ZEIST- Het aantal werknemers dat minder dan een halve baan werkt, neemt af bij de in Zeist gevestigde basisscholengemeenschap Het Sticht. Bij de organisatie, die negen basisscholen beheert, is het aantal leerkrachten met een contract van minder dan 0,5 fte (Full-Time Equivalent) in 2024 zelfs tot nul gedaald. Volgens HR-businesspartner Brenda van Jaarsveld heeft deze ontwikkeling een positief effect op zowel leraren als leerlingen.
Door: Lizet Limburg
Uit cijfers van Het Sticht blijkt dat het aantal werknemers met een contract van minder dan 0,5 fte de afgelopen jaren geleidelijk is afgenomen. In 2011, het startpunt van de data, waren er 54 mensen die minder dan een halve baan hadden. We zien vervolgens in de grafiek een stijging in zes jaar tijd tot 80 werknemers in 2017. Vanaf dat moment neemt het zo sterk af dat in 2024 deze categorie volgens de cijfers niet meer voorkomt binnen de organisatie.
De cijfers betekenen niet dat deeltijdwerk in het basisonderwijs verdwijnt. In de grafiek is te zien dat deeltijdbanen tussen de 0,5-0,8 fte alleen maar zijn gestegen. Veel leraren werken dus nog altijd minder dan een volledige werkweek. Wat wél verandert, is de grootte van die contracten: zeer kleine banen van minder dan een halve fte komen steeds minder voor. En dat is een opvallend verschijnsel, omdat kleine deeltijdbanen in het onderwijs lange tijd populair waren.
Verklaring
De trend bij de scholengemeenschap in Zeist wordt ook door landelijke cijfers ondersteund. Cijfers van het CBS laten zien dat kleine deeltijdbanen in het onderwijs minder vaak worden aangeboden. Het aantal vacatures voor banen van minder dan 0,5 fte daalde van 28,9% in 2023 naar 20,7% in 2024. Dat wijst erop dat scholen vacatures steeds vaker samenvoegen tot grotere contracten.
Brenda van Jaarsveld, HR-businesspartner van Het Sticht, bevestigt dit: ‘De contracten bij Het Sticht zijn de laatste jaren groter geworden. Voor leraren is het gewoon heel fijn meer dagen per week te werken en de klas vaker te zien.’ Van Jaarsveld benadrukt dat het een bewuste keuze is vanuit de gemeenschap om grotere contracten aan te bieden. Toch heeft de afname ook met iets te maken waar ze als scholen weinig invloed op hebben. ‘Bij de kleine contracten zitten ook vaak invallers en die zijn de laatste jaren veel moeilijker te krijgen. Dat is echt een probleem’, zegt Van Jaarsveld. Binnen Het Sticht zijn er geen grote problemen met personeelstekorten, maar wel specifiek bij de groep ‘invallers’. Deze groep wordt in de data meegerekend in de 0-0,5 fte categorie. Het is dus een tweede mogelijke verklaring voor de afname van deze groep.
Positief effect
De afname van kleine deeltijdbanen in het basisonderwijs zou voor een positief effect kunnen zorgen voor de leerlingen in Zeist. Uit een onderzoek in 2014 concludeerde de Onderwijsinspectie dat leerkrachten met een aanstelling voor vier of vijf dagen in de week over het algemeen de beste leraren zijn. En het vooral de leraren met een deeltijdbaan van één of twee dagen zijn die minder goede lessen geven. De mogelijke verklaring die hiervoor wordt gegeven is dat je minder binding met je klas en collega’s voelt als je er maar één of twee dagen per week rondloopt.
Jelle Hamers, lid van de Raad van Toezicht bij Het Sticht, benadrukt dit: ‘Vastigheid en stabiliteit voor de klas is zeker een belangrijk uitgangspunt in het beleid van Het Sticht en daar werken we al jaren aan.’ HR Van Jaarsveld bevestigt dat het voor zowel leraren als leerlingen voordelen oplevert. Tóch zit er wel een keerzijde aan: ‘Op het moment dat iemand die vijf dagen per week voor de klas staat, en dus een groot contract heeft, uitvalt, is dat ook meteen een groot probleem’, aldus Van Jaarsveld.
Of de dalende trend binnen de kleine deeltijdbanen zich de komende jaren voortzet is nog onduidelijk. Wel benadrukt Van Jaarsveld dat het probleem met het vinden van invallers én het aanbieden van grote contracten de komende jaren blijven. Dit levert in de klaslokalen van Zeist vooral veel voordelen op.
