ZEIST- Op de plek waar ooit een internationaal racecircuit moest komen, heerst nu stilte in de bossen van Zeist. Langs de Krakelingweg, waar vlak na de Tweede Wereldoorlog plannen lagen voor een vijf kilometer lange racebaan, is vandaag niets meer terug te zien van het ambitieuze project dat Nederland op de autosportkaart had moeten zetten.
Door: Mees Rehorst
Op de locatie, aan de Krakelingweg en de Woudenbergseweg, overheersen nu geluiden van vogels en wandelaars. “Ik kom hier juist voor de rust,” zegt wandelaar Maarten, terwijl hij zijn hond uitlaat. “Het idee dat hier races gehouden zouden worden, kan ik me bijna niet voorstellen.”
Racecircuit in Zeist
Toch waren de plannen destijds zeer concreet. Volgens gemeentearchivaris Pierre Rhoen lag er een uitgebreid ontwerp klaar. “Er was gedacht aan tribunes, pits, een starttoren en zelfs een hotel,” vertelt hij. “Men wilde hier een nationaal autosportcentrum realiseren waar ook Grand Prix-wedstrijden gehouden konden worden.”
De initiatiefnemers richtten de N.V. Nederlandsch Wegcircuit ‘het Circuit van Zeist’ op. Onder leiding van autosportliefhebber Hans Hugenholtz wilden zij Nederland populair maken in de wereld van de internationale autosport. Zeist werd gekozen vanwege de centrale ligging en de goede bereikbaarheid, zowel over de weg als via station Huis ter Heide.
De plannen gingen ver. Er was al een terrein van 48 hectare aangekocht en ook omliggende grondeigenaren hadden hun medewerking toegezegd. Het circuit zou ongeveer vijf kilometer lang worden en er zou ruimte zijn voor duizenden bezoekers. Oorspronkelijk zou het circuit een miljoen gulden moeten kosten. Na de oorlog werd het plan goedkoper en eenvoudiger, voor het circuit zou toen nog slechts 575.000 gulden nodig zijn. Het was de bedoeling dat er in 1946 zelfs voor het eerst een Grand Prix zou worden gereden in Zeist.
Volgens Rhoen was het doel groter dan alleen sport. “Het circuit moest Zeist een internationale naam geven en toerisme stimuleren,” legt hij uit. “Het werd gezien als een kans om iets groots en blijvends neer te zetten voor de Nederlandse autosport.” Die visie werd gedeeld door een grote groep voorstanders. Meer dan 150 lokale ondernemingen spraken hun steun uit, net als de plaatselijke motorclub en de VVV Zeist.
Val van het circuit
Toch kreeg het plan ook flinke kritiek. In de lokale pers ontstond een felle discussie tussen voor- en tegenstanders. Tegenstanders maakten zich vooral zorgen over de gevolgen voor natuur en leefomgeving. “Als ik hier rondloop, snap ik die zorgen wel,” zegt Maarten. “Dit is een natuurgebied. Dat ga je toch niet volbouwen met een racebaan?”
De kritiek blijkt op de locatie nog goed voorstelbaar. Het gebied bestaat uit bos en open plekken waar rust centraal staat. Het racecircuit zou de sfeer van de omgeving ingrijpend hebben veranderd. “Als het circuit er was gekomen, was veel bos verdwenen,” zegt Rhoen. “De druk op de natuur in Zeist zou groot zijn geweest.”
Naast lokale kritiek speelden ook landelijke factoren een rol. In de jaren na de oorlog was er schaarste aan bouwmaterialen, wat de uitvoering moeilijk maakte. Uiteindelijk kwam er ook van bovenaf commentaar. Gedeputeerde Staten van Utrecht en de Rijksdienst voor het Nationale Plan maakten bezwaar omdat het idee niet paste binnen de plannen voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Utrecht.
In 1947 viel definitief het doek voor het circuit. De gemeenteraad van Zeist moest een besluit nemen waardoor bouwaanvragen werden stopgezet. Daarmee kwam er een einde aan het ambitieuze project, nog voordat de bouw was begonnen.
Toch blijft het verhaal volgens Rhoen relevant. “Geschiedenis gaat niet alleen over wat er is gebeurd, maar ook over wat had kunnen gebeuren,” zegt hij. “Dit laat zien hoe anders Zeist zich had kunnen ontwikkelen.”
Vandaag is daar weinig van te merken. Waar ooit auto’s hadden moeten scheuren voor tienduizenden toeschouwers, klinkt nu alleen het ritselen van de bladeren in de bomen.
