Scientias, een wetenschappelijke nieuwssite, beweert in het artikel ‘Vaak nachtdienst? Eet wat meer vezels’ dat een hogere vezelinname het extra risico van nachtwerkers deels kan verminderen. Een hogere vezelinname zou volgens hen verband houden met een lager risico op hartziekten. Onderzoek laat zien dat deze bewering juist is maar wel met een kanttekening: in het artikel wordt niet duidelijk benoemd dat deze vezels overdag en niet ‘s nachts moeten worden gegeten want dit brengt andere risico’s met zich mee.
Deze factcheck is uitgevoerd op basis van de beschikbare informatie op de datum van publicatie.
Bewering
Een hogere vezelinname kan het extra risico van nachtwerkers deels verminderen.
Oordeel
Waar
Bron van de bewering
Het artikel is op 25 februari 2026 gepubliceerd door Scientias, een onafhankelijke nieuwssite met meer dan 800.000 bezoekers en 1,8 miljoen paginaweergaven per maand. Ze stellen dat een hogere vezelinname het extra risico van nachtwerkers deels vermindert. Ze baseren deze uitspraak op een onderzoek van de Universiteit van Uppsala. Dit observationele onderzoek richt zich op de werkroosters en voedingspatronen van 200.000 volwassenen in het Verenigd Koninkrijk. Deze bewering is waar, maar ligt genuanceerder.
Wat zegt het onderzoek?
In Nederland werken bijna 1,3 miljoen mensen soms of regelmatig ‘s nachts. Een onderzoek door de Universiteit van Amsterdam bevestigt dat nachtwerk op de lange termijn leidt tot gezondheidsrisico’s zoals hart- en vaatziekten en diabetes type 2. Andere wetenschappelijke studies laten zien dat een hogere vezelinname in het algemeen geassocieerd is met een lager risico op hart- en vaatziekten. Dit betekent niet dat vezels automatisch het extra risico van nachtwerk direct verminderen. Veel van de studies waarop dit soort claims gebaseerd zijn, tonen een correlatie aan tussen voedingspatronen en een gezonde levensstijl, maar geen causaal effect.
Elly Kaldenberg, gespecialiseerd in onregelmatig werken en nachtwerk, vertelt dat twee dingen in het artikel verkeerd aan elkaar zijn gecombineerd. Het klopt dat een hogere vezelinname helpt bij het verlagen van het risico op hart- en vaatziekten. Dit heeft ermee te maken dat vezels cholesterol binden waardoor het risico vermindert. Maar er zit ook een tweede factor bij. Wanneer je in de nacht veel vezels eet tijdens je dienst, speelt het ritme van je spijsvertering een rol. Je spijsvertering werkt namelijk volgens een 24-uurs ritme en ligt ’s nachts eigenlijk grotendeels stil. Als je dan heel vezelrijk gaat eten, worden deze vezels minder goed verteerd en kun je makkelijker maag- en darmklachten krijgen.
In het artikel zijn dus twee dingen met elkaar gecombineerd. Voor mensen die ’s nachts werken is een hoge vezelinname absoluut belangrijk voor een lager risico op hart- en vaatziekten, maar zij moeten die vezels overdag en niet ’s nachts eten. Elly vertelt daarom dat de titel ‘Vaak nachtdienst? Eet wat meer vezels’ niet duidelijk genoeg is geformuleerd. Als je veel nachtdiensten hebt, moet je eten volgens je biologische ritme. Zoals zij het zegt: “Dus als je ’s nachts heel veel vezels eet, dan helpt het misschien wel tegen hart- en vaatziekten, maar je hebt ook heel veel pijn in je buik.”
Chronobioloog Marijke Gordijn werkt vaak samen met diëtiste Elly op het gebied van voeding bij nachtwerkers. In haar boek over de biologische klok van de mens schrijft ze dat maaltijden met zo veel mogelijk regelmaat moeten worden gegeten zodat je lichaam weet hoe laat de voeding moet worden verwerkt. Nachtwerkers draaien in een ander ritme dan de biologische klok. In de avond adviseert ze om als nachtwerkers weinig koolhydraten te eten, in plaats daarvan juist meer yoghurt of een handjevol noten.
Conclusie
De bewering dat een hogere vezel inname het extra gezondheidsrisico van nachtwerkers deels kan verminderen is waar, maar heeft een kanttekening. Onderzoek laat zien dat een hogere vezel inname samenhangt met een lager risico op hart- en vaatziekten. Dit betekent niet automatisch dat het eten van vezels tijdens een nachtdienst zelf het risico van nachtwerk vermindert. Voor nachtwerkers is een voedingspatroon met veel vezels belangrijk, maar juist het tijdstip waarop deze vezels worden gegeten speelt een rol. Omdat de spijsvertering ’s nachts minder actief is door het biologische ritme van het lichaam, kan het eten van veel vezels tijdens een nachtdienst juist leiden tot maag- en darmklachten. De kern van de bewering klopt dus, maar het artikel van Scientias benoemt onvoldoende dat ook het tijdstip van eten belangrijk is.
