ZEIST- Tijdens een voetbalwedstrijd bij VV Jonathan gebeurt er een hoop, ook buiten het veld. Teammanager Olaf Halmans van Jonathan Heren 1 heeft een belangrijke rol binnen het team.
Als teammanager, teamleider zeg maar, zorg je voor alle randzaken. Je zorgt dat de materialen op orde zijn, dat de kleding op orde is en dat de jongens op zaterdag, als er dingetjes zijn of vragen, dat je die oplost. Je zorgt dat het veld ingericht is en dat je de scheidsrechter opvangt. Het zijn eigenlijk alle randzaken die bij een wedstrijd nodig zijn om goed te kunnen spelen. Dat regel ik samen met een collega.
De taken zijn natuurlijk leuk. Wat vooral leuk is, is met de jongens proberen tot een goede wedstrijd te komen. Als die randzaken goed geregeld zijn, dan lost alles zich vanzelf wel op. Niet alle taken zijn even leuk. De ballen oppompen is minder leuk dan met de scheidsrechter praten, maar dat hoort er ook bij. Sommige dingen zijn leuk, sommige dingen minder.
Als teamleider ben je niet betrokken bij het tactische verhaal. Je bemoeit je niet met hoe de jongens gaan spelen, in welke opstelling of welke tactische achtergronden erachter zitten. Maar als ik op de bank zit, dan zit ik daar met een groen-wit hart en wil ik gewoon winnen. Ik laat me nog wel eens emotioneel meeslepen. Ik leef wel met het spelletje mee en dan kan ik soms niet zo heel netjes uit mijn woorden komen.
Op sommige momenten merken de mensen in het team dat ook. Ik heb weleens commentaar gegeven op een speler, waarna hij zei dat ik mijn mond moest houden. Dat kan vervelend zijn om tijdens een wedstrijd te horen en dat is niet altijd een positieve manier van coachen. Over het algemeen probeer ik daarom een beetje de vader voor de jongens te zijn. Het is een jonge ploeg, dus een arm om de schouder hoort daar ook bij.
Het allerbelangrijkste vind ik dat de jongens met een goed gevoel een wedstrijd ingaan. Dat er geen dingen zijn die niet goed geregeld zijn en waardoor ze stress ervaren voor de wedstrijd. Dat klinkt misschien raar op amateurniveau, maar zelfs daar hebben jongens daar last van. Als dat uit de lucht is, dan is het goed.
Als iemand zich niet goed voelt voor de wedstrijd, moet hij uiteindelijk bij de trainer zijn om te bepalen of hij speelt. Maar als leider of manager komen ze vaak eerst naar mij toe. Je bent de warme persoon, dat probeer ik te zijn, waardoor de communicatie makkelijker wordt. Als ze pijntjes hebben of een beetje zenuwachtig zijn, probeer ik dat weg te nemen en ze weer de goede kant op te sturen.
Voor een wedstrijd komen we ongeveer een uur tot anderhalf uur van tevoren samen. Dan richten we de kleedkamer in, zorgen dat de shirts hangen, dat de ballen er staan en dat de sokken en broekjes netjes liggen. Daarna richten we het veld in en zorgen we dat alles klaarstaat. Aan het begin van het seizoen is dat allemaal drukker, omdat dan alles geregeld moet worden, maar halverwege het seizoen heb je dat al op orde en ben je met een uurtje voorbereiding goed op weg.
Na de wedstrijd zorgen we dat alle spullen weer meegaan en dat de kleedkamer netjes achterblijft. Vaak drinken we daarna nog een drankje met de tegenstander en de scheidsrechter om even na te praten. Dat is belangrijk, want een wedstrijd moet je goed afsluiten, of je nu wint of verliest, en met respect voor de scheidsrechter.
Ik werk samen met een collega en dat is echt fantastisch. Hij neemt veel materiële randzaken bij mij weg, zoals kleding, ballen en andere technische dingen. Daardoor kan ik me meer concentreren op de organisatorische zaken. In januari gaan we naar Sevilla met een trainingskamp en dan zorg ik dat dat gewoon in goede banen wordt geleid.
