Amersfoort

Selecteer Pagina

Debutanten in de schijnwerpers bij Boekhandel Veenendaal tijdens Boekenweek

Debutanten in de schijnwerpers bij Boekhandel Veenendaal tijdens Boekenweek

AMERSFOORT – Op de laatste dag van de Boekenweek stond Boekhandel Veenendaal volledig in het teken van nieuw schrijftalent. Tijdens een intiem debutantenontbijt kregen vier jonge auteurs de kans om hun eerste boek te presenteren aan een aandachtig publiek. Met het thema ‘generaties’ in het achterhoofd werd niet alleen gesproken over hun werk, maar ook over de uitdagingen en keuzes die komen kijken bij een debuut.

Halverwege de winkel, achter de trap, is een tafel gedekt met koffie, thee, sapjes en zoetigheden als croissants en kaneelbroodjes. Naast de tafel staan drie rijen stoelen opgesteld. Ongeveer zestien bezoekers hebben zich verzameld voor de bijeenkomst, die van 10.00 tot 11.30 uur duurt.

Boekhandel medewerker Anouk Storteler opent stipt om 10.00 uur de ochtend en stelt samen met collega Hilda Schuldink de vier schrijvers voor. Voordat zij individueel aan bod komen, wordt eerst een algemene vraag gesteld: hoe bevalt het debuteren tot nu toe, en waren ze aanwezig op het Boekenbal? Eén van de schrijvers vat die ervaring kort en bondig samen: ‘Je bent de hele tijd alleen maar op zoek naar iemand en dan ben je heel blij als je die gevonden hebt.’

Anouk geeft als eerste Fenna Riethof het woord. Ze vertelt over haar boek Scherp Onscherp, welke thema’s aan bod komen en het schrijfproces daarachter. Het publiek luistert muisstil. Na haar toelichting leest ze een fragment voor, dat wordt afgesloten met een bescheiden applaus.

Daarna is het de beurt aan Jacky Kuiper, die tien jaar werkte aan haar boek Feniks. Hilda vraagt door op de thema’s in het boek. Jacky legt uit dat de personages haarzelf en haar broer en zus weerspiegelen; ze zijn een combinatie van hen drieën. Op de vraag of het boek autobiografisch is, antwoordt ze: ‘Is niet elk debuut deels autobiografisch?’ Ook zegt ze over haar verhaal: ‘Dit moest eruit.’ Ze leest het hoofdstuk ‘Zacht’ voor, waarna opnieuw applaus volgt.

Na een korte pauze, waarin de bezoekers koffie bijschenken en met elkaar in gesprek gaan, vervolgt het programma met Emma van Hooff. Zij vertelt dat haar boek een hoog tempo heeft en speelt met de vraag of de verteller wel betrouwbaar is. Ze schreef haar roman in twee jaar tijd, zonder chronologische volgorde aan te houden; de stem in haar hoofd leidde de weg. Wanneer een bezoeker vraagt of personages niet altijd onbetrouwbaar zijn, reageren zowel Emma als Jacky. De conclusie van de twee schrijvers luidt: het hangt af van hoe een verhaal wordt verteld en opgebouwd.

Emma, die ook dichter is, leest vervolgens voor op een manier die opvalt. Ze leest ritmisch, zoals je ook bij poëzie zou doen, en ze maakt veel oogcontact met het publiek. Dat wordt beloond met applaus.

Als laatste komt Christine Bax aan bod. Zij beschrijft haar boek als een verhaal over een kleine gemeenschap waarin ‘gek’ soms dichter bij de waarheid ligt dan gedacht. Ook speelt taal een belangrijke rol; woorden kunnen volgens haar meerdere betekenissen hebben. Ze noemt haar boek een overgang van zwart-wit naar kleur. Het stuk dat ze voorleest, waarin een terugkerende televisieserie wordt besproken, krijgt ook applaus.

Na de presentaties wordt ingezoomd op het Boekenweekthema ‘generaties’. Alle vier de schrijvers worden beschouwd als millennials, al ontstaat daar nog lichte discussie over. Toch wordt al snel de vraag gesteld hoe relevant dit eigenlijk is, en de schrijvers concluderen van niet. Wel geven Fenna en Jacky aan dat ze als schrijvers uit deze generatie bewuster omgaan met taal. Jacky vertelt dat ze lang twijfelde over het gebruik van het ‘n-woord’ in haar boek.

Ook het perspectief in hun verhalen komt ter sprake na een vraag uit het publiek. Fenna en Jacky geven aan dat ze intuïtief voor de derde persoon kozen. Emma zegt dat ze geen keuze had; de stem in haar hoofd bepaalde het perspectief. Christine geeft aan schrijven in de ik-vorm lastig te vinden, omdat het volgens haar het verhaal beperkt.

Volgens Hilda past het evenement goed binnen de Boekenweek. ‘Twee jaar geleden hadden we een heel fijn literair gesprek met een debutant en dat verraste ons toen enorm’, vertelt ze. ‘Daarom wilden we dit jaar opnieuw een debutant een podium geven. We konden alleen niet kiezen, dus nodigden we er vier uit.’ Ze benadrukt dat het voor debutanten vaak moeilijk is om aandacht te krijgen. ‘Juist daarom vinden we het belangrijk om ze een plek te bieden.’

De keuze voor een zondagochtend is bewust. ‘Dat is het enige moment dat de winkel gesloten is en we echt rust kunnen creëren’, legt Hilda uit. ‘Zo kunnen schrijvers en publiek elkaar beter ontmoeten.’ Ook over de selectie van de auteurs is nagedacht. ‘Sommigen kwamen via aanbevelingen, anderen op gevoel. Daarna zijn we als team de boeken gaan lezen en werden we steeds enthousiaster.’

Haar collega Anouk vult aan dat de boekhandel een duidelijke rol ziet voor zichzelf. ‘We hebben de taak om nieuwe schrijvers en werken zichtbaar te maken. Eerst al in klein verband, en nu kwam het mooi uit om het iets groter aan te pakken.’

Over de auteur

Rynet Rulkens

Rynet Rulkens is eerstejaarsstudent journalistiek. Open, nieuwsgierig en eerlijk: zo ziet Rynet zichzelf en zo wil zij ook het nieuws brengen. Ze gaat geen gesprek uit de weg en wil altijd alle kanten van een verhaal horen om zo een compleet beeld te schetsen. Haar journalistieke interesses liggen vooral in de politiek. rynet.rulkens@student.hu.nl