Uit een enquête die afgelopen maand door The Royal Philharmonic Orchestra is gepubliceerd blijkt dat interesse in klassieke muziek het hoogst is in zes jaar tijd. Dit jaar luistert 35% van de volwassenen naar klassieke muziek, in 2024 lag dat percentage een stuk lager: 20%. Daarnaast is er veel weerstand tegen het gebruik van AI in klassieke muziek: 56% ziet dit als negatief. AI is echter niet de enige manier waarop muziek vernieuwd wordt.
In een atelier in Groningen werkt ontwerper Stef Driessen aan een heel andere combinatie van technologie en muziek. Met behulp van 3D-printers maakt hij elektrische muziekinstrumenten van biologisch afbreekbaar kunststof. Wat begon als een persoonlijk experiment, groeit langzaam uit tot een niche binnen de muziekindustrie.
Het idee ontstond vanuit praktische overwegingen. “Ik kreeg een 3D-printer te leen van een vriend,” vertelt Driessen. “Ik had altijd al de droom om cello te leren spelen, maar zo’n instrument is best wel duur. Toen dacht ik: ‘weet je wat, ik ga hem zelf ontwerpen en maken.’” Inmiddels beschikt hij over meerdere printers en produceert hij onder meer cello’s, violen en basgitaren.
De instrumenten worden gemaakt van PLA, een kunststof op basis van onder andere maïszetmeel en aardappelafval. Voor de benodigde stevigheid wordt een kern van aluminium of carbon toegevoegd, zodat de constructie bestand is tegen de spanning van de snaren. Het nabootsen van een traditionele houten klankkast met kunststof bleek volgens Driessen niet effectief voor de geluidskwaliteit. Daarom zijn de instrumenten elektrisch en afhankelijk van versterking.
Die afhankelijkheid maakt ze minder geschikt voor gebruik in symfonieorkesten, waar akoestische klank centraal staat. In andere genres, zoals jazz en pop, ziet de ontwerper juist kansen. “Dankzij de elektronica kun je veel meer kanten op, zelfs een pianoklank is mogelijk,” zegt hij.
Ook financieel vormen de geprinte instrumenten een alternatief. Waar een hoogwaardige houten cello al snel tienduizenden euro’s kost, ligt de prijs van een geprint exemplaar rond de vijftienhonderd euro. Daarmee wordt het instrument toegankelijker voor een bredere groep spelers, al blijft traditioneel vakmanschap een opzichzelfstaande categorie.
Voor Driessen zit de grootste meerwaarde in de samenwerking met musici. Hij ontwikkelde zijn cello samen met een professionele speler. “Die zat hier urenlang zo enthousiast te spelen, dat is wat mij het meeste voldoening geeft.”
Naast 3D-geprinte instrumenten worden er nog altijd handgemaakte instrumenten gemaakt. Een van die makers is Ulrike Wiebels. Zij werkt al 44 jaar als violenmaker en reparateur in Leiden. Wat drijft haar? Verslaggever Lumen Heijdendael ging langs bij haar werkplaats:
