarmee een belangrijk uitgangspunt voor het factchecken van deze claim.
Zien hoogopgeleiden meer polarisatie?
Uit onderzoek van Muis blijkt dat hoogopgeleiden inderdaad meer polarisatie waarnemen tussen groepen in de samenleving. Zij identificeren zich sterker met hun opleidingsniveau en bevinden zich vaker in sociale netwerken met mensen die op hen lijken. Volgens Muis leidt dit ertoe dat afwijkende meningen sneller als ‘anders’ of ‘extreem’ worden gezien. ‘Hoogopgeleiden nemen wel echt meer polarisatie waar tussen opleidingsgroepen. Juist omdat zij zich zo sterk identificeren met hun opleidingsniveau.’
Tegelijkertijd laat haar onderzoek zien dat de daadwerkelijke meningsverschillen tussen de groepen de afgelopen jaren niet sterk zijn toegenomen en op sommige vlakken zelfs dichter tot elkaar zijn gekomen. De perceptie dat polarisatie groeit, wordt deels overschat door hogeropgeleiden.
Dit sluit aan bij breder wetenschappelijk onderzoek van Wilson et al. (2020) naar false polarization, waarin wordt aangetoond dat mensen de mate van polarisatie vaak overschatten.
Kunnen hoogopgeleiden slechter omgaan met andere meningen?
De claim dat hoogopgeleiden slechter omgaan met andere meningen is volgens Muis deels correct. Wat onderzoek van Muis laat zien, is dat hoogopgeleiden vaker in homogene bubbels zitten die zich sterker identificeren met hun opleidingsgroep. Daardoor zijn normen en waarden binnen die groep vaker vergelijkbaar. ‘Juist omdat zij zo homogeen met elkaar in overeenstemming zijn in normen en waarden en percepties denken zij eerder: “kijk eens hoe erg als iemand buiten onze norm valt en kijk eens hoe erg die polarisatie is, want die mensen zijn anders dan wij.”’
Dit betekent echter niet automatisch dat hoogopgeleiden minder goed omgaan met andere meningen. Het onderzoek toont vooral aan dat zij verschillen sneller waarnemen en dat sneller als afwijkend of ‘buiten de norm’ ervaren, niet dat zij per definitie minder tolerant zijn.
Praten elites polarisatie aan?
Een groot deel van de claim is dat de ‘hoogopgeleide elite’ polarisatie zou ‘aanpraten’. Uit onderzoek van Wilson et al. (2020) blijkt dat media een grote invloed hebben op hoe polarisatie wordt ervaren. Media hebben de neiging om conflicten en extreme standpunten te benadrukken, waardoor meningsverschillen groter lijken dan ze in werkelijkheid zijn. Uit de NVJ-Arbeidsmarkt monitor (2025) blijkt dat ruim acht op de tien journalisten (84,84%) een opleiding aan een hbo of universiteit heeft afgerond. Hiermee zou de claim van Waling ondersteund kunnen worden dat polarisatie wordt aangepraat door hoogopgeleide elite.
Volgens Muis is het echter te ‘simplistisch om te zeggen dat hoogopgeleiden of media opzettelijk polarisatie aanpraten’. Muis benadrukt dat zij er geen negatieve intentie aan zou hangen. ‘Ik vind dat we moeten uitkijken met het aanhangen van een kwaadaardige intentie.’
Wel legt Muis uit dat de grote hoeveelheid hoogopgeleiden in media en ook beleidmakers zich dus bevinden in homogene bubbels. ‘Als je je niet bewust bent van dat je in een hoogopgeleide homogene bubbel zit, dan kan dat wel de manier van verslaggeving beïnvloeden. Hetzelfde geldt voor beleidsmakers.’
Conclusie
De claim van Geerten Waling is (hoogstwaarschijnlijk) gebaseerd op bestaande wetenschappelijke inzichten. Wel gaat Waling ver in zijn conclusies door het woord ‘aanpraten’ te gebruiken wat impliceert dat polarisatie met opzet wordt aangepraat.
Met andere woorden: hoogopgeleide mensen kunnen bijdragen aan het beeld van polarisatie, maar er is geen bewijs dat zij dit doelbewust doen. Het gaat eerder om het effect van onwetendheid van de bubbels waarin hoogopgeleiden zich in bevinden.
De claim is daarom misleidend geformuleerd.
