Bron: ANP
In de jaren ’80 kreeg misdaad steeds meer aandacht. Criminelen gingen anders te werk en grote zaken beheersten het nieuws. Sommige betrokkenen, zoals Willem Holleeder, groeiden zelfs uit tot bekende gezichten van de Nederlandse criminaliteit. In deze video duiken we in één van de meest spraakmakende zaken uit die tijd: de Heinekenontvoering.
Ook na de Heinekenontvoering was de zaak nog langer in beeld. Advocaat Jens van den Brink trad namens mediabedrijf IDTV in het kort geding rond de film over de beruchte Heinekenontvoering in 2011. De zaak kreeg veel media-aandacht, mede doordat de hoofdrol in het verhaal, Willem Holleeder, bezwaar maakte tegen zijn portrettering in de film van regisseur Maarten Treurniet.
Van den Brink vertelt dat Holleeder eerder bij de zitting aanwezig zou zijn: “Willem Holleeder zat al in de gevangenis en zou oorspronkelijk naast mij plaatsnemen, maar uiteindelijk mocht hij niet komen vanwege de grote risico’s volgens de minister.” In plaats daarvan stuurde Holleeder een verklaring. “Hij had een handgeschreven verklaring gestuurd, dat gebeurt niet vaak, waarin hij probeerde duidelijk te maken dat de film de waarheid niet correct weergeeft.”
Volgens Van den Brink draaide het bezwaar vooral om reputatieschade. “Willem Holleeder vond dat hij te negatief in beeld was gebracht. Hij zei: ‘ik heb Heineken ontvoerd, maar dit is niet zoals het gegaan is.’” De advocaat reageert daar nuchter op: “Dan denk ik ja, dan moet je Heineken maar niet ontvoeren, want dan mogen filmmakers een film ervan maken en dan hoeven ze niet exact te houden aan de exacte situatie.”
“Het waren een soort gentleman-criminelen, die vrouwen nooit zouden aanraken,” citeert Van den Brink de verdediging. De ontvoerders waren volgens Van den Brink gewend dat hún kant van het verhaal verteld werd, zoals bij het boek van Peter R. de Vries. In dit geval was dit hét verhaal en dat waren ze niet gewend.
Een specifiek punt van kritiek betrof een gewelddadige scène. “Er zat bijvoorbeeld een scène in dat één van de ontvoerders zijn vriendin sloeg tot een blauw oog en dat vond de ontvoerder slecht voor zijn reputatie.” De rechter ging daar niet in mee, aldus Van den Brink: de bezwaren vielen in het niet bij de ernst van de misdaad.
De rechter besloot uiteindelijk dat de film mocht blijven draaien. De vrijheid om een waargebeurd verhaal te vertellen was belangrijker dan de klacht van de veroordeelden dat ze slecht gepersifleerd werden.
Daardoor bleef de film over de Heinekenontvoering te zien in Nederland en werd duidelijk dat dit soort grote misdaadzaken ook later nog opnieuw verteld en verfilmd mogen worden. Ook als de betrokkenen het daar niet mee eens zijn. Van den Brink eindigt met een duidelijke conclusie: “Ik raad het iedereen aan om de film te gaan kijken.”