Op 7 oktober 2026 is het precies drie jaar geleden dat Hamas met gewapende groepen Israël binnenviel. Bij die aanval kwamen ongeveer 1.200 mensen om het leven en werden 251 mensen gegijzeld. De oorlog die daarop volgde heeft Gaza ingrijpend veranderd, inmiddels spreken wij van een genocide. Volgens persbureau AP zijn er meer dan 74.000 Palestijnen omgekomen, op basis van cijfers van het Gazaanse ministerie van Volksgezondheid. Grote delen van de Gazastrook liggen in puin en het merendeel van de bevolking is ontheemd geraakt.
Hoewel er sinds oktober 2025 een staakt-het-vuren geldt, betekent dat niet dat het geweld voorbij is. Volgens de Verenigde Naties vinden er nog steeds luchtaanvallen plaats in Gaza. Daarnaast blijven grote problemen bestaan rondom gezondheidszorg, schoon water, huisvesting en de toegang tot hulp. OCHA meldt dat ongeveer 279.000 mensen wonen op plekken die gevoelig zijn voor overstromingen of in gebouwen die zo beschadigd zijn dat ze eigenlijk gesloopt zouden moeten worden.
Een VN-onderzoekscommissie concludeerde in 2025 dat Israël in Gaza genocide heeft gepleegd en dat genocidale handelingen voortduren. De commissie wijst onder meer op het grote aantal burgerslachtoffers, de verwoesting van ziekenhuizen en andere infrastructuur en beperkingen op humanitaire hulp. Israël verwerpt die beschuldiging en zegt dat het militaire optreden gericht is tegen Hamas. Het Internationaal Gerechtshof heeft hierover nog geen definitief oordeel uitgesproken.
De gevolgen van het conflict zijn ook duidelijk zichtbaar op de Westelijke Jordaanoever. Daar is het aantal aanvallen door Israëlische kolonisten dit jaar verder gestegen. Tot half september registreerde OCHA in 2026 meer dan 1.600 aanvallen waarbij Palestijnen gewond raakten of eigendommen werden beschadigd. Dat zijn gemiddeld bijna zeven incidenten per dag.
Peter van Dongen zag die spanning van dichtbij. Hij verbleef van februari tot april op de Westelijke Jordaanoever als vrijwilliger bij Tent of Nations, een Palestijnse familieboerderij in de omgeving van Bethlehem.
“Het belangrijkste is dat je daar een soort protective presence bent”, vertelt Van Dongen. Westerse vrijwilligers werken op het land, maar hun aanwezigheid moet volgens hem vooral voorkomen dat Palestijnse bewoners worden bedreigd of weggejaagd.
Van Dongen merkte daarbij hoeveel verschil zijn Nederlandse paspoort maakte. “Op het moment dat je daar als westerling bij bent, wordt het voor de Palestijnen veiliger.”
Hij zegt zelf confrontaties met gewapende kolonisten te hebben meegemaakt. “Ik heb kolonisten tegenover me gehad met geweren. Die dreigden het land op te komen.” Volgens hem deden zij dat uiteindelijk niet doordat er buitenlandse vrijwilligers aanwezig waren.
De situatie die Van Dongen beschrijft komt ook terug in rapportages van de Verenigde Naties. OCHA schrijft dat Palestijnse gemeenschappen steeds vaker te maken hebben met geweld van kolonisten, vernielingen en beperkingen om landbouwgrond, scholen en andere voorzieningen te bereiken. In september werden onder andere huizen gesloopt en olijfbomen en waterleidingen beschadigd.
Ook juridisch zijn de nederzettingen omstreden. Het Internationaal Gerechtshof concludeerde in 2024 dat Israëls nederzettingenbeleid in de bezette Palestijnse gebieden in strijd is met internationaal recht en dat nieuwe nederzettingsactiviteiten moeten stoppen. Israël bestrijdt verschillende conclusies en benadrukt dat veiligheidsbelangen een belangrijke rol spelen.
Voor Van Dongen zijn het vooral de dagelijkse gevolgen die zijn bijgebleven. Hij werkte samen met Palestijnen tussen olijf-, noten- en citrusbomen. “Voor die Palestijnen is het gevaarlijk om daar gewoon te zijn”, zegt hij.
De familie waarbij hij verbleef kiest bewust voor geweldloos verzet. Ondanks bedreigingen en vernielingen blijven zij volgens Van Dongen hun grond bewerken. “Ze blijven het land bewerken en ze blijven hopen dat er op een gegeven moment gerechtigheid komt.”
Drie jaar na 7 oktober zijn de gevolgen dus nog dagelijks zichtbaar. In Israël wordt de aanval herdacht en blijft het trauma van de doden en gijzelaars diep aanwezig. In Gaza probeert een grotendeels ontheemde bevolking te leven tussen de verwoesting, terwijl op de Westelijke Jordaanoever geweld, nederzettingen en beperkingen op bewegingsvrijheid blijven toenemen.
Van Dongen veroordeelt zelf nadrukkelijk de aanval van Hamas op 7 oktober. Tegelijkertijd zegt hij dat zijn verblijf op de Westelijke Jordaanoever zijn beeld van wat Palestijnen dagelijks meemaken sterk heeft veranderd. Juist buiten de grote momenten die het nieuws halen, zag hij hoe het conflict doorwerkt in iets eenvoudigs als naar je landbouwgrond gaan, een boom planten of proberen op je eigen land te blijven wonen.
Drie jaar geleden viel Hamas Israël aan. Onze verslaggeefster Aoife ging op pad en sprak in Utrecht met Giel van Dam, die meedoet aan de pro-Palestijnse demonstratie Silent Street Protest. Ook ging ze naar het CIDI in Den Haag, waar ze sprak met Bart van Dijk en Freek Vergeer, die zich inzetten voor Israël.
Pam van der Veen is journalist en betrokken bij Getuigen van Gaza Utrecht. In het gesprek vertelt ze waarom ze zich actief is gaan inzetten voor Palestina, wat de acties van de groep proberen te bereiken en waarom ze vindt dat de aandacht voor Gaza niet mag verdwijnen: