Woerden

Selecteer Pagina

Paul van den Boogaard over de Elfstedentocht van 1997: ‘Zo’n dag draag je de rest van je leven met je mee’ 

Paul van den Boogaard over de Elfstedentocht van 1997: ‘Zo’n dag draag je de rest van je leven met je mee’ 

Foto van Paul van den Boogaard in training op natuurijs

WOERDEN- Paul van den Boogaard uit Kamerik vertelde op 16 december zijn verhaal bij Club van Ooit in Woerden. Hij nam zijn publiek mee naar de Elfstedentocht van 1997, die hij reed op de kaart van zijn tweelingbroer. Het werd een avond vol herinneringen aan kou, doorzettingsvermogen en samenhorigheid.  

‘Tijdens de presentatie sprak ik ongeveer drie kwartier en merkte dat iedereen echt aandachtig luisterde. Het publiek was enthousiast en dat gaf veel energie. Het voelde goed om niet alleen mijn eigen ervaringen te delen, maar ook iets te vertellen over de geschiedenis van de Elfstedentocht. Die avond in de zaal haalde veel herinneringen naar boven. We hopen allemaal dat de tocht ooit nog een keer gereden kan worden. 

De Elfstedentocht van 1997 was voor mij een van de mooiste dagen van mijn leven. In 1990 werd ik potentieel deelnemer van de Elfstedenvereniging, maar elk jaar werd ik niet ingeloot. Mijn tweelingbroer had de tocht al twee keer gereden, in 1985 en 1986. In 1996, het jaar dat de tocht op het laatste moment werd afgeblazen, werd hij ziek. Hij zei toen dat ik op zijn kaart mocht rijden als de tocht nog eens zou komen. In 1997 werd ik opnieuw niet ingeloot en vond hij dat ik het ook een keer moest meemaken. Zo reed ik de Elfstedentocht op zijn kaart.

Die dag stond Friesland volledig op zijn kop. Iedereen was in de ban van het schaatsen. Je weet eigenlijk niet waar je aan begint, want het is een hele lange tocht en je staat de hele dag op het ijs. Mijn startnummer was 7310. We begonnen in het donker en het was ontzettend koud. Ik had vier tot vijf lagen kleding aan en mijn gezicht was goed ingesmeerd met vaseline tegen de kou. In het donker zie je nauwelijks iets, dus scheuren in het ijs zie je bijvoorbeeld niet, dus ik reed bewust een stukje achter een groep. Als zij uitweken, wist ik dat daar iets zat. 

De eerste honderd kilometer hadden we wind mee. Dat was een groot voordeel. Je kon lange slagen maken en het ging eigenlijk vrij makkelijk. Na Sneek werd het licht en ineens ook veel drukker. Omdat ik wat later was gestart, reed ik eerst achter de grote groep aan, maar bij de eerste stempelpost kwam ik die hele meute weer tegen. 

Tot Bolsward ging het hartstikke goed. Het ijs was prachtig en soms reed ik zelfs naast de baan om lange slagen te kunnen maken. Maar daarna draaide de wind en kregen we zijwind en tegenwind. Dat maakte de tweede honderd kilometer zwaar. Het was snijdend koud en de gevoelstemperatuur lag rond de min twintig. In Bolsward trok ik een plastic jasje aan dat ik onderweg kreeg. Dat hielp enorm, want mijn kleding werd vochtig van het zweten en zo bleef de kou buiten. 

In Bolsward belde ik voor het eerst in mijn leven met een mobiele telefoon. Dat was bij een stand van de ANWB. Ik belde naar huis en hoorde dat de wedstrijdrijders bijna binnen waren, terwijl ik pas op de helft zat. Die tweede helft was zwaar. We schaatsten in groepjes om uit de wind te blijven, net als ganzen in een V-formatie. Op kop rijden kon even, maar daarna moest je weer schuilen om op adem te komen. 

Richting Dokkum werd het ijs slecht en smal, met een grote scheur in het midden. Je kon niet meer echt doorhalen. Toch kreeg ik daar het gevoel dat ik het zou halen. Bij een tunnel onder de snelweg stonden veel mensen te wachten, maar ik deed mijn schaatshoezen aan en liep over de weg. De politie hield de auto’s tegen. Dat is Friesland: alles is voor de schaatsers tijdens de Elfstedentocht. 

In Dokkum kwam ik rond half zes binnen. Dat was de mooiste aankomst van de hele tocht. Het voelde als een arena, met mensen op de bruggen die je toejuichten. Ik kwam daar alleen binnen, kreeg soep en kon even zitten, maar ik wilde snel weer door. Eindelijk hadden we weer wind mee. De laatste kilometers gingen hard. De laatste vierentwintig kilometer schaatste ik in 50 minuten. 

Kilometers voor de Bonkevaart was het gevaarlijk door de felle lampen. Je zag nauwelijks waar je reed en langs de kant stonden palen. Een paar keer week ik uit, omdat anderen dat deden. Achteraf besefte ik dat het heel anders had kunnen aflopen. 

Ik kwam opvallend fris over de finish. Ik had mijn krachten goed verdeeld, onderweg veel gedronken en eenvoudig gegeten. Overal stonden mensen langs het ijs met lauw water en bekertjes. Na de finish was het zoeken naar mijn schoenen een chaos. Alles lag op één hoop. Ik vond uiteindelijk een paar grote schoenen en vond het wel best. Daarna dronk ik twee grote glazen bier. Dat smaakte heerlijk na zo’n dag. 

Terug in Woerden was er een ontvangst voor de schaatsers. We deelden verhalen en kregen een klein aandenken van de gemeente. Dat voelde als waardering. Daarom vond ik het mooi om mijn verhaal nu weer in Woerden te vertellen. De Elfstedentocht van 1997 draag ik voor altijd met me mee. Het was een fantastische dag.’

 

Over de auteur

Aoife Janssen

Mijn naam is Aoife Janssen. Ik studeer journalistiek aan de hogeschool van Utrecht. Ik zou later graag in de sportwereld terecht willen komen. Het liefst wintersport of voetbal gerelateerd. Nieuws maken over sport lijkt mij dus heel leuk. Ik ben erg geïnteresseerd in de wereld om mij heen, en ga graag op een respectvolle manier gesprekken aan met mensen die een andere mening hebben dan ik. Van september tot januari maakt ik nieuws over Woerden. Ik ontvang graag tips! Contactgegevens: aoife.janssen@student.hu.nl