Met haar bedrijf Bossert Kookwerken laat Lisette Bossert zien hoe belangrijk eten en drinken zijn voor mensen in de zorg. Ze werkt door het hele land en geeft trainingen en lezingen in zorginstellingen en nu ook in het Alzheimercafé. Haar doel: van eten weer een fijn en betekenisvol moment maken, juist voor mensen die zorgafhankelijk zijn.
Eten lijkt iets kleins, iets wat er ‘gewoon bij hoort’. Maar volgens Bossert is het dat allang niet meer zodra mensen zorg nodig hebben. ‘Op het moment dat je zorgafhankelijk wordt, wordt je wereld kleiner,’ vertelt ze. ‘Alles wat dichtbij is, wordt belangrijker. Eten en drinken spelen daarin een grote rol.’ Dat idee vormt de basis van haar werk.
Bossert is van huis uit chef-kok. Ze werkte jarenlang bij Kloosterhotel Zin in Vught, waar ze kookte met een volledig biologische keuken. Daar werkte ze samen met mensen met een verstandelijke beperking. ‘Ik zag hoe zij genoten van dat eten,’ vertelt ze. ‘En ondertussen hoorde ik dat het eten thuis niet echt lekker was en werd opgewarmd. Dat vond ik zo’n gemiste kans.’ Na ruim twaalf jaar besloot ze voor zichzelf te beginnen. Ze nam contact op met verschillende zorginstanties en vertelde wie ze was en waar ze voor stond. Zo kwam ze uiteindelijk in de ouderenzorg terecht, waar volgens haar eigenlijk dezelfde vragen leven. Inmiddels is dat haar grootste doelgroep. In de afgelopen jaren verdiepte ze zich steeds meer in wat eten betekent voor mensen die afhankelijk zijn van zorg.
Volgens Bossert draait het niet alleen om wat er op het bord ligt. ‘Na tien minuten is dat bord leeg,’ zegt ze. ‘Maar de dag heeft nog veel meer uren.’ Daarom kijkt ze juist naar alles rondom het eetmoment. Denk aan samen koken, praten over wat er gegeten gaat worden en zorgen dat het lekker ruikt in huis. ‘Als je er bewust aandacht aan geeft, kan het een echt genietmoment worden.’ Vooral bij mensen met dementie ziet ze hoe krachtig dit kan zijn. Het roept herinneringen op aan vroeger, aan hun jeugd en aan bijzondere momenten. ‘Eten en drinken is vaak iets waar mensen met dementie nog echt van kunnen genieten,’ zegt Bossert. Ze benadrukt dat mensen met dementie meer zijn dan hun ziekte. ‘Ze hebben dementie, maar verder is er niks mis. Soms kunnen ze juist nog veel, bijvoorbeeld advies geven, doordat ze hun hele leven hebben gekookt.’
Bossert werkt door het hele land en wordt ingehuurd door zorgorganisaties. Ze geeft trainingen aan zorgmedewerkers, vaak in een traject van drie bijeenkomsten. Daarbij legt ze onder meer uit wat dementie doet met het brein en het gedrag. ‘Je moet het niet alleen uitleggen, maar ook laten ervaren,’ zegt ze. Door aan te sluiten bij de belevingswereld van bewoners, hoopt ze hen meer te betrekken bij eten en drinken.
Naast haar werk in zorginstellingen is Bossert actief bij Alzheimercafés. Dat is voor haar ook persoonlijk. Haar moeder had dementie en is inmiddels overleden. ‘Ik weet hoe zwaar het kan zijn voor mantelzorgers,’ vertelt ze. ‘Eten wordt dan soms iets wat snel moet gebeuren.’ Juist daarom probeert ze mensen te laten zien dat het ook anders kan. ‘Maak er nou maar een fijn moment van, het zijn kleine genietmomenten.’ Tijdens lezingen probeert Bossert iedereen mee te nemen, ook mensen met dementie zelf. Ze stelt vragen en zoekt contact. ‘Eigenlijk probeer ik mensen te inspireren zoals altijd,’ zegt ze. ‘Ik laat vooral tips zien en vertel wat er nog wél kan.’
Wat haar werk vooral met haar doet, zit niet zozeer in het resultaat, maar in het gevoel iets te kunnen betekenen. ‘Iedereen vindt het fijn om ‘dank je wel’ te horen,’ zegt Bossert. ‘Het gaat mij erom nuttig te kunnen zijn, om iets te brengen.’ Als mensen blij worden van wat ze vertelt of doet, geeft dat haar een zinvol gevoel. ‘Dat geeft nut aan mijn leven, laat ik het maar zo simpel zeggen.’
Eten heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in haar leven, al was dat niet vanzelfsprekend. In haar jeugd had Bossert een dansachtergrond en kreeg te maken met anorexia. ‘Ik ben het van een soort vijandig iets om gaan zetten naar iets positiefs,’ vertelt ze. Nu gebruikt ze het om verbinding te maken met behulp van eten en drinken.
Wat haar werk haar vooral geeft, is voldoening. ‘Het gaat erom dat ik iets kan brengen,’ zegt ze. ‘Als mensen zich gezien voelen of een fijn moment ervaren, dan is mijn doel bereikt.’ Voor Lisette is eten geen bijzaak, maar een manier om de zorg menselijker en hartelijker te maken.
