Zeist

Selecteer Pagina

“Je kocht het voor het leven – en zo werd het ook gemaakt”

“Je kocht het voor het leven – en zo werd het ook gemaakt”

Janjaap Luijt naast de expositie

In een tijd waarin producten steeds sneller worden vervangen, roept een tentoonstelling over bestek vragen op. In Zeist staat Gero centraal: een merk dat decennialang synoniem was met kwaliteit, degelijkheid en vooruitgang. Tentoonstellingsmaker en kunsthistoricus Janjaap Luijt verteld wat het verleden zegt over hoe we nu consumeren — en waarom blijkt juist dit bestek zo aanwezig in collectieve herinneringen?

Gero was ooit overal. Bij verlovingen, huwelijken en feestdagen hoorde een cassette met glanzend bestek, zorgvuldig opgeborgen in een doos. “Mensen kochten dit niet voor even,” zegt Luijt. “Het idee was dat je iets aanschafte voor de rest van je leven.” Die gedachte is vandaag bijna radicaal.

De kracht van Gero zat niet alleen in het product, maar in het verhaal eromheen. Vanaf het begin profileerde het bedrijf zich als kwaliteitsmerk. Zelfs de term ‘zilver’ werd gebruikt, ondanks dat het materiaal technisch gezien geen zilver was. Juridisch mocht dat later niet meer, maar de boodschap was al geland: dit was iets bijzonders. “Als wij zeiden dat het een leven lang meeging, dan meenden we dat ook.”

Die belofte werd serieus genomen. Klantenservice was geen marketinginstrument, maar een vanzelfsprekendheid. Een mes dat na tientallen jaren brak, werd zonder discussie vervangen. “Dit had niet mogen gebeuren, kreeg je toen te horen” Aldus Luijt. Het typeert een tijd waarin betrouwbaarheid belangrijker was dan snelle vervanging.

Bestek als levensproject

Het succes van Gero kwam ook voort uit het slimme, bijna rituele verkoopsysteem. Jongeren begonnen vaak al bij een verloving met een kleine basisset. Daarna werd het bestek langzaam uitgebreid: extra lepels, serveerbestek, vlees- en rijstlepels. Alles had een vaste plek in speciaal ontworpen cassettes. “Het werkte modulair,” zegt Luijt. “Je bouwde letterlijk aan je uitzet.”

Dat sloot naadloos aan bij het naoorlogse Nederland. Bezit stond voor stabiliteit, vooruitgang en toekomstzekerheid. Net zoals men één auto kocht voor het leven, hoorde daar ook één degelijk bestek bij. De consumptiemaatschappij, waarin spullen tijdelijk zijn, moest nog ontstaan.

Van levenslang naar tijdelijk

Die mentaliteit veranderde in de jaren zeventig. De productie verschoof steeds vaker naar het Verre Oosten, niet omdat Gero slechte producten maakte, maar juist omdat ze te goed waren. “Als klanten eenmaal compleet zijn, komen ze niet meer terug,” klinkt het nuchter. Tegelijkertijd veranderde de smaak. Zilver en verzilverd bestek werden als omslachtig ervaren. De vaatwasser deed zijn intrede en poetsen werd een last.

Toch verdween Gero niet uit de huishoudens. Integendeel. Veel bestek bleef bewaard, vaak in de originele dozen. Dat verklaart waarom er vandaag nog zoveel complete sets bestaan. “Mensen haalden het alleen tevoorschijn met Kerst of Pasen,” wordt geobserveerd. “Daarom zijn die doosjes zo belangrijk — ze vertellen hoe zorgvuldig ermee werd omgegaan.”

Zeist als industrieel middelpunt

Dat Gero in Zeist groot werd, is geen toeval. Aan het begin van de twintigste eeuw verhuisde zilverfabrikant Albertus Gerritsen vanuit Amsterdam naar Zeist, waar ruimte, goedkope arbeid en een spoorlijn samenkwamen. Zijn zoon Marius breidde het bedrijf uit met onedel bestek en richtte Gero op. Later begon hij ook Sola, na een conflict met aandeelhouders. Zo ontstonden drie bestekfabrieken, allemaal voortgekomen uit dezelfde familie.

In de jaren zestig werkte zo’n tien procent van de Zeister bevolking bij Gero. Met 1200 werknemers was het bedrijf toen zelfs de grootste bestekfabrikant ter wereld. “Dat is nauwelijks voor te stellen,” zegt Luijt. “Maar het laat zien hoe diep het merk verankerd was in deze plek.”

Erfgoed of grondstof?

De huidige tentoonstelling combineert historisch bestek met kunstobjecten die zijn gemaakt van oud Gero-materiaal. Die keuze is bewust, maar ook gevoelig. Niet alles kan bewaard blijven, is de gedachte. “We kunnen simpelweg niet alles conserveren.” Standaardmodellen, waar miljoenen van zijn gemaakt, lenen zich volgens hem voor hergebruik. Bij unieke ontwerpen ligt dat anders. “Dan moet je je afvragen wat je vernietigt.”

Die discussie raakt aan de kern van Gero’s waarde. Materieel stelt het weinig voor: roestvrij staal en alpaca. Maar emotioneel is de waarde groot. Mensen verbinden het merk aan trouwen, familie, samen eten. “Dat is marketing op het diepste niveau,” klinkt het. “Het gevoel dat je iets bijzonders bezit.

Meer dan een terugblik

De tentoonstelling is deels ontstaan uit een praktisch besef: andere Zeister bedrijven kregen eerder een expositie, terwijl Gero onderbelicht bleef. Maar inmiddels blijkt het meer dan een historische correctie. Oud-medewerkers, kinderen en kleinkinderen komen langs met verhalen en voorwerpen van thuis. Het verleden blijkt verrassend actueel.

Gero sloot in 1974, maar het merk leeft voort in lades, kasten en herinneringen. In een tijd waarin spullen steeds korter meegaan, herinnert het bestek aan een andere verhouding tot bezit. Niet als wegwerpartikel, maar als metgezel voor het leven. Misschien is dat wel de belangrijkste les die Gero vandaag nog te bieden heeft.

Over de auteur

Jet Sollie

Jet Sollie, geboren in 2006 is een journalist in opleiding met een brede interesse in de samenleving. Na het behalen van haar havodiploma koos zij bewust voor de studie Journalistiek. Deze keuze kwam voort uit haar overtuiging dat waarheidsvinding en het delen van betrouwbare informatie van groot belang zijn in een tijd waarin nieuws en meningen vaak door elkaar lopen. Voor vragen of samenwerkingen is Jet bereikbaar via e-mail: jet.sollie@student.hu.nl