UTRECHT CENTRUM- De hoeveelheid meldingen van partnergeweld in Utrecht is de afgelopen vier jaar verder gestegen. Echter de gestarte adviezen die volgen na een melding zijn in aantal gedaald. Dit blijkt uit de cijfers van het Centraal Bureau Statistiek (CBS). Partnergeweld is al langere tijd een maatschappelijk thema waar landelijke en lokale overheid mee te maken hebben. Deze nieuwe ontwikkeling roept vragen op over de effectiviteit van de huidige aanpak.
Het aantal meldingen van partnergeweld dat binnenkomt bij Veilig Thuis stijgt in Utrecht. Veilig Thuis is de aangewezen hulporganisatie voor onveilige thuissituaties. Opvallend is de stijging van emotionele mishandeling, die met 29 procent is gestegen. Ook het aantal meldingen van fysieke mishandeling neemt met 25 procent toe. Meldingen die binnenkomen bij Veilig Thuis worden opgevolgd met een advies. Zo’n advies kan zowel bestaan uit het opstarten van een juridisch traject als het inroepen van andere hulpverlening om de thuissituatie in kaart te brengen en te verbeteren. De gestarte adviezen zijn de afgelopen vier jaar echter met 16 procent gedaald. De vraag is wat mogelijke verklaringen zouden kunnen zijn waarom er minder actie wordt ondernomen op de toegenomen meldingen die Veilig Thuis binnen krijgt.
Een fenomeen op zich
De Rijksoverheid definieert partnergeweld als elke vorm van fysiek, emotioneel, seksueel geweld of belaging tussen huidige of ex-partners. Relationeel geweld is de meest voorkomende vorm van geweld binnen afhankelijkheidsrelaties in Nederland.
Fleur Kraanen, klinisch psycholoog en gepromoveerd onderzoeker van partnergeweld, vertelt dat geweld in romantische relaties eerder ontstaat omdat partners “meer op elkaars lip zitten”, waardoor ruzies sneller escaleren. Bij partnergeweld is er vaak sprake van afhankelijkheid of machtsongelijkheid, de pleger heeft overwicht op het slachtoffer.
Huiselijk geweld komt binnen alle lagen en groeperingen van de bevolking voor. Het blijft vaak onopgemerkt, hierdoor geven meldingen geen duidelijk beeld van alle gevallen van huiselijk geweld. Volgens Fleur Kraanen blijft vooral seksueel geweld binnen partnerrelaties onder de radar en wordt het minder snel herkend dan andere vormen van geweld. “Deze vorm van geweld komt waarschijnlijk veel vaker voor dan we denken, maar wordt minder snel gemeld.” Aldus Kraanen.
Eén derde van al deze meldingen in Utrecht is afkomstig van ex-partnerverhoudingen. Het uitmaken van een partnerrelatie zorgt niet altijd voor het verbreken van het geweldspatroon, dit zorgt voor moeilijke situaties waarbij externe hulpverlening soms de enige oplossing is om eruit te komen. Maar hoe kunnen we de veiligheid van de slachtoffers van partnergeweld verbeteren als het bestaande beleid tot weinig actie leidt?
‘Privé geweld – publieke zaak’
De aanpak van partnergeweld valt onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Hier werken verschillende gespecialiseerde organisaties zoals Veilig Thuis en de politie samen om partnermishandeling te voorkomen, terug te dringen en de veiligheid van slachtoffers te verbeteren. Waar in 2021 bijna alle meldingen werden opgevolgd met een advies, is dat in 2024 nog maar bij ongeveer acht op de tien meldingen het geval in Utrecht. Het is onduidelijk hoe het beleid van het ministerie aansluit op de stijgende vraag naar hulp en hoe effectief dit beleid is.
De landelijke regelgeving voor huiselijk geweld werd geïntroduceerd in 2002 naar aanleiding van een grootschalig wetenschappelijk onderzoek, afgenomen in 1997 door Intomart. Uit de cijfers bleek dat 45% van de Nederlanders te maken heeft gehad met niet-incidenteel huiselijk geweld. Deze cijfers choqueerden zo erg dat er na dit onderzoek een nieuwe rijksnota werd ingediend: ‘Privé geweld – publieke zaak’. Hierdoor kwam er een verschuiving van categorale hulpverlening naar een algemene aanpak tegen huiselijk geweld. Vanaf 2015 kreeg de gemeente ook een cruciale rol in het bestrijden van partnergeweld door onder andere het mandaat aan de organisatie Veilig Thuis te geven om te dienen als meldpunt en adviesorgaan voor mogelijke slachtoffers. Daarnaast vangt de gemeente gedupeerden van huiselijk geweld op in verschillende opvangcentra.
Grijs gebied
Fleur Kraanen vertelt dat partnergeweld niet zwart-wit is. “Het gaat om volwassen mensen die je niet makkelijk uit de situatie kan halen. Als hulpverlener doe je daarom niet zo snel een melding, omdat je uiteindelijk wil dat mensen zelf voor hun veiligheid gaan zorgen,” stelt Kraanen.
Verder maakt Kraanen een onderscheid tussen verschillende geweldsprofielen en de ernst hiervan; intiem terreur wordt gezien als eenzijdig ernstig geweld, waarbij er constant sprake is van kleinering, belaging en fysiek geweld. Anderzijds is er in de meeste gevallen sprake van situationeel geweld, meestal gaat dit om kleine ruzies die escaleren tot wederkerig geweld. Hierdoor is het moeilijk om een concrete pleger en slachtoffer aan te wijzen. “Je wil vooral dat het stopt. Het maakt minder uit wie er begon, het is van belang dat de situatie weer veilig wordt. Als hulpverlener ben je dan ook vooral bezig met het uitzoeken van de onderliggende pijn,” aldus Kraanen.
De verklaring voor het toenemende verschil tussen het aantal meldingen en adviezen ligt volgens Kraanen dan ook niet bij één oorzaak. Ze vertelt dat het beleid veranderd kan zijn of dat er minder capaciteit is om deze meldingen op te vervolgen. Verder legt Kraanen uit dat het zo kan zijn dat mensen mogelijk sneller melding doen omdat er de afgelopen jaren meer aandacht is gekomen voor huiselijk geweld. “Je weet niet zeker of meer meldingen ook betekent dat er meer geweld is,” geeft Kraanen als kanttekening.
Ondanks de recente erkenning van huiselijk geweld, blijft het nog altijd een taboeonderwerp waar moeilijk over wordt gepraat. Kraanen geeft dan ook als laatste tip om naar de huisarts te gaan als je je bevindt in een onveilige thuissituatie. “De huisarts is een belangrijk eerste aanspreekpunt en kan doorverwijzen naar hulp.”
