De Formule 1 ondergaat in 2026 een ingrijpende verandering. Zo wordt de motor van de auto voor ongeveer 50 procent elektrisch en gaat de sport gebruikmaken van hernieuwbare brandstoffen. Ook worden de auto’s kleiner en wendbaarder.
Volgens voormalig Ferrari-monteur en huidig Viaplay-analist Ernest Knoors zit een van de grootste uitdagingen voor de teams in het omgaan met energie en brandstof. De regels zijn zo geschreven dat er veel verandert, maar er is ook heel veel vastgelegd wat je níét mag doen. Volgens Knoors is efficiëntie van cruciaal belang voor goede resultaten.
‘Het spelen met energie gaat heel belangrijk worden. Qua aerodynamica word je sterk beperkt, en ook in het motorontwerp is weinig vrijheid. Je kunt dus geen compleet nieuw concept neerzetten. Het gaat mij dus benieuwen hoe teams omgaan met het gegeven dat je, veel meer dan in voorgaande jaren, afhankelijk bent van efficiënt gebruik van je batterij.’
De grootste uitdaging zit volgens Knoors in de forse vermindering van de hoeveelheid brandstof. ‘We gaan nu naar 70 kilo, terwijl dat eerst 110 kilo was. Dat is een enorme reductie in de hoeveelheid energie die je tot je beschikking hebt. Teams moeten daardoor efficiënter omgaan met hun energie, zowel over één snelle ronde in de kwalificatie als over een volledige raceafstand van meer dan 300 kilometer.’
Doordat er vooral veel nadruk wordt gelegd op energieverbruik, verwacht Knoors dat de nieuwe regels niet per se ten goede komen aan de kijkwaarde. ‘Naar mijn mening zorgen de regels ervoor dat de sport minder interessant wordt om te zien op tv. Je wil eigenlijk zien dat auto’s altijd zo hard mogelijk gaan. Nu wordt het meer een spelletje van: hoe hard kun je op een bepaald moment in de race gaan, afhankelijk van hoeveel energie je nog in je batterij hebt. Dat is minder pure Formule 1.’
