Cabaretier en columnist Vincent Bijlo blikt terug op zijn weg van student Nederlands naar volle zalen en landelijke bekendheid. In dit interview vertelt hij over toeval en timing, maatschappelijke betrokkenheid, de rol van humor en zijn voortdurende zoektocht naar een originele blik op de wereld.
In 1988 stopte u met uw studie Nederlands, u zegt ‘Nederland had cabaret nodig’ wat bedoelt u daarmee?
Ik ging Nederlands studeren omdat ik niet wist wat ik wilde worden en ik dacht dat ik journalist wilde worden. Dat leek me ontzettend leuk, of literair journalist of zelf schrijver worden, maar ik wist het niet. Ik dacht: ik ga Nederlands studeren, want dan heb je natuurlijk een brede basis en dan kan je daarna kijken wat je gaat doen.
Maar tijdens dat studeren begon ik al met het maken van cabaret en in cafés op te treden en ik vond dat heel leuk. Ik vond het altijd al leuk om piano te spelen, om liedjes te maken, om mezelf te uiten en om mensen te laten lachen en om lawaai te maken.
Toen ging ik studeren, maar toen kwam ik met Nederlands eigenlijk in de problemen. Dat was nog net voor de computertijd, dus alle brailleboeken moesten echt met de hand worden gebrailleerd. Dat ging zo langzaam en ik raakte zo achterop met mijn studie. Mijn propedeuse haalde ik niet in één jaar, ik moest er nog een jaar bij doen. Toen ben ik al wel met tweedejaarsvakken begonnen, maar dat schoot toch niet echt goed op. En het cabaret ging eigenlijk heel goed.
Na drie jaar ben ik gestopt met mijn studie en ben ik met dat cabaret begonnen. In die tijd was er in Nederland heel weinig cabaret. Het was nog heel makkelijk om daarin op te vallen. Dat is nu een ontzettend stuk moeilijker, want je hebt de hele stand-up comedy erbij gekregen. Er zijn zo verschrikkelijk veel cabaretiers. Dat was toen nog helemaal niet zo. In die zin was het makkelijker om je te profileren dan nu.
Aan de andere kant was het ook weer veel moeilijker, omdat je geen sociale media had. Alles moest via de oude media: radio en televisie, landelijk. Maar er was toen heel veel cultuur op radio en tv. Elke omroep had zijn eigen cultuurprogramma. Dat waren programma’s die twee uur duurden en live werden uitgezonden, bijvoorbeeld vanuit De Balie in Amsterdam of andere zalen.
Als je dan opviel, mocht je naar zo’n programma en optreden, live liedjes doen of sketches. Dat werd door het hele land gehoord. Ik had in 1988 het Leids Cabaret Festival gewonnen en een maand later was ik bij Sonja Barend op tv. Daar keken toen zeven miljoen mensen naar. Dat is nu niet meer voor te stellen. Ik zat in dat programma en de dag daarna werd ik overal aangesproken. Ik was opeens bekend en dat was waanzinnig. Ik wist niet wat me overkwam.
Het was wel leuk omdat het op inhoud ging. Het ging ergens over. Je hebt ook realitysterren die bekend zijn omdat ze bekend zijn, maar bij mij ging het ergens over. Mensen vroegen me dingen of refereerden aan wat ik in dat interview had gezegd. Dat was leuk.
Als je aan cabaret begint weet je natuurlijk helemaal niet waar het naartoe gaat. Het kan ook een toevalstreffer zijn, dat je maar één programma maakt en daarna is het afgelopen. Ik had geen idee of het een carrière zou worden, maar dat maakte op dat moment ook niet uit. Het was geweldig om te doen.
Ik was Nederlands student en wist eigenlijk niks van cabaret maken. Dus gewoon maar doen. Heel veel cabaretiers zijn zo begonnen, zonder opleiding. Je had wel de Kleinkunstacademie in Amsterdam, maar daar had ik een enorme hekel aan. Die mensen waren allemaal heel netjes en maakten keurige vormen cabaret. Dat was niet mijn stijl.
Mijn stijl was meer rock-’n-roll, aanklooien. Mijn grote voorbeelden waren Freek de Jonge en Bram Vermeulen van Neerlands Hoop. Dat was echt rauw en maatschappelijk.
In uw shows staan vaak maatschappelijke thema’s centraal. Waarom heeft u die keuze gemaakt?
Omdat ik altijd geïnteresseerd was in wat er in de wereld gebeurde. Ik luisterde als kind al veel naar nieuws en actualiteiten. Ik vond het spannend om naar buitenlandse zenders te luisteren, bijvoorbeeld Radio Moskou tijdens de Koude Oorlog, en te horen hoe nieuws door censuur klonk.
Nieuws is vaak zwaar en fatalistisch. Daar kun je geen leuke conference van maken als je het plat behandelt. Maar je kunt het wel bewerken, er iets aan toevoegen. Ik vind het leuk om te laten horen wat er gisteren of vandaag gebeurd is en dat te combineren met persoonlijke verhalen. Engagement vind ik belangrijk.
Je moet als cabaretier wel oppassen dat het niet moralistisch wordt. Je moet geen preek houden, maar wel laten zien waar je staat.
Is die verhouding veranderd in de loop der jaren?
Nee, dat denk ik niet. Ik kan het nu alleen rijker inbedden in verhalen en ervaringen. In de voorstelling die ik nu speel staat bijvoorbeeld een wolf centraal. Ik laat die wolf ook spreken en heb ontmoetingen met hem op het podium.
Vindt u dat u een maatschappelijke verantwoordelijkheid draagt als cabaretier?
Heel beperkt. Als columnist bereik je veel meer mensen dan in een zaal. In die zin heb je een vorm van verantwoordelijkheid. Het is leuk om iets tegenover slecht bestuur en amateurisme te zetten. Maar in de zaal zit je vaak onder gelijkgestemden. Daarom moet je verder gaan dan alleen constateren. Je moet iets toevoegen: absurditeit, oplossingen, een originele invalshoek.
Is er één kenmerk waarop u herinnerd wilt worden?
In het begin was dat mijn blindheid. Ik heb letterlijk een andere blik op de wereld. Uiterlijkheden gaan aan mij voorbij en daar kan ik mee spelen. Ik kan me verbazen over beautytrends en beeldcultuur.
In de voorstelling speel ik ook een stuk in het donker, zogenaamd omdat we gehackt zijn door de Russen. Het gaat dan over ontbeelden, afkicken van schermen en algoritmes. Die programmeren geen computers, maar menselijk gedrag. Het is net zo verslavend als chips.
We moeten onze telefoon vaker wegleggen. Ik had laatst een hele dag geen telefoon en dat was heerlijk. Vroeger was dat normaal. Nu raken mensen al in paniek als je een paar uur offline bent. Dat is knellend. Veel jongeren ervaren dat ook zo: als een online gevangenis.
Luister naar de audioreportage van Bart van Delden over de voorbereiding van Vincent Bijlo op zijn oudejaarsshow.