ZEIST- Uit cijfers van het CBS blijkt dat ongeveer 53–56% van de mannen en 52–54% van de vrouwen in Nederland regelmatig sport. Ondanks deze relatief gelijke deelname, blijven vrouwen en meisjes sterk in de minderheid binnen het voetbal. Ook in Zeist zijn er grote verschillen tussen clubs in het aantal vrouwenteams, zo blijkt uit een analyse van KNVB-gegevens en lokale clubinformatie.
Uit cijfers die door de KNVB (Koninklijke Nederlandse Voetbalbond) zijn gepubliceerd, blijkt dat van de 1,26 miljoen leden in 2025 1.081.549 mannen/jongens zijn (86%) en 180.418 vrouwen/meisjes (14%). Hoewel vrouwen sporten in Nederland in het algemeen bijna net zo vaak als mannen, blijft het voetbal een “jongenssport” in termen van lidmaatschap en teamaantallen.
Ook in Zeist zijn deze verschillen zichtbaar. Bij SV Saestum bestaat het totaal aantal teams uit 35, waarvan 7 vrouwenteams zijn en dat is 20% van het totaal. Bij SV Jonathan is dit nog lager: van de 115 teams zijn er 13 vrouwenteams en dat is 11,3%. Het verschil tussen deze clubs laat zien dat lokale factoren een grote rol spelen bij de ontwikkeling van vrouwenvoetbal.
Ivo Reitsma, manager vrouwenvoetbal bij Saestum, licht toe waarom hun club relatief veel vrouwenteams heeft:
“Vrouwenvoetbal heeft al sinds de jaren ’80 een plek bij Saestum en heeft de nodige successen geboekt. We hebben bekende namen voortgebracht. Dat succes, zowel in het verleden als het heden (halve finale KNVB-beker), geeft ons een sterke reputatie, vooral onder prestatiegerichte meisjes.”
Saestum heeft momenteel 4 senior vrouwenteams en 3 meisjesteams, terwijl Jonathan 3 senior vrouwenteams en 10 meisjesteams heeft. Volgens Reitsma is de groei in het aantal teams de afgelopen jaren niet gegroeid geweest.
Volgens Lucienne Reichardt, manager vrouwenvoetbal bij de KNVB, zijn historische, maatschappelijke en structurele factoren de belangrijkste redenen dat vrouwen nog steeds in de minderheid zijn binnen het totale ledenbestand:
“Het vrouwenvoetbal is pas de afgelopen decennia sterk gegroeid, mede door de oprichting van de vrouwen eredivisie in 2007 en het succes van het Nederlands elftal vrouwen op het EK in 2017. Die inhaalslag kost tijd. Ondanks positieve ontwikkelingen bestaan er nog altijd stereotypen over voetbal als ‘jongenssport’. Jongens worden vaak al op jonge leeftijd aangemeld bij een voetbalvereniging, terwijl meisjes soms minder gestimuleerd worden.”
Reichardt legt uit dat er structurele uitdagingen blijven:
“Hoewel het aantal meiden- en vrouwenteams groeit, is het aanbod niet in elke regio even sterk ontwikkeld. De overgang van jeugd naar senioren blijkt een kwetsbaar moment waarop relatief veel speelsters stoppen. Binnen verenigingen zijn trainers, scheidsrechters en bestuurders nog overwegend mannelijk, wat onbewust invloed kan hebben op de sportcultuur.”
De KNVB probeert deze kloof te verkleinen door verschillende strategieën: campagnes zoals KickStars en de Instroomcampagne moeten jonge meiden enthousiasmeren voor voetbal. Daarnaast investeert de bond in competitieontwikkeling, begeleiding en samenwerking met scholen en verenigingen om drempels te verlagen.
“Ons doel is dat voetbal voor iedereen toegankelijk en aantrekkelijk is, ongeacht geslacht. Het aantal vrouwelijke leden groeit de afgelopen jaren gestaag, maar het verkleinen van de historische achterstand vraagt blijvende aandacht en inzet,” aldus Reichardt.
De cijfers laten zien dat het verschil tussen mannen en vrouwen in het voetbal nog groot is, maar lokale voorbeelden zoals Saestum tonen dat succes en reputatie een belangrijke rol spelen in het aantrekken van meisjes en vrouwen. De komende jaren zal de uitdaging liggen in het uitbreiden van het aanbod en het doorbreken van historische en maatschappelijke barrières.